Inleiding
- Het boek Daniel bevat veel complexe vragen en konundra, waaronder de interpretatie van de zeventig ‘weken’ in Daniel 9.
- De auteur benadert dit door assumpties uit eerdere studies te herzien en een nieuwe interpretatie voor te stellen die aansluit bij de narratieve structuur.
- Doel: een alternatieve uitleg te bieden die de cijfers in Daniel 9 verklaart en past binnen de hele context van het boek.
Narratieve raamwerk
- Het boek plaatst Daniel rond 606/5 v.Chr., met de verovering van Jeruzalem door Nebukadnezar, wat het begin van de Babylonische ballingschap markeert.
- Het moment van gebed en visioen van Daniel (9:1) wordt geplaatst in het eerste jaar van Darius de Mede, kort na de val van Babylon in 539 v.Chr.
- Het verhaal benadrukt dat de ballingschap niet slechts een tijdelijke afwezigheid is, maar een periode van buitenlandse overheersing en onderdrukking tot een goddelijk ingrijpen.
Aanvang van de zeventig ‘weken’
- Daniel 9 citeert Jeremia’s profetie van zeventig jaren van verwoesting (9:2), dat symbool staat voor de desolatie van Jeruzalem en het volk.
- Gabriel onthult 70 ‘weken’ (9:21), die doorgaans geïnterpreteerd worden als blokken van zeven jaar, wat leidde tot complexe interpretaties tot nu toe.
- De eerste periode van zeven ‘weken’ begint met de verjaardagen van de herbouw van Jeruzalem na de decreet van Cyrus (538 v.Chr.).
Probleemstellingen en assumpties
- Het identificeren van de eerste ‘week’ (7 jaar) en de ‘anointed leader’ brengt grote interpretatieproblemen, met naoorlogse leiders zoals Zerubbabel en Jeshua.
- De interpretatie probeert niet strikt de letterlijke tijdsduur te volgen, maar ziet de ‘weken’ als symbolisch voor langere periodes, wat vragen oplevert over de opvolging en de chronologie.
- Belangrijk is de suggestie dat de zevens ‘weken’ niet noodzakelijk opeenvolgend hoeven te zijn, maar dat ze los van elkaar kunnen staan en zo een nieuwe interpretatieroute openen.
Herziening van aannames
- Het wordt voorgesteld dat het woord voor ‘weken’ niet per se letterlijk zeven jaar betekent, maar figuurlijk voor een langere periode, passend bij de context van de verwoesting en heropbouw.
- Het idee dat de drie delen (7 + 62 + 1 week) achtereenvolgend verlopen, wordt betwijfeld; het zou kunnen dat ze niet direct opeenvolgend zijn, wat een andere chronologie mogelijk maakt.
- Het ‘anointed leader’ (de gezalfde leider) wordt niet noodzakelijk verbonden aan dezelfde persoon in alle drie de periodes; het kunnen verschillende leiders zijn.
Herwaardering van de chronologie en interpretatie
- Door de periode van 7 weken te relateren aan de periode van 538 v.Chr. tot 489 v.Chr., wordt een nieuwe inschatting van de tijdlijn mogelijk, die aansluit bij de gebeurtenissen in Jeruzalem en de Makkabese revolte.
- De laatste ‘week’ wordt gekoppeld aan 170–163 v.Chr., een periode waarin Antiochus IV Epiphanes de Joden onder druk zette en de tempel ontheiligde.
- Onias III wordt geïdentificeerd als de ‘gezalfde’ die wordt gedood rond 170 v.Chr., als overgang tussen de eerste en laatste periode van de ‘weken’.
Identificatie van de ‘gezalfde’
- Onias III wordt gepresenteerd als de juiste kandidaat voor de ‘gezalfde’ die wordt gestorven bij de overgang van de 62ste naar de 63ste ‘week’.
- Zijn dood zou het einde markeren van een periode van stabiele Zadokitische priesters en daarmee een symbolische afsluiting van een oud tijdperk in Jeruzalem.
- Zijn sterfdatum wordt geschat rond augustus 170 v.Chr., wat goed aansluit bij de chronologie van de gebeurtenissen in die periode.
De tweede fase en de nieuwe chronologie
- De resterende 62 ‘weken’ (436 jaar) worden gereconstrueerd van 605 v.Chr. tot 171 v.Chr., de datum van de val van Jeruzalem en de verwoesting door Babylon.
- Dit biedt een interpretatie waarbij de volledige periode van ballingschap en onderdrukking wordt gezien als een lange duur, niet slechts Jeruzalem’s verwoesting.
- De nieuwe interpretatie wijzigt het traditionele begrip van de ‘weken’ en ziet het als symbolisch voor een lange periode van buitenlandse overheersing, met inbegrip van de verdrijving van de oude priesterlijke macht.
Hervatting van de interpretatie en implicaties
- De nieuwe schema maakt het mogelijk om de verwoesting in 587 v.Chr. en de herbouw in circa 164 v.Chr. te plaatsen binnen een continuüm van 441 jaar, met het ‘begin’ van de laatste ‘week’ rond 170 v.Chr.
- Het herdefiniëren van de ‘weken’ sluit aan bij de theologische boodschap dat de bevrijding en het herstel van Israël door Gods ingrijpen moeten komen, niet door menselijke revolutie.
- Onias III wordt zo gezien als een voorbeeld van de gelovige die trouw bleef ondanks onderdrukking, wat de apocalyptische toon en boodschap van het boek versterkt.
Conclusie en bredere implicaties
- De voorgestelde interpretatie biedt een coherente, historische en literaire verklaring voor de cijfers in Daniel 9, die beter samengaat met de narratieve structuur en theologie van het boek.
- Het wijzigt de lengte en aard van de ‘weken’ als symbolische periodes en benadrukt dat de tekst niet strikt kalendermatige interpretaties vraagt.
- Het suggereert dat de tekst het langdurige periodiseringsprincipe van godsvolk als dodende en herstellende macht wil versterken, met Onias III als symbolisch vertegenwoordiger.
Geef een reactie