Samenvatting

  • Kernonderscheid: Empathie is het vermogen om emotionele toestanden van anderen waar te nemen en daarvoor gevoelig te zijn, gekoppeld aan motivatie voor hun welzijn [9]; dat zij door evolutie is ontstaan verklaart haar oorsprong, maar maakt haar ervaring niet onecht -> behandel evolutie als ontstaansverklaring, niet als weerlegging.
  • Meervoudig mechanisme: Empathie omvat interne simulatie en is neurobiologisch complex [3]; meta-onderzoek vindt gedeeltelijk overlappende, maar niet volledig identieke netwerken [7] -> vermijd het beeld van een enkelvoudige empathieknop.
  • Samenwerkingsroutes: Evolutionaire modellen onderscheiden kin selection, directe en indirecte wederkerigheid, netwerkreciprociteit en groepsselectie [13] -> vraag bij empathisch gedrag welke sociale omstandigheden het konden ondersteunen, zonder een bewuste berekening te veronderstellen.
  • Ontwikkeling: Onderzoek rapporteert helpen, troosten, delen en samenwerken al bij kinderen van 12 tot 24 maanden [5], terwijl cultuur geëvolueerde emotionele disposities verder kan vormen [8] -> zie empathie als aangelegde capaciteit die door relaties en leren wordt ontwikkeld.
  • Primate-continuiteit: Mensen, chimpansees en bonobo’s zijn nauwer aan elkaar verwant dan aan gorilla’s [14], en niet-menselijke primaten vertonen prosociale en coöperatieve gedragingen [1] -> erken evolutionaire continuiteit zonder menselijke empathie gelijk te stellen aan apengedrag.
  • Contextafhankelijkheid: Bonobo’s waren in een bepaalde studie coöperatiever dan chimpansees in een samengeklonterde voedselsituatie, maar er was geen soortverschil in tolerantie en verschillen tussen paren bleven belangrijk [15] -> generaliseer niet van een gunstige context naar een vaste morele aard.
  • Normatieve grens: Volgens een meta-ethische analyse bevordert de evolutionaire rol van moreel denken vooral samenwerking en sociale cohesie, niet noodzakelijk het volgen van morele feiten [6] -> houd de vraag “waarom hebben wij deze neiging?” gescheiden van “waarom is deze handeling juist?”.
  • Praktische correctie: Parochiale empathie wordt onderzocht via cognitieve, affectieve, motivationele en gedragsmatige indicatoren [12], en een studie rapporteert vermindering ervan na mindfulness- en compassietraining [11] -> combineer meevoelen met perspectiefwisseling, eerlijke regels en kritische reflectie.

Het directe antwoord: oorsprong is geen weerlegging

Ja, een mens kan empathie hebben als empathie door evolutie is ontstaan. De vraag verwart twee betekenissen van “product”. In de eerste betekenis is evolutie een verklaring van de ontstaansgeschiedenis van een vermogen. In de tweede betekenis zou “product” betekenen: slechts een illusie, zonder echte ervaring of betekenis. Uit de eerste betekenis volgt de tweede niet.

De empirische literatuur beschrijft empathie niet als een morele fantasie, maar als een vermogen om de affectieve en cognitieve toestand van een ander intern te simuleren [3]. Een andere review omschrijft empathie als gevoeligheid voor de emotionele toestand van anderen, verbonden met motivatie om voor hun welzijn te zorgen [9]. Dat zijn beschrijvingen van werkelijke psychologische en lichamelijke processen. Dat zulke processen een evolutionaire geschiedenis hebben, maakt ze niet minder werkelijk dan zicht, pijn, geheugen of taal. Ook die vermogens zijn lichamelijk gerealiseerd en hebben een ontwikkelingsgeschiedenis; hun oorsprong maakt een waargenomen kleur of gevoelde pijn niet automatisch vals.

Een nuttig onderscheid bestaat uit drie verklaringsniveaus. Het eerste is de evolutionaire vraag: welke eigenschappen konden in vroegere populaties blijven bestaan? Het tweede is de proximate vraag: welke hersenprocessen, emoties, ontwikkelingsrelaties en sociale signalen brengen empathie nu voort? Het derde is de normatieve vraag: welke redenen hebben wij om iemand te helpen of een regel eerlijk te noemen? De Stanford Encyclopedia of Philosophy onderscheidt precies dit soort empirische vragen over de oorsprong van sympathie, schuld en normatief oordeel van de vraag welke redenen een overtuiging rechtvaardigen [8].

Daarom is “alleen maar evolutie” een te grove beschrijving. Een empathische reactie kan tegelijk steunen op een geëvolueerde gevoeligheid, een concrete opvoedingssituatie, een geleerd begrip van de ander en een bewuste beslissing. De factoren concurreren niet met elkaar. Evolutie levert een biologisch startpunt; ontwikkeling en cultuur bepalen mede hoe breed, betrouwbaar en reflectief dat startpunt wordt [5][8].

Beslisinzicht: accepteer de evolutionaire verklaring als antwoord op de vraag hoe empathie mogelijk werd, maar eis een afzonderlijk argument voordat je concludeert dat empathie daarom waardeloos, onwaar of moreel ongeldig is.

Vijf evolutionaire routes van verwantschap naar samenwerking

Evolutie hoeft empathie niet rechtstreeks te selecteren als een abstracte deugd. Zij kan eigenschappen bevoordelen die samenwerking waarschijnlijker maken. Empathie kan daarbij een proximate mechanisme zijn: een onmiddellijke gevoelsmatige motivatie die gedrag ondersteunt dat op populatieniveau voordelen heeft. Biologisch altruïsme en psychologisch altruïsme zijn niet hetzelfde. Psychologisch altruïsme gaat over zorg voor andermans welzijn en intentie; biologisch altruïsme wordt gedefinieerd door gevolgen voor fitness en zegt op zichzelf niets over het motief [8].

Evolutionaire routeMechanismeModelvoorwaardeRelevantie voor empathie
Kin selectionHulp aan genetische verwanten kan worden bevoordeeldHamiltons regel: r > c/b [13]Zorg voor familie hoeft niet voort te komen uit bewuste genetische berekening
Directe wederkerigheidDezelfde individuen ontmoeten elkaar herhaaldelijk en kunnen hulp terugbetalenDe kans w op een volgende ontmoeting moet groter zijn dan c/b [13]Meevoelen kan vertrouwen en terugkerende samenwerking ondersteunen
Indirecte wederkerigheidReputatie bepaalt wie later hulp ontvangtDe kans q om reputatie te kennen moet groter zijn dan c/b [13]Empathisch of behulpzaam gedrag kan publiek vertrouwen opbouwen
NetwerkreciprociteitSociale of ruimtelijke clustering laat samenwerkers elkaar vaker ontmoetenb/c > k, waarbij k het gemiddelde aantal buren is [13]Zorg kan geconcentreerd blijven in een netwerk waarin positieve interacties elkaar versterken
GroepsselectieGroepen met meer samenwerkers kunnen succesvoller zijn dan groepen met meer defectorsb/c > 1 + n/m, met n als groepsgrootte en m als aantal groepen [13]Gedeelde normen en groepscohesie kunnen samenwerking ondersteunen, maar ook buitenstaanders uitsluiten

De tabel beschrijft geen vijf soorten gevoelens. Het zijn modellen voor omstandigheden waarin samenwerking kan worden bevoordeeld. Dezelfde empathische ervaring kan dus in verschillende contexten ontstaan en verschillende gevolgen hebben. De modellen voorspellen evenmin dat mensen bewust de formules uitvoeren. De bron maakt juist duidelijk dat biologisch altruïsme niet wezenlijk over intenties of motieven gaat [8].

Casus: Nowaks vijfregelsmodel

Martin Nowaks overzicht is een nuttige casus omdat het niet één oorsprongsverhaal tot dogma maakt. De expliciete keuze van het model is om vijf mechanismen naast elkaar te leggen [13]. Het resultaat is een mechanistisch landschap: verwantschap, herhaalde interactie, reputatie, netwerkstructuur en groepsverschillen kunnen elk een andere route naar samenwerking bieden, onder verschillende voorwaarden [13].

De casus laat ook een grens van evolutionaire verklaringen zien. In het model is groepsselectie theoretisch en empirisch omstreden, en straf wordt niet duidelijk als zelfstandig mechanisme behandeld [13]. Hetzelfde zichtbare gedrag, bijvoorbeeld iemand helpen, kan dus meerdere evolutionaire routes hebben en behoeft aanvullend psychologisch onderzoek om het motief van de persoon te begrijpen.

Beslisinzicht: gebruik evolutionaire mechanismen om de plausibiliteit van empathische samenwerking te verklaren, maar gebruik ze niet als verborgen gedachtenlezer. Ze verklaren selectie op gedrag en disposities, niet automatisch de innerlijke betekenis van een concrete daad.

Brein en ontwikkeling: van simulatie naar zorg

De uitdrukking “empathie” verwijst naar meerdere processen. Wie andermans pijn opmerkt, kan iets van die toestand affectief delen; wie begrijpt waarom die persoon lijdt, gebruikt daarnaast perspectiefneming en mentaliseren; wie vervolgens wil helpen, voegt motivatie en zorg toe. Deze processen overlappen, maar vallen niet samen.

ProcesWat de bronnen ondersteunenAnalytische betekenis
Affectief delenEmpathie wordt beschreven als begrijpen en delen van emotionele en zintuiglijke gevoelens, terwijl die van de eigen gevoelens onderscheiden blijven [7]Meevoelen is niet hetzelfde als letterlijk dezelfde persoonlijke gebeurtenis ondergaan
Interne simulatieHet perception-actionmodel beschrijft automatische simulatie van andermans ervaring, die prosociaal gedrag kan bevorderen [7]Een lichamelijke resonantie kan de brug vormen tussen waarneming en zorg
Cognitief mentaliserenEmpathie, affectief mentaliseren en cognitief mentaliseren hebben gedeeltelijk overlappende en gedeeltelijk specifieke patronen; de precieze grens blijft onderwerp van debat [7]Goed begrijpen en sterk meevoelen zijn afzonderlijke vaardigheden die elkaar kunnen aanvullen
Neurale implementatieOnder meer fronto-insulaire en anterieure cingulaire gebieden worden genoemd, naast andere gebieden waarvoor de precieze rol minder eenduidig is [7]Empathie heeft een lichamelijke basis, maar geen bewijs voor één enkelvoudige module

Een meta-analyse vond gedeeltelijke overlap in netwerken voor cognitieve en affectieve mentalisering, onder meer in de mediale prefrontale, posterieure cingulaire en laterale temporale cortex [7]. Dat ondersteunt een samengesteld proces. Het bewijst niet dat een hersenactivatie op zichzelf een volledige empathische ervaring is, en het bewijst ook niet waarom empathie evolutionair ontstond; de bron waarschuwt expliciet voor die sprong [7].

De ontwikkeling maakt het beeld nog duidelijker. Studies rapporteren dat kinderen tussen 12 en 24 maanden helpen, troosten, delen en samenwerken [5]. Dat wijst op vroege prosociale mogelijkheden, niet op een volledig uitgewerkte, altijd betrouwbare moraal. Sociale interactie, taal, voorbeeldgedrag en culturele normen kunnen zulke mogelijkheden verfijnen; de filosofische literatuur bespreekt expliciet hoe cultuur geëvolueerde emotionele aanpassingen in normen kan verwerken [8].

Beslisinzicht: de beste verklaring is noch “empathie is puur aangeboren” noch “empathie is slechts aangeleerd”. Het is een geëvolueerde capaciteit die via brein, ontwikkeling en cultuur verschillende vormen krijgt en daarom ook trainbaar en corrigeerbaar is.

Casus Pan: continuiteit zonder gelijkheid

De vergelijking met mensapen maakt de evolutionaire vraag concreet. Genetische en fysieke overeenkomsten plaatsen Homo sapiens dicht bij de Afrikaanse mensapen; mensen, chimpansees en bonobo’s zijn nauwer aan elkaar verwant dan een van hen aan gorilla’s [14]. De twee levende Pan-soorten worden in de vergelijkende literatuur de naaste levende verwanten van de mens genoemd [16]. Dit maakt het aannemelijk dat sommige voorwaarden voor sociale gevoeligheid een oudere evolutionaire geschiedenis hebben dan de menselijke soort.

EntiteitEmpirische aanwijzingWat de aanwijzing niet bewijst
Homo sapiensMensen delen met chimpansees en bonobo’s een nauwe evolutionaire verwantschap [14][16]Verwantschap alleen bepaalt niet de inhoud van iedere menselijke morele norm
ChimpanseeNiet-menselijke primaten ondersteunen elkaar in gevechten en jagen samen [1]Zulk gedrag bewijst niet of de onderliggende motivatie egoistisch of onzelfzuchtig is
BonoboIn een studie waren bonobo’s coöperatiever dan chimpansees in een samengeklonterde situatie [15]Er was geen verschil in tolerantie, en verschillen tussen individuele paren of groepen bleven relevant [15]

Casus: bonobo’s, chimpansees en context

De bonobo-chimpanseevergelijking is een goede correctie op twee tegengestelde fouten. De eerste fout zegt dat empathie volledig uniek voor mensen is. De waargenomen ondersteuning en samenwerking bij niet-menselijke primaten laten zien dat prosociale bouwstenen ouder kunnen zijn dan menselijke taal en instituties [1]. De tweede fout zegt dat één apensoort daarom het eenvoudige model van de menselijke moraal levert.

De studie die bonobo’s en chimpansees vergeleek, rapporteerde een specifiek resultaat: bonobo’s waren coöperatiever in een samengeklonterde setting, maar er was geen soortverschil in tolerantie; bovendien konden dyadische en groepsgebonden verschillen belangrijker zijn dan een algemeen soortlabel [15]. De beslissing om context en tolerantie apart te analyseren is inhoudelijk belangrijk. Zij voorkomt dat “meer samenwerking in deze taak” wordt vertaald naar “van nature moreler”.

Daarmee wordt ook de status van dierlijke empathie beter afgebakend. Gedrag kan sterke aanwijzingen geven voor sociale gevoeligheid, maar het aangehaalde primatenonderzoek stelt niet vast of de innerlijke motivatie egoistisch of onzelfzuchtig is [1]. Bij mensen komt daar reflectie op redenen, taal en expliciete normvorming bij. Evolutionaire continuiteit maakt menselijke empathie begrijpelijker; zij maakt menselijk gedrag niet voorspelbaar en wist soortverschillen niet uit.

Beslisinzicht: neem mensapen als vergelijkingsmateriaal voor oude sociale vermogens, niet als een directe morele maatstaf. Beoordeel empathie altijd op drie niveaus: gedrag, vermoedelijk mechanisme en menselijke normatieve reflectie.

Empathie is niet automatisch universele moraal

Hier ligt de belangrijkste filosofische grens. De evolutietheorie kan verklaren waarom sympathie, zorg of groepsvoorkeur als disposities konden ontstaan. Een filosofisch overzicht stelt dat zulke disposities in vroege omgevingen met vooral kleinschalige groepsinteracties fitnessverhogend konden zijn [8]. Dat is een verklaring van verspreiding en functie. Het is nog geen antwoord op de vraag of een concrete vorm van zorg rechtvaardig is.

Filosofische stapWat zij wel zegtWat zij niet zelfstandig zegt
Evolutionaire verklaringSympathie en altruistische disposities kunnen historische voordelen hebben gehad [8]Dat een neiging daarom moreel juist is
Evolutionaire ontkrachtingAls moreel denken vooral samenwerking en cohesie bevordert, kan dat twijfel oproepen of het morele feiten volgt [6]Dat alle morele oordelen daarom vals zijn
Naturalistische drogredenMoore verbond het bezwaar tegen naturalistische definities van het goede aan de term “naturalistic fallacy” [17]Dat biologische verklaringen onwaar of irrelevant zijn
Normatieve rechtvaardigingMen kan vragen welke redenen een overtuiging of handeling ondersteunen [8]Dat die redenen al uit de evolutieformule volgen

De klassieke fout zou zijn: “Mensen zijn door selectie empathisch geworden, dus empathisch handelen is goed.” Dat argument verwisselt een is-vraag met een behoort-vraag. De omgekeerde fout is even problematisch: “Als empathie geselecteerd is, is zij slechts bedrog.” Dat is een evolutionair ontkrachtingsargument, maar volgens het overzicht blijven verschillende meta-ethische posities mogelijk, waaronder moreel realisme, expressivisme en error theory [8]. De evolutionaire herkomst beslist het debat dus niet alleen.

Casus: moreel realisme onder evolutionaire druk

Neem moreel realisme als filosofische positie die morele feiten serieus neemt. De evolutionaire uitdaging luidt dan: als morele oordelen zijn gevormd om samenwerking en cohesie te ondersteunen, waarom zouden zij betrouwbare toegang tot onafhankelijke morele feiten hebben [6]? Dat is een echte druk op een bepaalde rechtvaardiging van morele kennis.

De uitkomst is echter geen automatisch nihilisme. De bron over moraal en evolutie benadrukt dat een rationele morele overtuiging niet louter als causale uitkomst van biologische of psychologische krachten moet worden behandeld; men moet ook kijken naar de redenen die voor de overtuiging worden aangevoerd [8]. Een oorsprongsverklaring kan dus aanleiding zijn tot kritische controle, maar vervangt niet het normatieve gesprek.

Beslisinzicht: laat evolutie uitleggen waarom empathie beschikbaar is, maar laat redenen, consistentie, gevolgen en onpartijdigheid bepalen wanneer een beroep op empathie moreel overtuigt.

Van inzicht naar praktijk: empathie cultiveren zonder blind te vertrouwen

Als empathie echt is maar evolutionair gevormd, volgt daar geen passiviteit uit. Een evolutionaire capaciteit kan worden gestuurd. De praktische vraag is niet of men empathie moet uitschakelen, maar hoe men haar onmiddellijke signalen kan combineren met kennis en rechtvaardigheid.

StapControle-vraagBescherming tegen eenzijdigheid
MeevoelenWat gebeurt er emotioneel met deze persoon?Voorkom dat sterke emotie automatisch als volledig inzicht geldt
BegrijpenWelke omstandigheden, belangen en perspectieven mis ik?Voeg cognitief mentaliseren toe aan affectieve resonantie [7]
RechtvaardigenZou ik dezelfde regel toepassen op iemand buiten mijn eigen kring?Toets groepsvoorkeur aan expliciete en consistente normen [8]

Dit is geen pleidooi voor koude rationaliteit. De definitie van empathie bevat juist naast gevoeligheid ook motivatie om voor welzijn te zorgen [9]. Wel is directe empathie beperkt: haar intensiteit kan afhangen van nabijheid, herkenbaarheid en context. Daarom is compassie niet identiek aan meegesleept worden door één gezicht, en is een eerlijke regel soms nodig om zorg uit te breiden naar mensen die niet spontaan onze sympathie oproepen.

Casus: een interventie tegen parochiale empathie

Een studie rapporteert dat mindfulness-training parochiale empathie verminderde en dat compassietraining het sterkst was wanneer voor alle covariaten werd gecontroleerd [11]. De beslissing achter deze casus is praktisch relevant: men wacht niet af of een aangeboren sociale gevoeligheid vanzelf onpartijdig wordt, maar onderzoekt of aandacht en compassie haar kunnen bijsturen.

De uitkomst moet wel bescheiden worden gelezen. Zij toont wat deze studie rapporteert, niet dat één training in elke groep of situatie universeel werkt. De bredere review maakt bovendien duidelijk dat parochiale empathie cognitief, affectief, motivationeel en gedragsmatig kan worden gemeten [12]. Dat ondersteunt een betere praktijk: beoordeel niet alleen of iemand iets voelt, maar ook voor wie, met welk begrip, met welke intentie en met welk gedrag.

Een verantwoord menselijk antwoord bestaat daarom uit drie bewegingen: laat empathie het lijden zichtbaar maken, laat kennis de situatie verduidelijken en laat rechtvaardige normen bepalen of en hoe je handelt. Dit behoudt de kracht van empathie zonder haar als feilloos kompas te behandelen.

Beslisinzicht: behandel empathie als moreel grondmateriaal, niet als eindbeslissing. Oefen haar uit, verbreed haar bereik en controleer haar met perspectiefwisseling en consistente regels.

Synthese

De vraag wordt helder wanneer men de verschillende verklaringslagen niet tegen elkaar uitspeelt. Evolutie verklaart de beschikbaarheid van sociale gevoeligheid over lange populatiegeschiedenissen. Brein en ontwikkeling verklaren hoe die gevoeligheid in één persoon wordt uitgevoerd en gevormd. Cultuur en reflectie kunnen haar bereik uitbreiden of juist groepsgrenzen verstevigen. Meta-ethiek vraagt ten slotte of de uitkomsten van zulke processen voldoende reden geven voor een norm.

BenaderingMechanismeReikwijdteRuil en risicoBewijs en tijdshorizon
Evolutionaire samen-werkingVijf routes: verwant-schap, wederkerig-heid, netwerk-structuur en groepen [13]Populaties en terugkerende sociale interactiesZorg kan samenwer-king bevorderen, maar ook beperkt blijven tot verwanten of de eigen groep [8]Modellen en vergelijkende evolutie over lange tijd
Brein en ontwikkelingSimulatie, affectief en cognitief mentaliseren, motivatie voor welzijn [9][7]Het individu en diens relatiesResonantie kan helpen, maar overlap is gedeeltelijk en niet volledig begrepen [7]Neuro-imaging en ontwikkelingsonderzoek op individueel tijdsniveau
Mensapen-vergelijkingGedeelde prosociale bouwstenen en soortspecifieke contexten [16][1][15]Vergelijking tussen soorten en sociale systemenContinuiteit voorkomt een uniekheids-mythe; verschil in gedrag voorkomt een simpele natuurmytheGedrags-studies en evolutionaire verwant-schap
Cultuur en reflectieNormen, leren en redenen kunnen emotionele disposities verfijnen [8]Groepen, instituties en expliciete principesUitbreiding van zorg is mogelijk, maar culturele regels kunnen ook partijdigheid bestendigenOntwikkeling, geschiedenis en argumentatie
Meta-ethiekOnderscheid tussen oorsprong, waarheids-aanspraak en rechtvaardig-ing [17][6][8]Het niveau van morele kennis en geldigheidEvolutionaire ontkrachting is een serieuze uitdaging, geen automatische weerlegging van alle moraalFilosofische argumenten, niet alleen biologische data

De niet-obvious spanning is dus deze: hetzelfde evolutionaire verleden kan zowel de basis van zorg als de basis van partijdigheid leveren. Empathie maakt de ander voelbaar, maar zegt niet vanzelf welke anderen meetellen, welke feiten relevant zijn of welke regel iedereen gelijk behandelt. Bonobo- en chimpanzeegegevens tonen bovendien dat coöperatie contextafhankelijk is; neurale gegevens tonen dat empathie samengesteld is; de meta-ethiek toont dat oorsprong en geldigheid verschillende vragen zijn [15][7][8].

Het antwoord luidt daarom: de mens heeft empathie niet ondanks evolutie, maar mede dankzij een evolutionair gevormd vermogen tot sociale waarneming, hechting en samenwerking. Hij is echter niet uitsluitend het product van één selectiemechanisme. Ontwikkeling, relaties, taal, cultuur en redenen vormen hoe die capaciteit wordt gebruikt. En zelfs een volledige evolutionaire verklaring van haar oorsprong zou nog niet beslissen of empathie altijd voldoende, betrouwbaar of moreel doorslaggevend is.

Eindbeslissing: verwerp de tegenstelling tussen “evolutionair” en “echt”. Vraag in plaats daarvan afzonderlijk: hoe is empathie ontstaan, hoe werkt zij hier en nu, hoe kunnen wij haar vertekening corrigeren, en welke redenen maken een empathische handeling juist?

Referenties

  1. Prosocial primates: selfish and unselfish motivations – PMC. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC2936169/
  2. The Science of Empathy – PMC – NIH. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5513638/
  3. How we empathize with others: A neurobiological perspective. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3524680/
  4. The expression of empathy in human’s closest relatives …. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/brv.13080
  5. Early Development of Prosocial Behavior: Current Perspectives. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4306462/
  6. Moral Realism – Stanford Encyclopedia of Philosophy. https://plato.stanford.edu/entries/moral-realism/
  7. Overlapping and specific neural correlates for empathizing …. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC8410528/
  8. Morality and Evolutionary Biology. https://plato.stanford.edu/entries/morality-biology/
  9. Empathy as a driver of prosocial behaviour – PMC – NIH. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4685523/
  10. Affective and cognitive brain-networks are differently …. https://www.frontiersin.org/journals/psychology/articles/10.3389/fpsyg.2022.992935/full
  11. Effects of Brief Mindfulness Meditation and Compassion …. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10040311/
  12. Closing the empathy gap: A narrative review of the …. https://compass.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/spc3.12701
  13. Five rules for the evolution of cooperation – PMC. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3279745/
  14. http://humanorigins.si.edu/evidence/genetics*. http://humanorigins.si.edu/evidence/genetics
  15. http://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9810421*. http://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9810421
  16. http://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3498939*. http://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3498939
  17. Moral Non-Naturalism – Stanford Encyclopedia of Philosophy. https://plato.stanford.edu/entries/moral-non-naturalism/

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *