Redenering van Logos instituut

6. Veel aardlagen zijn te scherp verbogen

verbogen aardlagen

In veel bergachtige gebieden vinden we aardlagen van honderden meters dikte die geplooid en gevouwen zijn in de vorm van een haarspeld. De gangbare geologische tijdschaal verklaart dat deze formaties al honderden miljoenen jaren diep begraven lagen en versteend waren, voordat ze werden geplooid. Het plooien heeft echter plaatsgevonden zonder barsten, in bochten die zo klein zijn dat de volledige lagenformatie nog nat en zacht geweest moest zijn toen deze geplooid werd. Dit betekent dat het plooien in minder dan enkele duizenden jaren na het afzetten van die lagen moet hebben plaatsgevonden.

Scherpe, haarspeldvormige plooien tonen aan dat gesteentelagen sterk zijn vervormd. Ze bewijzen niet dat de lagen toen nog nat en zacht waren, en leveren op zichzelf geen klok voor de ouderdom van de afzetting of de aarde.

Weerlegging

  • Geen dilemma tussen bros gesteente en nat sediment: gesteente kan onder bepaalde omstandigheden ductiel vervormen zonder als natte modder te zijn. Dezelfde rots is bij hogere druk minder geneigd te breken; hogere temperatuur en lagere vervormingssnelheid bevorderen vervorming door kruip en herschikking van atomen [9][137.0-1].
  • Verschillende mechanismen vormen plooien: in verhard gesteente kan drukoplossing mineraal oplossen op plekken met hoge spanning, opgeloste stof via korrelgrenzen verplaatsen en elders laten neerslaan. Korrelgrensverschuiving en herkristallisatie helpen de vervorming accommoderen; bij flexural slip schuiven verharde lagen langs elkaar terwijl ze buigen [14][174.1-5][102.0]. Dat zijn processen in gesteente, niet het bewijs van een nog zachte sedimentmassa.
  • Een doorlopende plooi sluit microscopische vervorming niet uit: macroscopische lagen kunnen continu lijken, terwijl dunne doorsneden drukoplossingsnaden, foliatie/splijting, glijvlakken, aders of kleine breuken laten zien. Geologen onderzoeken juist zulke kenmerken; studies van geplooide gesteenten documenteren ook breuken en aders die met de vervorming samenhangen [4][174.1-5].
  • Afzetting, verharding en plooien worden apart onderzocht: veldrelaties zoals welke lagen een plooi afsnijdt of juist meebuigen, groeistrata, aders en splijting leveren de relatieve volgorde. Dunne doorsneden tonen korrelvervorming en herkristallisatie; mineralen kunnen metamorfose of vorming van een vervormingsfabric dateren. Thermochronologie registreert thermische geschiedenis en afkoeling, terwijl U-Pb-datering van calcietaders en K-Ar-datering van illiet aanvullende leeftijden voor vervormingsfasen kunnen geven [16][142.1-3]. In de Vaca Muerta-formatie combineerden onderzoekers structuuronderzoek met 22 U-Pb-dateringen van ader-cementen; zij onderscheidden laagparallelle verkorting in het Laat-Krijt-Paleoceen van syn- tot postplooiingsvervorming in het Paleoceen-Mioceen [4].
  • Plooien kunnen lokaal snel ontstaan, zonder jonge aarde te impliceren: de laat-Pleistocene Lisan-formatie bij de Dode Zee bevat plooi- en breuksystemen die zijn gevormd door slumping en massatransport in zacht sediment. Dat is een voorbeeld van een plaatselijke vervorming rond de tijd van afzetting, niet van een algemene ouderdomsgrens voor de aarde [17]. Ook tectonische plooiing kan episodisch verlopen: groeifasen kunnen onderbroken zijn en in duur verschillen [11].

De aangevallen voorstelling is bovendien geen algemene regel van de geologie. Geologen beweren niet dat iedere laag overal honderden miljoenen jaren diep begraven en volledig versteend bleef voordat zij in één enkele gebeurtenis plooide. Afzetting, begraving, diagenese, vervorming en opheffing kunnen in uiteenlopende volgordes en fasen plaatsvinden; die geschiedenis wordt per gebied met veldrelaties en datering gereconstrueerd. De Vaca Muerta-chronologie illustreert precies zulke onderscheiden vervormingsfasen [4].

Conclusie: een scherpe plooi is geen bewijs dat een laag nat was of slechts enkele duizenden jaren oud. De vorm alleen laat de vervormingsmechanismen, temperatuur, druk, snelheid en ouderdom niet vaststellen; die worden bepaald uit microstructuren, veldrelaties, metamorfose en datering.

Referenties

  1. earthquake.usgs.gov earthquake.usgs.gov
  2. sciencedirect.com sciencedirect.com
  3. Overview of the geologic effects of the November 14, 2016, Mw 7.8 Kaikoura, New Zealand, earthquake pubs.usgs.gov
  4. sciencedirect.com sciencedirect.com
  5. Timing, sequence, duration and rate of deformation in fold-and-thrust belts: a review of traditional approaches and recent advances from absolute dating (K–Ar illite/U–Pb calcite) of brittle structures comptes-rendus.academie-sciences.fr
  6. lyellcollection.org lyellcollection.org
  7. ocw.mit.edu ocw.mit.edu
  8. se.copernicus.org se.copernicus.org
  9. Deformation of Rock www2.tulane.edu
  10. comptes-rendus.academie-sciences.fr comptes-rendus.academie-sciences.fr
  11. se.copernicus.org se.copernicus.org
  12. Deformation by pressure solution and grain boundary sliding in a retrograde shear zone in southern New England, USA | U.S. Geological Survey usgs.gov
  13. 12.2 Folding – Physical Geology – 2nd Edition opentextbc.ca
  14. agupubs.onlinelibrary.wiley.com agupubs.onlinelibrary.wiley.com
  15. PSGT1. Geologic Structures and Deformation Regimes psgt.earth.lsa.umich.edu
  16. pubs.usgs.gov pubs.usgs.gov
  17. tau.ac.il tau.ac.il

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *