Samenvatting
- Hebreeuwse Neologisme: De term baramin werd in 1941 door Frank L. Marsh gemunt vanuit de Hebreeuwse woorden bara (creeren) en min (soort), als creationistisch alternatief voor evolutionaire taxonomie -> Begrijp dat baraminologie geworteld is in een letterlijke bijbelse lezing van Genesis, niet in conventionele biologische theorievorming.
- Institutionalisering in 1990: Walter ReMine introduceerde vier baraminische categorieen op de Second International Conference on Creationism; Kurt Wise koppelde deze aan zijn jong-aarde-creationisme en noemde het geheel “baraminologie” -> Erken dat het vakgebied pas vanaf 1990 een formele structuur kreeg, decennia na Marsh’s oorspronkelijke concept.
- Hybridisatie als Voldoende Voorwaarde: Marsh stelde in 1944 dat succesvolle hybridisatie voldoende was om twee soorten tot dezelfde baramin te rekenen, maar niet noodzakelijk -> De marge voor reproductieve barrières binnen een “soort” laat creationisten toe speciatie te accepteren zonder gemeenschappelijke afstamming.
- Statistische Methodologie met Fenetische Basis: Het BDIST-algoritme berekent paarsgewijze baraminische afstandscorrelaties op discrete kenmerkmatrices; MDS visualiseert deze als clusters; bootstrapping test robuustheid -> De methodologie lijkt oppervlakkig op standaard biostatistiek, maar de interpretatie verschilt fundamenteel: continuïteit wijst op een gemeenschappelijke “created kind,” discontinuïteit op aparte scheppingsgebeurtenissen.
- Entropie-Filtering als Nieuwste Toevoeging: Cserhati (2019) introduceerde Shannon-entropie-filtering om laag-informatieve kenmerken te verwijderen, wat volgens creationisten de grenzen tussen baramins scherper maakt -> Deze methode adresseert de bekende “over-lumping”-tendens van BDIST, maar verandert niet het fundamentele probleem dat de uitkomst vooraf vastligt.
- 66 Studies Samengevat: Todd Wood’s overzicht uit 2006 catalogiseerde 66 baraminologische studies over tientallen taxa -> Ondanks het aanzienlijke aantal publicaties blijft het veld geisoleerd van de hoofdstroom-taxonomie.
- Senter’s Ironische Toepassing: Phil Senter (2010) paste baraminologische methoden (CMDS) toe op dinosaurier-data en demonstreerde morphologische continuïteit tussen vogels en non-avische coelurosauriers, wat het creationistische model direct ondermijnde -> De eigen methoden van baraminologie kunnen evolutionaire continuïteit aantonen, wat de neutraliteit van het framework in gevaar brengt.
- Gishlick’s Ge Nuanceerde Kritiek: Alan Gishlick (2006) erkende de verrassende gedetailleerdheid en interne consistentie van baraminologische methoden, maar verwierp hun geldigheid voor biologische classificatie -> Zelfs een kritische reviewer geeft toe dat de methodologie oppervlakkig rigoureus oogt; het probleem ligt in de presupposities, niet per se in de berekeningen.
- Reeves’ Statistische Evaluatie: Colin Reeves (2021) identificeerde fundamentele statistische tekortkomingen in BDC en MDS-toepassingen binnen baraminologie -> De creationistische eigen statistische kritiek (uit het eigen Answers Research Journal) versterkt de twijfel aan de methodologische validiteit.
- Genomica als Nieuwe Frontier: Recent onderzoek gebruikt chloroplast-genomen (Cucurbitaceae, 2024) en mitochondriaal DNA (Crocodylia) om holobaramins te definiëren -> De verschuiving van morphologie naar genomics weerspiegelt een poging om objectiever te lijken, maar hetzelfde creationistische framework beperkt de interpretabele uitkomsten.
Historische Oorsprong: Marsh (1941), ReMine (1990) en Wise (1990)
De conceptuele wortels van de baraminologie reiken terug tot de negentiende-eeuwse debatten tussen evolutie en creationisme, lang voordat de term “baramin” bestond. De formele beginpunt kwam in 1941, toen Frank Lewis Marsh het neologisme “baramin” munten in zijn boek Fundamental Biology. Marsh construeerde de term uit de Hebreeuwse woorden bara (creeren) en min (soort), als aanduiding voor de oorspronkelijk geschapen organismensoorten beschreven in Genesis [16]. In Evolution, Creation, and Science (ca. 1944) formuleerde Marsh zijn hybridisatiecriterium: twee soorten behoren tot dezelfde baramin als ze succesvol kunnen hybridiseren en levensvatbare nakomelingen produceren [16]. Dit criterium was voldoende maar niet noodzakelijk – Marsh erkende dat speciatie (bijvoorbeeld in Drosophila) reproductieve barrières kan creeren binnen een created kind.
Marsh’s werk bleef decennialang zonder een formeel systematisch raamwerk. Dat veranderde in 1990, toen Walter ReMine op de Second International Conference on Creationism in Pittsburgh zijn “discontinuity systematics” presenteerde. ReMine introduceerde daar vier taxonomische categorieen – holobaramin, monobaramin, apobaramin en polybaramin – en ontwikkelde het concept van “successive approximation” als standaardprocedure [15]. Later diezelfde conferentieweek nam Kurt Wise, die sinds 1983 intensief met ReMine had samengewerkt, diens discontinuity systematics over, koppelde het aan zijn eigen jong-aarde-creationisme, en verklaarde dat de naam van deze nieuwe systematische procedure “baraminology” was [15].
In 2003 verfijnden Wood, Wise, Sanders en Doran het framework verder om een waargenomen gebrek aan formele structuur aan te pakken [16]. Todd Wood’s invloedrijke overzicht uit 2006 in de Creation Research Society Quarterly catalogiseerde de resultaten van 66 baraminologische studies en stelde vast dat het veld aanzienlijk was gegroeid, hoewel kritiek van zowel evolutionisten als creationisten verder onderzoek vereiste [5].
Taxonomische Indeling: De Vier Baraminische Categorieen van ReMine
De classificatie van baraminologie verschilt fundamenteel van de Linneaanse en cladistische taxonomie. Waar de conventionele biologie organismen indeelt op basis van fylogenetische verwantschap, definieert baraminologie groepen op basis van continuïteit (morphologische of genetische verbondenheid) en discontinuïteit (het ontbreken daarvan). De vier categorieen die ReMine in 1990 formuleerde vormen het analytische raamwerk [7]:
| Categorie | Definitie | Conventioneel Equivalent |
|---|---|---|
| Holobaramin | Alle bekende levende en uitgestorven vormen die genetische verwantschap delen via een gemeenschappelijke geschapen oorsprong | Holophylie |
| Monobaramin | Een groep met alleen organismen die door continuïteit verwant zijn (deelverzameling van een holobaramin) | Monophylie |
| Apobaramin | Een groep die meerdere holobaramins bevat, gedefinieerd door discontinuïteit van buitenaf | Paraphylie |
| Polybaramin | Een willekeurige mengeling van organismen uit meerdere holobaramins | Polyphylie |
De holobaramin is het uiteindelijke doel van baraminologisch onderzoek: het identificeren van een volledige “created kind.” In Wise’s analogie van de “neocreationist orchard” is elke holobaramin een volledige boom, terwijl monobaramins takken van die boom vertegenwoordigen Practical Baraminology – creation.com. Baraminologen erkennen holobaramins echter niet als absoluut onderscheiden van apobaramins of monobaramins; de classificatie is per definitie provisioneel en onderhevig aan “successive approximation” – de iteratieve procedure waarbij groepen stapsgewijs worden verfijnd naarmate meer data beschikbaar komt [20].
Deze provisionele aard is tegelijkertijd een strength en een zwakte: het staat het veld toe om bevindingen te herzien, maar het maakt het ook onmogelijk om een baraminologische classificatie definitief te falsificeren, wat een fundamentele asymmetrie introduceert ten opzichte van de conventionele wetenschap.
Statistische Methoden: BDIST, BDC, MDS en Entropie-Filtering
De methodologie van de baraminologie heeft zich ontwikkeld van Marsh’s puur hybridisatie-criterium naar een reeks kwantitatieve technieken. Het meest gebruikte algoritme is BDIST, een fenetisch algoritme dat paarsgewijze correlaties en baraminische afstanden berekent tussen alle soortenparen in een studie, gebaseerd op een matrix van discrete kenmerkstaten [1]. De operationele stappen van BDIST zijn: (1) invoer van een soort-bij-kenmerk matrix, (2) berekening van de paarsgewijze baraminische afstand en correlatie, (3) toepassing van een “character relevance cutoff” om slecht gerepresenteerde kenmerken te verwijderen, en (4) generatie van de uiteindelijke BDC-matrix (Baraminic Distance Correlation matrix) [1].
Een hoge positieve baraminische afstandscorrelatie impliceert morphologische continuïteit en waarschijnlijk lidmaatschap van dezelfde baramin; een significante negatieve correlatie suggereert discontinuïteit [14]. Om deze hoog-dimensionale data te visualiseren, gebruikt BDIST Multidimensional Scaling (MDS), dat soorten projecteert in een laag-dimensionale ruimte (typisch 2D) waarbij de Euclidische afstanden tussen punten de oorspronkelijke correlaties benaderen [1]. De betrouwbaarheid van deze projectie wordt gekwantificeerd door een stressgrafiek; een stresswaarde onder 0,1 wordt beschouwd als betrouwbaar [1].
Statistische robuustheid wordt getest via bootstrapping: de kenmerkmatrix wordt geresampleerd om replicaat-datasets te genereren, en paren die consistent clusteren over replicaten ontvangen hoge bootstrap-percentages (95% of hoger) [1]. In 2005 introduceerde Todd Wood een standaard multivariate techniek, multidimensional scaling (MDS), in de baraminologie [5]. Later werd 3D-MDS toegevoegd om complexere ruimtelijke patronen zichtbaar te maken [16].
Een bekend probleem van BDIST is “over-lumping”: de methode neigt ertoe soorten in een kleiner aantal baramins te groeperen dan werkelijk het geval lijkt te zijn Baraminology methods – creation.com. Om dit tegen te gaan, introduceerde Cserhati (2019) een entropie-gebaseerde filteringmethode. Deze past eerst een rij- en kolomfilter toe om soorten en kenmerken met een te hoog percentage ontbrekende waarden te verwijderen, en berekent vervolgens de Shannon-entropie voor elk kenmerk. Kenmerken met zeer lage entropie (minimale variatie, zoals een trait die universeel is voor alle soorten in de dataset) worden uitgefilterd omdat ze niet-diagnostisch zijn en correlaties kunstmatig verhogen, waardoor echte discontinuïteit wordt gemaskeerd [1].
| Methode | Functie | Jaar van Introductie |
|---|---|---|
| BDIST-algoritme | Paarsgewijze baraminische afstandscorrelatie | ca. 2003 |
| BDC-matrix | Visualisatie van correlatiepatronen | ca. 2003 |
| Character relevance cutoff | Filteren van laag-gerepresenteerde kenmerken | ca. 2003 |
| Multidimensional Scaling (MDS) | Ordinatie en visualisatie van clusters | 2005 (Wood) |
| Bootstrapping | Testen van robuustheid van groeperingen | ca. 2003 |
| 3D-MDS | Complexere ruimtelijke visualisatie | na 2005 |
| Shannon-entropie-filtering | Verwijderen van niet-diagnostische kenmerken | 2019 (Cserhati) |
De entropie-filtering verhoogt de gemiddelde informatie-inhoud van de matrix en verscherpt de grenzen tussen baramins in de resulterende BDIST-analyse. Desalniettemin blijft het fundamentele probleem dat de interpretatie van “continuïteit” versus “discontinuïteit” vooraf wordt bepaald door het creationistische framework.
Case Study 1: De Holobaraminische Oorsprong van Katten (Robinson, 1998)
De studie van D.A. Robinson uit 1998, gepubliceerd in de Creation Research Society Quarterly, behoort tot de vroegste en meest geciteerde kwantitatieve baraminologische analyses. Robinson onderzocht de Felidae (kattenfamilie) en verwante superfamilie Aeluroidea met behulp van baraminische afstandsanalyse. De resultaten toonden baraminische afstandscorrelaties van ongeveer 0,455 voor Aeluroidea, 0,482 voor Felidae, 0,811 voor Subgroep A en 0,666 voor Subgroep C [14]. Deze waarden werden geinterperteerd als bewijs voor een holobaraminische oorsprong: alle leden van de kattenfamilie behoren tot een enkele created kind.
De betekenis van deze studie ligt in haar methodologische precedent. Robinson was een van de eersten die een kwantitatieve benadering toepaste op een specifieke taxa-groep binnen het baraminologische framework. De relatief hoge correlaties binnen subgroepen (0,811 voor Subgroep A) versus de lagere correlaties tussen bredere groepen (0,455 voor Aeluroidea) illustreren het principe van “successive approximation”: de interne continuïteit is sterker dan de externe, wat de holobaraminische hypothese ondersteunt.
Critici wijzen er echter op dat dezelfde data verklaard kunnen worden door evolutionaire fylogenie: hoge morphologische overeenkomst binnen een familie is precies wat men verwacht bij gemeenschappelijke afstamming. De baraminologische interpretatie verschilt niet in de data, maar in de presuppositie dat discontinuïteit tussen families wijst op afzonderlijke scheppingsgebeurtenissen in plaats van divergentie uit een gemeenschappelijke voorouder.
Case Study 2: Paarden en Discontinuïteit (Brophy, 2022-2023)
De studie van T.R. Brophy uit 2022, gepubliceerd via Liberty University, onderzocht de monobaraminische status van paarden (Perissodactyla: Equidae) met behulp van nieuwe baraminologische methoden en datasets. Brophy stelde vast dat de resultaten van de eerstegeneratie statistische baraminologie-methoden vergelijkbaar waren met die van nieuwere methoden, en beide bevestigden de monobaraminische status van de paarden New Baraminological Methods Confirm Monobaraminic Status of the Horses – Liberty University. Een vervolgstudie uit 2023, gepresenteerd op de Ninth International Conference on Creationism, had als doel discontinuïteit tussen paarden en outgroup-taxa te detecteren, maar vond geen consistente discontinuïteit [22].
Dit is een opmerkelijke bevinding met belangrijke implicaties. Baraminologie probeert holobaramins te identificeren door zowel continuïteit binnen als discontinuïteit tussen groepen aan te tonen. De afwezigheid van consistente discontinuïteit tussen paarden en outgroup-taxa betekent dat men de grenzen van de holobaramin niet scherp kan trekken – een probleem dat in de conventionele taxonomie wordt opgelost door fylogenetische analyse, maar in baraminologie een onopgeloste methodologische lacune vormt. De studie illustreert een fundamentele spanning: hoe meer data wordt toegevoegd, hoe moeilijker het wordt om scherpe discontinuïteiten te vinden, wat de creationistische hypothese van afzonderlijke geschapen soorten onder druk zet.
Case Study 3: Senter’s Ironische Toepassing op Dinosauriers (2010)
De meest verrassende wending in de baraminologische geschiedenis kwam van buiten het creationistische kamp. Phil Senter, een evolutionair bioloog, publiceerde in 2010 een studie in het Journal of Evolutionary Biology waarin hij klassieke multidimensional scaling (CMDS) – een standaard baraminologische techniek – toepaste op coelurosaurische dinosaurier-data. Zijn bevinding: CMDS onthulde morphologische continuïteit tussen Archaeopteryx, vroege vogels en non-avische coelurosauriers [35]. Dit resultaat demonstreert evolutionaire continuïteit in het dinosaurier-fossielenbestand – precies het tegenovergestelde van wat baraminologie beoogt aan te tonen.
Senter’s strategie was briljant in zijn eenvoud: door de methoden van de tegenstander te gebruiken, ontweek hij de standaard creationistische tegenwerping dat evolutionisten hun eigen aannames in de analyse inbouwen. Todd Wood reageerde op zijn blog op de publicatie en erkende dat Senter’s bevindingen serieus genomen moesten worden, al betoogde hij dat CMDS niet het “sine qua non” van baraminologie was Classic Multidimensional Scaling and Baraminology – Answers in Genesis. Wood’s reactie illustreert een patroon in het veld: wanneer baraminologische methoden evolutionaire resultaten opleveren, wordt de methode in kwestie herzien of gerelativeerd, terwijl dezelfde methode als valide wordt beschouwd wanneer ze creationistische resultaten ondersteunt – een klassiek voorbeeld van confirmation bias.
Wetenschappelijke Kritiek en Controverses
De kritiek op baraminologie komt van meerdere kanten en op meerdere niveaus. De breedste kritiek is dat baraminologie als pseudowetenschap wordt geclassificeerd door de algemeen wetenschappelijke gemeenschap, een status die wordt versterkt door institutionele verklaringen van organisaties zoals de US National Academy of Sciences [16]. De kern van dit verwijt is dat baraminologie begint met een vaste conclusie (Genesis is waar) en vervolgens methoden toepast om die conclusie te ondersteunen, wat de wetenschappelijke methode – die beginnen met hypothesen en deze toetst tegen empirische data – schendt.
Alan Gishlick’s overzicht uit 2006, gepubliceerd door de National Center for Science Education (NCSE), bood een genuanceerdere kritiek. Gishlick erkende de “verrassende gedetailleerdheid en interne consistentie” van de baraminologische methoden, maar verwierp hun geldigheid voor het vestigen van biologische classificaties NCSE Baraminology. Gishlick stelde dat de basistaak van baraminologie – het zoeken naar “grenzen in de geschiedenis van het leven” – onmogelijk is zonder vooraf te definiëren wat een grens is, wat noodzakelijkerwijs terugvalt op creationistische presupposities.
Colin R. Reeves leverde in 2021 een interne kritiek vanuit het creationistische kamp zelf, gepubliceerd in het Answers Research Journal. Reeves identificeerde fundamentele statistische tekortkomingen in de BDC-techniek (Baraminic Distance Correlation). De BDC gebruikt typisch een afstandsmetriek die simpelweg het aantal “matches” tussen kenmerkstaten telt, wat volgens Reeves onvoldoende rekening houdt met de informatiewaarde van individuele kenmerken en de niet-onafhankelijkheid van kenmerkstaten [4]. Reeves’ evaluatie is bijzonder significant omdat het vanuit het eigen creationistische publicatieplatform komt en daarmee een zeldzame vorm van interne methodologische kritiek vertegenwoordigt.
Op Facebook-groepen en fora wordt baraminologie bovendien bekritiseerd vanwege het ontbreken van een formele theoretische basis en praktische middelen om claims te verifiëren [18]. Wikipedia’s artikel over “Created kind” stelt dat baraminology “zwaar bekritiseerd is vanwege het gebrek aan rigoureuze tests en post-study verwerping van data om de bevindingen beter te laten passen bij de gewenste resultaten” en dat het, door gemeenschappelijke afstamming te ontkennen, “inconsistente resultaten produceert die ook conflicteren met bewijs dat door de biologie is ontdekt” [16].
Recente Ontwikkelingen: Genomica, Entropie-Filtering en Nieuwe Datasets
Het veld heeft de afgelopen jaren een verschuiving ondergaan van puur morphologie-gebaseerde analyses naar de integratie van genomische data. Een studie over Cucurbitaceae (komkommerachtigen), gepubliceerd in 2024 in het Answers Research Journal, demonstreerde hoe chloroplast-genomen kunnen worden gebruikt om soorten in holobaramins te classificeren [26]. Een vergelijkbare studie onderzocht Crocodylia op basis van mitochondriaal DNA [12]. De verschuiving naar genomics weerspiegelt een poging om objectiever te lijken, omdat DNA-sequenties minder subjectief zijn dan morphologische kenmerktoewijzingen.
Een voorstel voor een nieuw criterium voor baraminologie – “genomic equivalence” – werd gepubliceerd via CoreSci, met het argument dat genomische equivalentie de grenzen van een baramin kan bepalen die alle genetische variatie omvat die empirisch mogelijk is binnen een created kind [24]. Ook creation.com publiceerde in 2021 een vergelijking tussen morphologie-gebaseerde en genomics-gebaseerde baraminologische methoden, waarbij de sterke en zwakke punten van beide benaderingen werden geëvalueerd [13].
De New Creation Blog biedt een toegankelijke introductie tot het vakgebied (gepubliceerd juni 2025), waarin de nadruk ligt op continuïteit en discontinuïteit als kernconcepten en de rol van ReMine’s discontinuity systematics als voorloper van baraminologie [6]. De Classification in Baraminology-pagina van ZooCreation (Chad Arment, 2024) plaatst de baraminologische classificatie expliciet in de context van drie classificatiesystemen die creationisten moeten onderscheiden: wetenschappelijke classificatie (Linneaans, cladistisch), etnozoologische classificatie (hoe bijbelse organismen door oude culturen werden georganiseerd), en baraminologische classificatie [7].
Synthese: Baraminologie in Hedendaags Perspectief
Baraminologie bevindt zich in een unieke en problematische positie binnen de bio-systematiek. Drie fundamentele spanningen bepalen het hedendaagse debat:
Ten eerste de spanning tussen methodologische rigueur en presuppositionele vastheid. De statistische methoden (BDIST, MDS, bootstrapping, entropie-filtering) vertonen oppervlakkige gelijkenis met conventionele biostatistiek en worden met technische precisie toegepast. Gishlick (2006) erkende deze interne consistentie. Maar de interpretatie is vooraf bepaald: continuïteit betekent “geschapen soort,” discontinuïteit betekent “aparte schepping.” Senter (2010) demonstreerde dat dezelfde methoden evolutionaire continuïteit kunnen aantonen – en in dat geval worden de methoden door creationisten herzien of gerelativeerd. Dit asymmetrische patroon is het definiërende kenmerk van confirmation bias en ondermijnt de claim dat baraminologie een neutraal classificatiesysteem is.
Ten tweede de spanning tussen over-lumping en onoplosbare discontinuïteit. BDIST neigt ertoe soorten te samenvoegen in te weinig baramins; de entropie-filtering van Cserhati (2019) probeert dit te corrigeren. Maar tegelijkertijd toont de paardenstudie van Brophy (2022-2023) aan dat toenemende data het moeilijker maakt om discontinuïteit te vinden, niet makkelijker. Dit is een paradox: hoe meer data beschikbaar komt, hoe meer continuïteit wordt aangetroffen, wat de creationistische hypothese van scherp gedefinieerde afzonderlijke soorten zwakker maakt.
Ten derde de spanning tussen intern en extern criticism. Reeves’ (2021) statistische kritiek vanuit het eigen Answers Research Journal toont aan dat zelfs binnen het creationistische kamp de methodologische validiteit wordt betwist. Tegelijkertijd weigeren externe critici zoals de NCSE de resultaten als wetenschappelijk te accepteren. Het veld is dus dubbel geisoleerd: van de hoofdstroom-biologie vanwege creationistische presupposities, en van een deel van de creationistische gemeenschap vanwege methodologische zwaktes.
De verschuiving naar genomica (chloroplast-genomen, mitochondriaal DNA) vertegenwoordigt een strategische herpositionering: DNA-data zijn minder subjectief dan morphologische kenmerken en bieden de schijn van grotere objectiviteit. Maar zolang de interpretatie van genomische continuïteit en discontinuïteit gehaald blijft aan hetzelfde creationistische framework, verandert de verschuiving van datatype niets aan het fundamentele probleem van vooraf vastgestelde conclusies. Baraminologie blijft daarmee een intrigerend fenomeen: een veld met aanzienlijke technische ontwikkeling en interne debatcultuur, maar met een epistemologische structuur die fundamenteel onverenigbaar is met de wetenschappelijke methode.
References
- Baraminology data filtering method based on entropy …. https://creation.com/en/articles/refining-baraminology-methods
- A Survey of Cenozoic Mammal Baramins – CedarCommons. https://cedarville.tind.io/record/21156?v=pdf&ln=en
- [PDF] Statistics, Baraminology, and Interpretations: A Critical Evaluation of …
- Evaluation of Statistical Baraminology: Principles. http://answersresearchjournal.org/statistical-baraminology-principles
- Current Status of Baraminology – Creation Research Society Quarterly. http://creationresearch.org/crsq-2006-volume-43-number-3_current-status-of-baraminology
- Created Kinds 101: Baraminology Made Simple. https://newcreation.blog/created-kinds-101-baraminology-made-simple/
- Classification in Baraminology – ZooCreation. https://www.zoocreation.com/classification-in-baraminology
- Baraminology: A Young-Earth Creation Biosystematic Method. https://cedarville.tind.io/record/20867?ln=en&p=Baraminology%3A+A+Young-Earth+Creation+Biosystematics+Method&v=pdf
- Baraminology – Creation Research Society. https://www.creationresearch.org/crsq-2000-volume-37-number-2_baraminology
- The Biotic Message. (Walter Remine) – Gert Korthof.. https://wasdarwinwrong.com/kortho41.htm
- New Baraminological Methods Confirm Monobaraminic Status …. https://digitalcommons.liberty.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1200&context=biochemfac_pubs
- Baraminology – Answers Research Journal. https://answersresearchjournal.org/baraminology/
- Comparison of morphology-based and genomics- …. https://creation.com/en/articles/baraminology-methods
- Evidence for a Holobaraminic Origin of the Cats. http://crsq.creationresearch.org/id/eprint/862/1/Evidence%20for%20a%20Holobaraminic%20Origin%20of%20the%20Cats.pdf
- Baraminology – Creation Research Society Quarterly 2000 Volume 37 Number 2. http://creationresearch.org/crsq-2000-volume-37-number-2_baraminology
- Created kind – Wikipedia. https://en.wikipedia.org/wiki/Created_kind
- Creationists’ anti-evolution remarks contradict their own ‘ …. https://www.facebook.com/groups/10150112797390640/posts/10173208386805640/
- Is baraminology still an active field of study? – Facebook. https://www.facebook.com/groups/31425129128/posts/10165327688294129/
- What is baraminology? What are ‘kinds’ in creationism …. https://www.quora.com/What-is-baraminology-What-are-kinds-in-creationism-How-do-you-define-kinds-since-it-doesn-t-mean-species-Is-kinds-a-useful-biological-term-What-are-some-examples-of-Kinds
- What are the Genesis “kinds”?. https://christiananswers.net/q-crs/baraminology.html
- A List and Bibliography of Baraminology Studies. https://www.coresci.org/jcts/index.php/jctsb/article/view/16/80
- The Proceedings of the Ninth International Conference on …. https://publications.cedarville.edu/iccproceedings/vol9_2023/637/
- Morphological innovation and developmental genetics – PMC – NIH. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC33730/
- Proposing a New Criterion for Baraminology. https://www.coresci.org/jcts/index.php/jctsb/article/view/71/103
- Abrinca Genomics | Microbial Genomics Data Analysis. http://abrinca.com/
- Baraminology of Cucurbitaceae Based on Chloroplast …. https://answersresearchjournal.org/baraminology/baraminology-cucurbitaceae/
- Print Edition Contents: 26 (4) | National Center for Science …. https://ncse.ngo/print-edition-contents-26-4
- Current Status Of Baraminology. https://www.creationresearch.org/crsq-2006-volume-43-number-3_current-status-of-baraminology
- Noah’s Ark: a saga of science denial – Springer Nature. https://link.springer.com/article/10.1186/s12052-025-00220-9
- Did Bill Nye Hurt Science?. https://richarddawkins.net/2014/02/did-bill-nye-hurt-science-2/
- Created Kinds (Baraminology). https://answersingenesis.org/creation-science/baraminology/?srsltid=AfmBOopgniH76JHCxdbKr8MEyUtjeTwLPZbSYPs2UNGsgtV9QpwuLFzN
- Is Baraminology Valid Science?. https://discourse.peacefulscience.org/t/is-baraminology-valid-science/1454
- Bara-What?. https://answersingenesis.org/creation-science/baraminology/bara-what/?srsltid=AfmBOoqpN4K03ta9tDkMStviecpAyjOtCxWD47m7CRxVU_9GrlT8waSB
- Evidence for Baraminology and YEC Model | Inter. w Dr. Todd Wood. https://www.youtube.com/watch?v=sQCfHWL47vY
- Using creation science to demonstrate evolution …. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/j.1420-9101.2010.02039.x
- Baraminology in Journal of Evolutionary Biology. http://toddcwood.blogspot.com/2010/06/baraminology-in-journal-of-evolutionary.html
- Using creation science to demonstrate evolution? Senter’s …. https://www.researchgate.net/publication/50393981UsingcreationsciencetodemonstrateevolutionSenter’sstrategy_revisited
- Classic Multidimensional Scaling and Baraminology. https://answersingenesis.org/creation-science/baraminology/classic-multidimensional-scaling-and-baraminology/?srsltid=AfmBOoq6d7bKdSR5SWjxPXNaJmYEVcsDLYIix18PYOe1dYeyeY7vdZ
Geef een reactie