Samenvatting

De documentaire hypothese is binnen de bijbelwetenschap het dominante model om de wording van de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel — de Tora of Pentateuch (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium) — te verklaren. Volgens deze hypothese is de Tora niet het werk van één auteur (vanouds aan Mozes toegeschreven), maar het resultaat van een lang proces waarin vier afzonderlijke literaire bronnen — aangeduid met de letters J, E, D en P — werden samengevoegd en uiteindelijk geredigeerd tot de canonieke tekst die wij nu kennen. Dit rapport behandelt de oorsprong van de theorie, de kenmerken van elke bron, het empirische bewijsmateriaal, de geschiedenis van het onderzoek vanaf de achttiende eeuw, de belangrijkste kritiek en alternatieve modellen, en de stand van het hedendaagse debat.

1. Wat is de documentaire hypothese?

De documentaire hypothese (vaak afgekort tot DH) stelt dat de Tora is samengesteld uit vier onafhankelijke documenten die ieder een eigen theologische invalshoek, stijl en vocabulaire bezitten. De letters verwijzen naar de goddelijke namen of de inhoud:

  • J (Jahwist) — de bron die de naam JHWH (Jahweh) hanteert;
  • E (Elohist) — de bron die de meer algemene naam Elohim gebruikt;
  • D (Deuteronomist) — de bron die de kern vormt van Deuteronomium 12–26;
  • P (Priesterlijke bron) — de bron met de priesterlijke code, offers en genealogieën.

Deze bronnen werden in een proces van eeuwen samengeweven door redacteuren, in de canonieke theorie vaak aangeduid als R of Rᴰ (van redactor of Redaktor). Het resultaat is een tekst die op veel plaatsen twee of meer parallelle versies van hetzelfde verhaal bevat — een fenomeen dat in de bijbelwetenschap doubletten wordt genoemd [1] [2].

De theorie wordt ook wel de “klassieke documentaire hypothese” of de Graf-Wellhausen-hypothese genoemd, naar de twee negentiende-eeuwse geleerden die haar in de meest invloedrijke vorm hebben gebracht.

2. Historische ontwikkeling van de theorie

2.1 Jean Astruc (1753): de eerste bronkritiek

De grondslag voor de hele theorie werd in 1753 gelegd door de Franse arts en bijbelgeleerde Jean Astruc (1684–1766). In zijn anoniem verschenen werk Conjectures sur les mémoires originaux dont il paroit que Moyse s’est servi pour composer le livre de la Genèse merkte Astruc op dat in Genesis de godsnaam Elohim wordt gebruikt tot aan hoofdstuk 3, terwijl vanaf hoofdstuk 4 de naam JHWH opduikt. Bovendien ontdekte hij dat de Tora twee afzonderlijke, naast elkaar staande verhalen combineert — bijvoorbeeld twee scheppingsverhalen en twee zondvloedverhalen. Astruc concludeerde dat Mozes gebruik had gemaakt van twee oude bronnen, die hij “A” en “B” noemde, en die hij aanduidde op basis van de verschillende godsnamen [50].

2.2 Johann Gottfried Eichhorn (1780): de “oudere documentaire hypothese”

Astrucs werk werd vanaf 1780 systematisch uitgewerkt door de Duitse geleerde Johann Gottfried Eichhorn, die de term Urkunde (oorkonde) introduceerde. In de loop van de negentiende eeuw splitsten andere onderzoekers, zoals Karl David Ilgen, de bronnen verder op: Ilgen onderscheidde al een afzonderlijke “priesterlijke” component [9].

2.3 Wilhelm Martin Leberecht de Wette (1805): de ontdekking van D

De Wette toonde in 1805 aan dat Deuteronomium 12–26 een aparte, laat te dateren laag vormt die sterk afwijkt van de rest van het boek. Hij verbond deze tekst met de religieuze hervorming van koning Josia (ca. 622 v.Chr.), zoals beschreven in 2 Koningen 22–23. Daarmee introduceerde hij de “D-bron” als een afzonderlijk document [11].

2.4 Hermann Hupfeld (1853): vier bronnen

In 1853 stelde Hermann Hupfeld voor het eerst een model met vier bronnen voor, waarbij hij de Priesterlijke bron (P) als een zelfstandig document onderscheidde van J en E. Dit doorbrak het oudere model van drie bronnen en legde de basis voor de latere synthese.

2.5 Karl Heinrich Graf en Julius Wellhausen (1866–1883): de synthese

De theorie bereikte haar klassieke vorm door de samenwerking tussen de Duitse geleerden Karl Heinrich Graf en Julius Wellhausen. Wellhausen publiceerde in 1878 en vooral in 1883 zijn Prolegomena zur Geschichte Israels, waarin hij de vier bronnen in een chronologische volgorde plaatste en de ontwikkeling van de Israëlitische godsdienst beschreef:

  1. J (10e–9e eeuw v.Chr.) — vroegste bron, geassocieerd met het hof van koning Salomo in Juda;
  2. E (9e–8e eeuw v.Chr.) — bron uit het noordelijke koninkrijk Israël, mogelijk geschreven door priesters die na de val van Samaria (722 v.Chr.) naar Juda vluchtten;
  3. D (7e eeuw v.Chr., ca. 622 v.Chr.) — ontstaan in de context van de Josia-hervorming;
  4. P (6e–5e eeuw v.Chr.) — laatste laag, geschreven tijdens of kort na de Babylonische ballingschap [2] [5].

Het model van Wellhausen bleef meer dan een eeuw het dominante kader in het bijbelwetenschappelijk onderzoek.

3. De vier bronnen: kenmerken en inhoud

3.1 J — de Jahwist

  • Datering: ca. 950 v.Chr. (tiende eeuw v.Chr., tijd van Salomo), of in de negende eeuw volgens andere geleerden.
  • Godsnaam: gebruikt consequent JHWH (Jahweh) vanaf het begin van de mensheid.
  • Theologie: God wordt voorgesteld als een persoonlijk, antropomorf wezen die met de mensen wandelt (Genesis 3:8), die naar beneden daalt om de toren van Babel te zien (Genesis 11:5), en die de geur ruikt van Noachs offer (Genesis 8:21). Hij wordt “de God van Abraham, Isaak en Jakob” genoemd.
  • Stijl: levendig, vertellend, met een sterk nationaal bewustzijn vanuit het perspectief van het zuidelijke koninkrijk Juda.
  • Theologische thema’s: beloften aan de aartsvaders, het verbondsvolk, de “kieskeurige” uitverkiezing, oog voor cultuur en beschaving (J beschrijft de bakermat van de beschaving).
  • Belangrijke passages: Genesis 2:4b–3:24 (tweede scheppingsverhaal, paradijs); Genesis 4:1b–16 (Kaïn en Abel); een deel van de zondvloed; het verbond met Noach; de roeping van Abram; veel van de aartsvaderverhalen; het verbond met Abraham; het verhaal van Sodom en Gomorra; de binding van Isaak; Jakob en Esau; Jozef [9].

3.2 E — de Elohist

  • Datering: ca. 850 v.Chr. (negende eeuw v.Chr.), uit het noordelijke koninkrijk Israël, mogelijk geschreven door priesters die na de val van Samaria (722 v.Chr.) naar Juda vluchtten.
  • Godsnaam: gebruikt Elohim tot aan de openbaring van de naam JHWH aan Mozes (Exodus 3).
  • Theologie: een meer verheven, abstracte Godsvoorstelling. God verschijnt in dromen (zoals aan Jakob in Bethel, Genesis 28) en in angstaanjagende openbaringen. E is moralistischer dan J — de zonde van de mens en Gods reactie erop krijgen meer nadruk.
  • Stijl: soberder, met minder antropomorfe beschrijvingen dan J.
  • Voorkeur voor noordelijke tradities: verhalen over de stam Efraïm, de helden Jozua en Jozef.
  • Belangrijke passages: delen van de aartsvaderverhalen; de roeping van Mozes bij de brandende braamstruik; delen van de woestijnreis; de verbondscode (Exodus 20:23–23:19); veel van de wetgeving in het boek Numeri [9].

3.3 D — de Deuteronomist

  • Datering: zevende eeuw v.Chr., kort voor of tijdens de hervorming van koning Josia (ca. 622 v.Chr.), of, in een herzien model, samengesteld tijdens de Babylonische ballingschap (zesde eeuw v.Chr.) door de “Deuteronomistische school”.
  • Theologie: centralisatie van de cultus in Jeruzalem (één heiligdom, verbod op lokale altaren); het verbond tussen Israël en JHWH als een oud-oriëntaalse verdragstraditie (suzerneïteitsverdrag) met zegeningen en vervloekingen; nadruk op gehoorzaamheid aan de wet, liefde tot God, en gerechtigheid voor de armen.
  • Stijl: prekerig, met lange toespraken, herhalingen en parenetische oproepen.
  • Belangrijke passages: Deuteronomium 12–26 (de “Deuteronomische wetgeving” of Dtn), en het grootste deel van de redevoeringen van Mozes in Deuteronomium [11].

3.4 P — de Priesterlijke bron

  • Datering: zesde tot vijfde eeuw v.Chr., tijdens of kort na de Babylonische ballingschap (586–539 v.Chr.), mogelijk door priesters in Babel geschreven.
  • Theologie: God openbaart zich stapsgewijs: eerst als Elohim, dan als El Sjaddaj aan de aartsvaders, en ten slotte onder de naam JHWH aan Mozes (Exodus 6:2–3). Sterke nadruk op heiligheid, rituele zuiverheid van land en volk, sabbat, besnijdenis, priesters, offerrituelen en de tabernakel.
  • Stijl: formeel, repetitief, droog, met veel genealogieën, lijsten en systematische ordeningen. Veel formuleringen zijn bijna “technisch”.
  • Belangrijke passages: Genesis 1:1–2:4a (het scheppingsverhaal met de zes dagen); het tweede deel van de zondvloed; de tafel der volken; de genealogie van Sem; het verbond met Abraham in Genesis 17; Exodus 25–31 en 35–40 (bouw en inwijding van de tabernakel); het grootste deel van Leviticus (met name de “Heiligheidswet” Leviticus 17–26); Numeri 1–10, 15–20, 25–31, 33–36 [10].

De vier bronnen werden volgens de theorie in fasen samengevoegd. J en E werden het eerst verenigd tot “JE”, daarna gecombineerd met D, en ten slotte samengevoegd met P, mogelijk door een redacteur die in de traditie staat van Ezra.

4. Het empirische bewijsmateriaal

4.1 Twee scheppingsverhalen

Genesis 1:1–2:4a beschrijft de schepping in zes dagen, eindigend met de mens, man en vrouw tegelijk geschapen naar Gods beeld. Genesis 2:4b–3:24 vertelt een ander verhaal: de mens wordt eerst uit het stof gevormd, de dieren worden geschapen omdat “het niet goed was dat de mens alleen was”, en Eva wordt uit Adams rib gemaakt. Het eerste verhaal is systematisch en kosmisch (toegeschreven aan P), het tweede is antropocentrisch en verhalend (toegeschreven aan J). Het naast elkaar bestaan van deze twee versies zonder harmonisatie wordt gezien als een van de sterkste aanwijzingen voor afzonderlijke bronnen [1].

4.2 De zondvloed als vervlochten verhaal

Genesis 6–9 bevat twee parallelle zondvloedverhalen die in elkaar zijn verweven. In het ene verhaal (J) neemt Noach twee van elke onreine en zeven van elke reine diersoort mee, duurt de vloed 40 dagen, en wordt de regenboog gesteld als teken. In het andere (P) neemt Noach twee van elke diersoort mee, duurt de vloed 150 dagen, en wordt de ark volgens precieze specificaties gebouwd. In de uiteindelijke tekst wisselen de zinnen van deze twee versies elkaar af, wat wordt geïnterpreteerd als bewijs voor het bestaan van twee oorspronkelijk afzonderlijke verhalen [44].

4.3 De drie “vrouw-zuster”-verhalen

Genesis bevat een opvallende drievoudige herhaling van een motief: een patriarch geeft zijn vrouw uit voor zijn zus om zijn leven te redden. Dit motief duikt op bij Abraham en Sara (Genesis 12:10–20, toegeschreven aan J), opnieuw bij Abraham en Sara (Genesis 20, toegeschreven aan E), en bij Isaak en Rebekka (Genesis 26, vaak aan E toegeschreven). De herhaling van hetzelfde verhaalpatroon met slechts variaties in naam en context is een klassiek voorbeeld van bronnenduplicatie [1].

4.4 Het gebruik van de godsnamen

Eén van de meest opvallende kenmerken van Genesis is de ogenschijnlijke grens in het gebruik van godsnamen. Tot aan Genesis 2:4a wordt vrijwel uitsluitend Elohim gebruikt; vanaf Genesis 2:4b verschijnt JHWH. Bovendien lijken deze namen in de aartsvadergedeelten soms door elkaar te lopen, alsof twee teksten zijn samengevoegd. Dit fenomeen, door critici het “Elohims- versus Jahwisten-probleem” genoemd, was het startpunt voor Astrucs analyse [50].

4.5 De Tien Geboden: twee versies

Exodus 20:1–17 en Deuteronomium 5:6–21 bevatten twee verschillende versies van de Decaloog. Zo luidt het sabbatsgebod in Exodus: “Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt” (Exodus 20:8), terwijl Deuteronomium luidt: “Bewaar de sabbatdag, dat u die heiligt” (Deuteronomium 5:12). Zulke kleine maar consistente verschillen wijzen op verschillende literaire milieus en ondersteunen de hypothese van afzonderlijke bronnen.

4.6 Verschillen in vocabulaire en stijl

Elke bron heeft eigen typische woordenschat. Zo gebruikt P consequent uitdrukkingen als “naar hun soort” (Genesis 1), “tot een eeuwig verbond”, en “voor de ogen van het volk”. D gebruikt typisch deuteronomistische taal als “met heel uw hart en heel uw ziel”. J en E verschillen in godsnamen en in bepaalde theologische voorstellingen — J bijvoorbeeld laat God “wandelen” in de hof, terwijl E meer afstandelijke beschrijvingen hanteert.

4.7 Theologische verschillen

  • P schetst een God die zijn naam JHWH pas aan Mozes openbaart (Exodus 6:2–3), wat impliceert dat de aartsvaders die naam niet kenden — een fundamentele inconsistentie als de tekst als één geheel wordt gelezen.
  • J stelt een God voor die fysiek aanwezig is bij de mensen.
  • E toont een God die meer afstandelijk is en via dromen spreekt.
  • D centraliseert de cultus in Jeruzalem en benadrukt verbondstrouw.

5. Kritiek en alternatieve theorieën

5.1 De fragmentarische hypothese

De fragmentarische hypothese (Duitse Fragmentenhypothese), ontwikkeld door Johann Severin Vater en voortgezet door Alexander Geddes, was de oudste theorie over de samenstelling van de Pentateuch. Volgens deze opvatting is de Tora een compilatie van vele korte, onafhankelijke fragmenten die door een redacteur tot een geheel werden samengevoegd. Naarmate de bronnenkritiek vorderde, werd deze theorie verdrongen door de documentaire hypothese, maar elementen ervan keren terug in latere modellen [2].

5.2 De supplementaire hypothese

Vanaf het begin van de twintigste eeuw ontstond de supplementaire hypothese, verdedigd door onder anderen Yehezkel Kaufmann (1937). Deze theorie accepteert het bestaan van J en D, maar ontkent een zelfstandige, omvangrijke E-bron. In plaats daarvan zou een latere “priesterlijke” auteur (P) of een redactionele school de oudere verhalen hebben aangevuld en uitgebreid. P wordt in dit model chronologisch vroeg geplaatst — vóór of parallel aan D — in plaats van laat. Dit maakt de theorie gevoeliger voor het behoud van de tekstuele eenheid en de historische betrouwbaarheid [20].

5.3 De fragmentatiecompositiehypothese (Rendtorff)

In de jaren zeventig stelde Rolf Rendtorff een model voor waarin de Tora niet uit doorlopende documenten bestaat, maar uit kleinere “traditiecomplexen” (bijvoorbeeld de aartsvaderverhalen, de uittochtverhalen, de woestijnreis). Elk van deze complexen zou een eigen ontwikkeling hebben gekend voordat ze werden samengevoegd. Dit zette een belangrijk vraagteken bij de veronderstelling van doorlopende documenten J en E.

5.4 Kritiek van Van Seters en Schmid

John Van Seters betoogde in Abraham in History and Tradition (1975) dat de aartsvaderverhalen veel jonger zijn dan J of E en pas in de Perzische periode (zesde–vierde eeuw v.Chr.) hun huidige literaire vorm kregen. Hans Heinrich Schmid en andere Europese geleerden stelden dat J en E geen zelfstandige documenten zijn, maar redactiefasen van één groeiende traditie.

5.4 De huidige stand van zaken

Sinds de jaren tachtig is de klassieke Wellhausen-versie van de documentaire hypothese in onbruik geraakt. Een consensus ontbreekt, maar de meeste geleerden aanvaarden nog steeds dat de Tora uit meerdere bronnen is samengesteld. Een populaire tussenpositie is de “neo-documentaire hypothese”, die uitgaat van slechts drie hoofdbronnen (J, D en P) zonder een afzonderlijke Elohist. Daarnaast winnen modellen terrein die de Tora in de Perzische of zelfs vroeg-Hellenistische periode situeren (vijfde–derde eeuw v.Chr.), in lijn met de these van een uitgebreide redactie in de tijd van Ezra en Nehemia [1] [5].

6. Hedendaagse betekenis en implicaties

De documentaire hypothese heeft geleid tot een blijvende verschuiving in de manier waarop de Tora wordt gelezen — niet als een monolithisch document van één auteur, maar als een literair artefact dat een lange traditie van vertellen, hervertellen en theologisch herinterpreteren weerspiegelt. De theorie maakte de weg vrij voor:

  • historisch-kritische exegese die literaire eenheden, genres en redactielagen van elkaar scheidt;
  • theologische pluriformiteit binnen de bijbel — de erkenning dat verschillende auteurs verschillende godsbeelden en ethische perspectieven hanteerden;
  • studie van de redactionele groei van teksten, waarbij niet alleen de eindredactie maar ook tussenfasen worden gereconstrueerd;
  • vergelijking met andere oud-Near-Eastern literatuur, zoals Hettitische verdragen (voor D) en Mesopotamische scheppings- en zondvloedverhalen (voor P en J).

De theorie blijft echter ook in de eenentwintigste eeuw controversieel, zowel binnen de academische bijbelwetenschap als in religieuze gemeenschappen die de Tora beschouwen als door God geopenbaarde Schrift. Conservatieve en fundamentalistisch-evangelische benaderingen verwerpen de hypothese en handhaven de traditionele Mozaïsche auteurschap, terwijl de meeste academische bijbelwetenschappers erkennen dat de tekst het product is van een langdurig compositieproces.

7. Conclusie

De documentaire hypothese blijft een van de meest invloedrijke en tegelijkertijd meest bediscussieerde theorieën in de geschiedenis van het bijbelonderzoek. Door de Tora te lezen als een composiet van vier bronnen — J, E, D en P — biedt zij een verklaring voor een reeks tekstuele verschijnselen (herhalingen, wisselingen in godsnamen, stijlverschillen, theologische spanningen) die moeilijk anders te rijmen zijn. Tegelijkertijd dwingen de tekortkomingen van het klassieke model, en de groeiende kennis van de Israëlitische en bredere oud-oosterse context, onderzoekers ertoe voortdurend te zoeken naar betere modellen. Of de toekomst ligt in verfijningen van de documentaire hypothese, in de supplementaire hypothese of in geheel nieuwe compositietheorieën, de nalatenschap van Astruc, Eichhorn, de Wette, Hupfeld, Graf en Wellhausen blijft onmiskenbaar: de Tora is een tekst met een geschiedenis, en die geschiedenis is het bestuderen meer dan waard.

Referenties

  1. Documentary hypothesis. https://en.wikipedia.org/wiki/Documentary_hypothesis
  2. Documentaire hypothese. https://nl.wikipedia.org/wiki/Documentaire_hypothese
  3. The Yawn of JEDP. https://www.thegospelcoalition.org/blogs/justin-taylor/the-yawn-of-jedp/
  4. Documentaire hypothese, bronnentheorie. http://www.bijbelaantekeningen.nl/files/subject?3672
  5. The Documentary Hypothesis. https://biblearchaeology.org/research-articles/the-documentary-hypothesis/
  6. Non documentary hypothesis books : r/AcademicBiblical. https://www.reddit.com/r/AcademicBiblical/comments/11a7ln1/nondocumentaryhypothesis_books/
  7. Is the supplementary hypothesis or the documentary …. https://www.reddit.com/r/AcademicBiblical/comments/1988otn/isthesupplementaryhypothesisor_the/
  8. What are the main criticisms of the original Documentary …. https://www.quora.com/What-are-the-main-criticisms-of-the-original-Documentary-Hypothesis-and-what-alternative-theories-have-emerged
  9. Elohist. https://en.wikipedia.org/wiki/Elohist
  10. Priestly source. https://en.wikipedia.org/wiki/Priestly_source
  11. Deuteronomist. https://en.wikipedia.org/wiki/Deuteronomist
  12. Yahwist Definition, Content & Characteristics. https://study.com/academy/lesson/yahwist-overview-characteristics-facts-jahwist.html
  13. Elohist – Contradictions in the Bible. http://contradictionsinthebible.com/the-elohist/
  14. 1 A.2.1. PENTATEUCHAL CRITICISM1. https://jasonderouchie.com/wp-content/uploads/2014/05/Lect-02-Appendix-2.1-2.2.pdf
  15. A Critical Assessment of the Graf-Wellhausen …. https://www.aomin.org/aoblog/reformed-apologetics/a-critical-assessment-of-the-graf-wellhausen-documentary-hypothesis/
  16. The Making of the Pentateuch. https://en.wikipedia.org/wiki/TheMakingofthePentateuch
  17. Rolf Rendtorff (1925–2014). https://www.biblicalarchaeology.org/daily/archaeology-today/archaeologists-biblical-scholars-works/rolf-rendtorff-1925-2014/
  18. Abraham in History and Tradition: Van Seter, John. https://www.amazon.com/Abraham-History-Tradition-John-Seters/dp/1626549109
  19. Supplementary hypothesis. https://grokipedia.com/page/Supplementary_hypothesis
  20. Supplementary hypothesis. https://en.wikipedia.org/wiki/Supplementary_hypothesis
  21. Yahwist Source – Contradictions in the Bible. http://contradictionsinthebible.com/the-yahwist-2/
  22. Jahwist. https://en.wikipedia.org/wiki/Jahwist
  23. Yahwist source | Definition, Examples, & Facts. https://www.britannica.com/topic/Yahwist-source
  24. Jahwist. https://grokipedia.com/page/Jahwist
  25. 2 Kings 22 NIV – The Book of the Law Found – Josiah was. https://www.biblegateway.com/passage/?search=2%20Kings%2022&version=NIV
  26. What evidence is there to support Deuteronomy being …. https://christianity.stackexchange.com/questions/53335/what-evidence-is-there-to-support-deuteronomy-being-written-during-the-reign-of
  27. Commentary on 2 Kings 22:1-10 [14-20]; 23:1-3
  28. Back to the Source – 2 Kings 22:8-20. https://www.provroanoke.org/blog/back-to-the-source
  29. 2 Kings 22 – King Josiah Finds the Book of the Law. https://enduringword.com/bible-commentary/2-kings-22/
  30. Yehezkel Kaufmann: An Academic Defender of Israel’s …. https://www.thetorah.com/article/yehezkel-kaufmann-an-academic-defender-of-israels-religious-spirit
  31. Kaufmann, Ye?ezkel. https://www.encyclopedia.com/religion/encyclopedias-almanacs-transcripts-and-maps/kaufmann-yehezkel
  32. What is the ‘fragmentary hypothesis’ with reference to …. https://www.quora.com/What-is-the-fragmentary-hypothesis-with-reference-to-authorship-of-the-Pentateuch
  33. THE “CONJECTURES” OF JEAN ASTRUC, 1753. https://www.jstor.org/stable/43720512
  34. Jean Astruc. https://grants.hhp.uh.edu/clayne/HistoryofMC/HistoryMC/Astruc.htm
  35. Johann Gottfried Eichhorn | Old Testament, Exegesis …. https://www.britannica.com/biography/Johann-Gottfried-Eichhorn
  36. the books of the Old Testament. – Cloudfront.net. https://d3hgrlq6yacptf.cloudfront.net/5f1b07622ea6f/content/pages/documents/1593432368.pdf
  37. Fragmentary hypothesis – Wikipedia. https://en.wikipedia.org/wiki/Fragmentary_hypothesis
  38. Josiah. https://en.wikipedia.org/wiki/Josiah
  39. Leviticus 17-27 – The Holiness Code. https://enterthebible.org/passage/leviticus-17-27-the-holiness-code/
  40. Differences between Exodus 20 and Deuteronomy 5 …. https://www.facebook.com/groups/NerdyLanguageMajors/posts/4034649999970972/
  41. Holiness code. https://en.wikipedia.org/wiki/Holiness_code
  42. Introductory Issues in Deuteronomy. https://enterthebible.org/courses/deuteronomy/lessons/introductory-issues-in-deuteronomy/
  43. Repeating Stories in Genesis and Hints of the Shared …. https://lukeburrage.com/blog/archives/592
  44. Documentary Hypothesis: The Flood. https://www.sas.upenn.edu/~jtreat/rs/002/Judaism/jp-flood.html
  45. Bible – The Documentary Hypothesis – Joe Pellegrino. https://jpellegrino.com/teaching/backgrounds/bible-documentaryhypothesis.html
  46. Noah’s Repetition and Contradiction. https://www.jtsa.edu/torah/noahs-repetition-and-contradiction/
  47. Book of Genesis. https://en.wikipedia.org/wiki/BookofGenesis
  48. Conjectures sur les memoires originaux dont il paroit que …. https://archive.org/details/conjecturessurl00astr
  49. Conjectures sur les memoires originaux dont il paroit que …. https://books.google.com/books/about/Conjecturessurlesmemoiresoriginaux_d.html?hl=fr&id=xwhcAAAAQAAJ
  50. Jean Astruc. https://en.wikipedia.org/wiki/Jean_Astruc
  51. On the State of Pentateuchal Criticism. https://www.ancientjewreview.com/read/2014/11/30/bible-and-babel-on-the-state-of-pentateuchal-source-criticism
  52. Within hearing distance? Recent developments in …. https://scielo.org.za/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S1010-99192014000100008
  53. The Pentateuch. https://api.pageplace.de/preview/DT0400.9783161517501A27134533/preview-9783161517501A27134533.pdf

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *