Logos instituut 5:

5. Het aardmagnetisch veld neemt te sterk af

De totale hoeveelheid energie die is opgeslagen in het aardmagnetisch veld is de laatste 1000 jaar gestaag afgenomen met een factor 2,7. De evolutionistische theorieën die deze snelle afname verklaren en tegelijkertijd een uitleg geven voor het feit dat het magnetische veld van de aarde miljarden jaren lang gehandhaafd is gebleven, zijn zeer gecompliceerd en ontoereikend.

Er bestaat echter een veel betere creationistische theorie. Deze is logisch en rechtstreeks gebaseerd op basale natuurkunde. Ze biedt een verklaring voor veel aspecten van het aardmagnetisch veld: zijn ontstaan, snelle ompolingen tijdens de zondvloed, afnames en toenames van zijn oppervlakte-intensiteit tot de tijd van Christus, en een gestaag verval sindsdien.aardmagnetisch veld

Deze theorie komt overeen met de paleomagnetische, historische en tegenwoordige data. Het belangrijkste gevolg is dat de totale energie van het magnetische veld (niet de oppervlakte-intensiteit) voortdurend is afgenomen met minstens dezelfde snelheid als tegenwoordig. Met die snelheid kan het magnetische veld niet ouder zijn dan 10.000 jaar.

Weerlegging

Waarom het aardmagnetisch veld geen jonge aarde bewijst

Kernbevindingen

  • Geen Ouderdomsklok: Het axiale dipoolveld nam tussen 1840 en 2015 ongeveer 9% af, maar dat is geen meting van een blijvende afname van alle magnetische energie -> extrapoleer deze trend niet tot een scheppingsdatum. [5]
  • Drie Verschillende Grootheden: Dipoolmoment, lokale veldsterkte en totale veldenergie beschrijven verschillende eigenschappen -> gebruik ze niet als onderling verwisselbare meetwaarden. [11][15]
  • Factor 2,7 Niet Vastgesteld: Oppervlaktemetingen bepalen de energie binnen de kern niet uniek -> behandel de vermeende duizendjarige afname van de totale energie niet als een waargenomen feit. [11]
  • Een Veranderlijk Veld: Archeomagnetische reconstructies laten groei, afname en relatief stabiele perioden zien -> toets een vervalmodel aan de hele geschiedenis, niet alleen aan de recente daling. [16][9]
  • Een Aangedreven Dynamo: Afkoeling en kristallisatie leveren energie voor kernstromingen en veldopwekking -> onderscheid elektrische verliezen van de netto energiebalans. [6]
  • Geen Zondvloedbewijs: Snelle lokale richtingsveranderingen komen ook voor in dynamomodellen zonder ompoling -> onderscheid lokale verandering, mondiale ompoling en een veronderstelde overstroming. [8]

De hoofdconclusie: het magnetische argument levert geen bovengrens van 10.000 jaar op. Dat betekent niet dat iedere reconstructie of ieder dynamomodel nauwkeurig is; het betekent dat de voorgestelde ouderdomsklok niet door de beschikbare waarnemingen en natuurkunde wordt gerechtvaardigd. [2]

1. Waarom recente afname geen klok van 10.000 jaar is

De redenering veronderstelt dat het aardmagnetisch veld een oorspronkelijk aangelegde energievoorraad is die uitsluitend leegloopt. Bij zo’n vrij vervallend veld kan elektrische weerstand inderdaad tot een ongeveer exponentiële afname leiden. Maar de daarvoor beslissende voorwaarde is dat beweging van geleidend materiaal het veld niet opnieuw aandrijft. In de magnetohydrodynamica staan inductie door stroming en magnetische diffusie juist naast elkaar in dezelfde vergelijking. [15]

Een vervalwet zoals


E(t)=E0exp(-t/ au)

is daarom geen algemene natuurwet voor het aardveld. Ze is een model met aannamen over energieaanvoer, veldstructuur en een constante vervaltijd. Wie de recente helling van een grafiek duizenden jaren achterwaarts doortrekt, moet eerst aantonen dat die aannamen toen ook golden. Anders wordt de gewenste ouderdomsgrens al in het gekozen model ingebouwd.

Een concreet tegenvoorbeeld is de moderne dipoolafname. Finlay, Aubert en Gillet verklaren in Nature Communications (2016) een groot deel daarvan door transport van magnetische flux door een grootschalige stroming in de buitenkern. Normale en omgekeerde flux worden anders over breedtegraden verdeeld, waardoor het dipoolmoment verandert. Magnetische diffusie draagt ook bij, maar is in hun analyse niet de dominante verklaring voor de historische dipoolafname. [5]

Dit onderzoek voorspelt niet dat de dipool binnenkort zeker herstelt. Het laat wel zien waarom een gemeten afname niet automatisch de snelheid aangeeft waarmee een eindige oorspronkelijke voorraad verdwijnt. Een recente trend is een beschrijving van recent gedrag, geen zelfstandige ouderdomsmeter.

2. Wat dipoolmoment, veldsterkte en totale energie werkelijk meten

Het onderscheid dat het citaat zelf maakt tussen oppervlakte-intensiteit en totale energie is terecht. Het lost het meetprobleem echter niet op.

GrootheidDefinitieWat volgt er niet uit?
DipoolmomentSterkte en oriëntatie van de dipoolcomponent van het veld; uitgedrukt in A m². Het axiale dipoolmoment betreft de component langs de rotatieas.Een kleinere dipool betekent niet dat alle andere veldcomponenten eveneens afnemen.
Veldsterkte aan het oppervlakDe lokale magnetische fluxdichtheid, meestal aangeduid als B, in tesla of microtesla; afhankelijk van plaats en tijd.Eén lokale waarde bepaalt noch het mondiale dipoolmoment, noch de energie binnen de kern.
Totale magnetische energieDe volume-integraal van de energiedichtheid B²/(2 mu₀), in joule, over een expliciet gekozen gebied.Een analyse buiten de kern is niet automatisch een meting van de energie binnen de kern.

Deze onderscheidingen zijn essentieel bij de interpretatie van geomagnetische modellen en van hun beperkingen. Vooral het uitsluitend binnen de kern aanwezige toroïdale veld is niet uit gewone buitenmetingen te bepalen. [11][15] Een energieclaim moet dus steeds vermelden welk volume en welke veldcomponenten zijn meegenomen.

Voor een onveranderlijke, zuiver dipolaire geometrie is de energie evenredig met het kwadraat van het dipoolmoment. Maar het werkelijke aardveld verandert ook van ruimtelijke structuur. Daarom mag een procentuele dipoolafname niet rechtstreeks worden gepresenteerd als dezelfde procentuele afname van alle magnetische energie.

Is de factor 2,7 over 1000 jaar werkelijk gemeten?

Niet als betrouwbare reconstructie van de totale veldenergie, inclusief de kern. De tekst van Humphreys waarin deze bewering staat, geeft zelf geen duizendjarige energietijdreeks; hij verwijst hiervoor naar Merrill en McElhinney, The Earth’s Magnetic Field (1983). Een verwijzing naar een leerboek vervangt echter niet de ontbrekende bepaling van het interne veld. [3]

Veelzeggend is dat Humphreys’ eigen technische artikel uit 2002 expliciet erkent dat verschillende interne stroom-, veld- en energieverdelingen hetzelfde buitenveld kunnen voortbrengen. Zijn berekening betreft daarom de waarneembare energie buiten de kern, niet alle energie binnen de aarde. Voor 1970-2000 rapporteert hij een afname van die berekende energie van 1,41 ± 0,16%. Dat is iets wezenlijk anders dan een gemeten totale energieafname met factor 2,7 gedurende duizend jaar. [11]

Archeomagnetisme kan oudere veldwaarden aan het oppervlak helpen reconstrueren, maar neemt deze fundamentele beperking niet weg. De factor 2,7 is dus niet gerechtvaardigd als empirisch vastgestelde duizendjarige afname van de volledige magnetische energie.

3. Oude veldregistraties tonen variatie, geen universeel verval

Afgekoelde lava en verhitte archeologische materialen kunnen een remanente magnetisatie bewaren; ook sedimenten registreren informatie over het vroegere veld. Daarmee kunnen onderzoekers oude veldrichtingen en, met aanvullende laboratoriumproeven en aannamen, intensiteiten reconstrueren. Dit zijn lokale registraties waaruit mondiale modellen worden afgeleid, geen rechtstreekse metingen van de totale kernenergie. [14][16][12]

De reconstructie CALS10k.1b van Korte en collega’s (2011) combineert archeomagnetische en sedimentgegevens. Zij vinden over het Holoceen relatief lagere dipoolmomenten in het oudere deel van de reconstructie en hogere waarden in de laatste drie millennia, met een geleidelijke overgang. Dat patroon past niet bij een eenvoudig, voortdurend afnemend dipoolveld. [16]

Ook dichter bij het heden blijkt de geschiedenis niet eenvoudig. Arneitz en collega’s reconstrueren in Journal of Geophysical Research: Solid Earth (2021) een daling van het axiale dipoolveld in de zestiende eeuw, gevolgd door een ongeveer stabiele periode tot rond 1900. Tegelijk benadrukken zij dat de dipoolgeschiedenis zelfs binnen de historische periode onzeker blijft. [9]

Een regionale waarschuwing komt uit de Levant rond 1000 v.Chr.: daar wijzen gegevens op een sterke intensiteitspiek, met een stijging en daling van ongeveer een factor twee. Davies en Constable (2017) laten zien waarom zo’n regionale anomalie niet als een even grote verandering van het mondiale dipoolmoment mag worden gelezen. [10]

De onzekerheden zijn reëel: dateringen, beperkte bemonstering en de ruimtelijke en temporele resolutie beïnvloeden de reconstructies. CALS10k.1b verwerkt gegevens- en ouderdomsonzekerheden statistisch en is vooral bedoeld als een robuuste grootschalige reconstructie, niet als een gedetailleerde registratie van iedere korte fluctuatie. [16]

Belangrijke nuance: een vroegere toename van de oppervlakte-intensiteit bewijst op zichzelf niet dat de totale interne energie toen toenam. Maar diezelfde gegevens kunnen evenmin aantonen dat die totale energie sinds het begin van de jaartelling voortdurend afnam. De claim van monotoon totaalverval gaat verder dan wat deze registraties meten.

4. De geodynamo krijgt energie en herverdeelt het veld

De geodynamotheorie is geen onderdeel van de biologische evolutietheorie, maar een toepassing van elektromagnetisme en vloeistofdynamica. Stromend, elektrisch geleidend vloeibaar metaal in de buitenkern kan een bestaand magnetisch veld vervormen en versterken; de opgewekte elektrische stromen onderhouden het veld. Een dynamo zet daarbij mechanische energie om in magnetische energie, terwijl elektrische weerstand tegelijkertijd energie in warmte omzet. [6]

De energievoorziening berust vooral op de thermische en chemische ontwikkeling van de kern:

  • Afkoeling: warmte stroomt uit de kern weg. Onder geschikte omstandigheden ontstaan dichtheidsverschillen die thermische convectie aandrijven.
  • Kristallisatie van de binnenkern: bij het bevriezen komt latente warmte vrij.
  • Compositieverschillen: groei van de binnenkern brengt lichte elementen in de vloeistof, waardoor relatief licht materiaal opstijgt en zwaarte-energie beschikbaar komt.

De aardrotatie organiseert deze convectieve bewegingen via de corioliskracht. Zij is daarmee belangrijk voor de stromingsgeometrie, maar moet niet worden verward met de genoemde belangrijkste energiebronnen. [6]

Dat het model complex is, maakt het niet ontoereikend. Glatzmaier en Roberts publiceerden in Nature (1995) een zelfconsistente driedimensionale simulatie die in modeltijd meer dan 40.000 jaar een veld onderhield en spontaan een dipoolompoling voortbracht. Dit bewijst niet dat ieder detail van de echte kern correct was gemodelleerd; het toont wel dat onderhoud en ompoling uit dezelfde fysica kunnen ontstaan, zonder voorgeschreven zondvloed. [1]

Een moderne illustratie van herverdeling staat in Finlay en collega’s: tussen 1970 en 2010 daalde het dipoolaandeel in hun energieanalyse aan het kernoppervlak van 45% naar 42%, terwijl het niet-dipoolaandeel steeg van 55% naar 58%. De totale weergegeven energie bleef daarbij vrijwel constant. Deze analyse betreft het gereconstrueerde veld aan het kernoppervlak, begrensd tot sferische harmonische graad 12; zij is dus niet identiek aan de volledige volume-integraal binnen de kern. [5]

Dat onderscheid voorkomt een spiegelbeeldige overdrijving: ook deze studie bewijst niet dat alle kernenergie constant blijft. Zij toont dat dipoolverlies en totaalverlies verschillende vragen zijn.

Er blijven bovendien open vragen over onder meer de warmtegeleiding van kernmateriaal en de energievoorziening voordat de binnenkern ontstond. Zulke onzekerheden zijn wezenlijk voor de lange-termijngeschiedenis, maar bewijzen geen voortdurend totaalverval en leveren geen grens van 10.000 jaar op. [6]

5. Snelle richtingsverandering bewijst geen wereldwijde zondvloed

Paleomagnetische ompolingen zijn echte verschijnselen: opeenvolgende gesteenten en sedimenten bewaren perioden met tegengestelde veldpolariteit. Volgens USGS verloopt de ompolingsgeschiedenis onregelmatig, zonder vaste periodiciteit. [14] Maar drie verschillende zaken mogen niet worden samengevoegd: een snelle richtingsverandering op één plaats, een volledige mondiale polariteitswisseling en de totale duur van een instabiele overgangsperiode.

Davies en Constable (2020) laten zien dat geodynamosimulaties uitzonderlijk snelle lokale richtingsveranderingen kunnen voortbrengen. Zulke gebeurtenissen komen ook voor in simulaties zonder ompolingen en kunnen ver van een ompoling in de tijd liggen. De snelste veranderingen treden vaak op wanneer het veld zwak is. [8] Fysisch is dat begrijpelijk: als een dominante bijdrage klein wordt, kunnen veranderingen in andere componenten de richting van het resterende lokale veld sterk beïnvloeden. Een snel draaiende kompasrichting betekent dus niet dat alle magnetische energie even snel verdwijnt.

De laatste volledige ompoling biedt een concrete toets. Singer en collega’s combineren in Science Advances (2019) lavaregistraties met mariene sedimenten en Antarctische ijsgegevens. Zij plaatsen de uiteindelijke Matuyama-Brunhes-ompoling rond 773.000 jaar geleden. De voorafgaande geschiedenis bevat verzwakking, herstel en hernieuwde instabiliteit en beslaat volgens hun reconstructie minstens ongeveer 22.000 jaar; de laatste polariteitswisseling zelf eindigde binnen minder dan ongeveer 4.000 jaar. [7]

Deze getallen zijn niet bedoeld als universele ompolingsduur. Ze illustreren waarom een korte episode binnen een overgang niet gelijkstaat aan de duur van het gehele proces. Verschillende archieven en definities kunnen verschillende tijdschalen opleveren.

Zelfs als een uitzonderlijk snelle magnetische verandering overtuigend wordt vastgesteld, volgt daaruit geen overstroming. Daarvoor is afzonderlijk bewijs nodig voor watertransport, afzettingsprocessen en mondiale gelijktijdigheid. Een magnetische registratie dateert en beschrijft veldgedrag; zij identificeert niet automatisch de oorzaak als een zondvloed. De koppeling in het creationistische model is dus een extra hypothese, niet een gevolg van snelle ompolingen.

6. Synthese: wat het veld wel over ouderdom vertelt

De doorslaggevende vergelijking betreft niet ‘eenvoudig’ tegenover ‘ingewikkeld’, maar de vraag welke aannamen de waarnemingen dragen.

BeoordelingspuntVoortdurend vervallende oorspronkelijke voorraadAangedreven geodynamo
EnergiemechanismeVeronderstelt dat verliezen niet door veldopwekking worden gecompenseerd.Omvat inductie door stroming én elektrische dissipatie.
Betekenis van recente dipoolafnameWordt achterwaarts als vervalklok gebruikt.Kan mede voortkomen uit fluxtransport en veranderende veldstructuur.
Reikwijdte van de metingenDe claim betreft totale energie, maar buitenmetingen bepalen het interne veld niet uniek.Interne eigenschappen worden modelmatig geschat; die beperking blijft bestaan.
Ompolingen en tijdschaalDe aangehaalde verklaring koppelt snelle ompolingen aan de zondvloed.Zelfconsistente simulaties kunnen onderhoud, excursies en ompolingen voortbrengen.

De fysische en observationele basis voor deze vergelijking staat in de inductievergelijking, de erkende onwaarneembaarheid van delen van het kernveld en de simulaties en analyses hierboven. [15][11][5][1] De geodynamo hoeft niet ieder historisch detail exact te voorspellen om de veronderstelde vervalklok ongeldig te maken. Omgekeerd bewijst een onzekere reconstructie niet dat een specifiek creationistisch alternatief klopt.

Er is bovendien positief bewijs voor een zeer oud veld. Het overzicht Sustaining Earth’s magnetic dynamo bespreekt paleomagnetische aanwijzingen voor een dynamo van minstens ongeveer 3,4 miljard jaar oud. Nog oudere claims, waaronder circa 4,2 miljard jaar, blijven omstreden; die onzekerheid hoort expliciet bij de interpretatie. [6]

De beste schatting van de aardouderdom is ongeveer 4,54 miljard jaar. Die berust niet op het terugrekenen van de recente dipoolafname, maar op radiometrische gegevens, waaronder loodisotopen in meteorieten en aardse materialen. [17]

De gerechtvaardigde conclusie is daarom beperkt maar duidelijk: de recente verzwakking van het dipoolveld levert geen bovengrens van 10.000 jaar voor de aarde op. De volledige magnetische energie over duizend jaar is niet rechtstreeks vastgesteld, voortdurend totaalverval is niet aangetoond en de aarde bezit een fysisch aangedreven mechanisme voor veldonderhoud. De magnetische geschiedenis past bij een oude, dynamisch veranderende aarde; de precieze ouderdom volgt uit onafhankelijke geochronologie.

Referenties

  1. A three-dimensional self-consistent computer simulation of a geomagnetic field reversal | Nature nature.com
  2. Can the earth be dated from decay of its magnetic field?. pubs.usgs.gov
  3. Evidence for a Young World · Creation.com creation.com
  4. Research Page – Geodynamo science.gsfc.nasa.gov
  5. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4737809/
  6. nhm.uio.no nhm.uio.no
  7. science.org science.org
  8. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7338531/
  9. agupubs.onlinelibrary.wiley.com agupubs.onlinelibrary.wiley.com
  10. pmc.ncbi.nlm.nih.gov pmc.ncbi.nlm.nih.gov
  11. Earth’s Magnetic Field creationresearch.org
  12. pmc.ncbi.nlm.nih.gov pmc.ncbi.nlm.nih.gov
  13. academic.oup.com academic.oup.com
  14. usgs.gov usgs.gov
  15. igppweb.ucsd.edu igppweb.ucsd.edu
  16. sciencedirect.com sciencedirect.com
  17. Geologic Time: Age of the Earth pubs.usgs.gov

Aanvulling

Humphreys verwerpt de moderne magnetohydrodynamische (MHD) theorie, die het bestaan ​​van zonne-, sterren- en planetaire magnetische velden verklaart, als “zeer complex en ontoereikend”. Welnu, hij heeft gedeeltelijk gelijk. MHD-vergelijkingen zijn inderdaad zeer complex en sterk “niet-lineair” – een wiskundige term die betekent dat je een computer nodig hebt om ze op te lossen. MHD-vergelijkingen zijn gebaseerd op degelijke natuurkunde. Het probleem is alleen dat ze erg lastig op te lossen zijn. Dit heeft de vooruitgang in het daadwerkelijk begrijpen van de aard van de opwekking van het aardmagnetisch veld in de gesmolten ijzeren kern vertraagd. (Om nog maar te zwijgen van het feit dat de kern zich duizenden kilometers onder de grond bevindt, buiten ons zicht.)

Desalniettemin is het duidelijk uit de elektromagnetische theorie dat elektrische stromen in combinatie met convectie in de gesmolten ijzeren kern (MHD) zeker het aardmagnetisch veld kunnen genereren. Dat een theorie wiskundig moeilijk is, betekent niet dat ze onjuist is. (De meest accurate theorie in de natuurkunde, de kwantumelektrodynamica, is ook extreem complex.) En MHD is absoluut niet ontoereikend. (De computers zijn dat.)

Dus, in principe kan Humphreys het idee van een oude aarde niet echt afwijzen door te zeggen: “Jeetje, MHD is zo ontzettend moeilijk – er moet een andere verklaring zijn.” Maar hij probeert het toch, en niet verrassend genoeg sluit zijn verklaring aan bij een jonge aarde. Zijn paleogeomagnetische theorie (ook wel “de geschiedenis van het aardmagnetisch veld” genoemd) stelt dat het veld is ontstaan ​​zonder enige energiebron, dus moet het geleidelijk “vervallen” (afnemen in de loop der tijd).

Het enige concrete bewijs dat hij heeft, voor zover ik kan zien, is dat het aardmagnetisch veld de afgelopen duizenden jaren inderdaad is verzwakt, zoals blijkt uit “fossiel magnetisme”. Fossiel magnetisme laat echter ook zien dat het veld in de loop van de geologische tijd is toegenomen, afgenomen en zelfs omgekeerd (noord- en zuidpool wisselen van positie), dus mijn eerste gedachte is: “Het is de laatste tijd afgenomen, nou en?” Humphreys verwerpt natuurlijk de geologische tijd.

Een ander aspect van Humphreys’ theorie zijn de veronderstelde snelle schommelingen en omkeringen van het magnetische veld, beginnend met de zondvloed van Noach en aanhoudend gedurende enkele duizenden jaren daarna. Anderen hebben Humphreys’ vermeende bewijs voor deze snelle omkeringen onderzocht en reageerden daarop met een “Hè?”. Kort gezegd: er bestaat geen dergelijk bewijs. Het is verbazingwekkend hoe creationisten degelijk, wetenschappelijk onderbouwd bewijs afwijzen, terwijl ze tegelijkertijd hun argumenten versterken met het meest flinterdunne, ongefundeerde “bewijs”. [1]

[1] https://prism-redfern.org/topics/youngearth.html


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *