Inleiding
- Het Bijbelboek Daniël bevat veel complexe vragen en ambiguïteiten die de interpretatie bemoeilijken, zoals de identiteit van Darius de Meder en de aanwezigheid van een Aramese sectie.
- Een centraal obstakel is de interpretatie van de zeventig ‘weken’ in Daniël 9, die al sinds 1927 als problematisch wordt beschouwd vanwege de complexe reeks numerieke en historische details.
- De auteur stelt voor om de interpretatie van deze ‘weken’ opnieuw te benaderen door enkele fundamentele aannames te herzien, wat een nieuwe en coherente lezing mogelijk maakt.
Narratieve Kader
- Daniël wordt gekaderd binnen een chronologisch verhaal dat begint met de verwoesting van Jeruzalem in circa 606 v.Chr., gebaseerd op de eerste vermelding in Daniël 1:1.
- Volgens Daniël 9 vindt de gebedsvisie van Daniël plaats in het eerste jaar van Darius de Mede, dat binnen de verhalende lijn na de val van Babel (539 v.Chr.) wordt geplaatst.
- De gebeurtenissen rondom de verwoesting, de herbouw en het einde van de ballingschap worden symbolisch verbonden met het getal 70, dat de volledige periode van ontheemdheid en desolatie aanduidt.
De Zeven ‘Weken’
- Daniël 9:2-3 beschouwt het getal 70 jaar als de duur van de verwoesting van Jeruzalem, dat later symbolisch wordt uitgebreid tot 70 weken (bedrijven van zeven jaar).
- Deze 70 weken duiden op een periode van volledige desolatie, met een belangrijke markering bij de uitvaardiging van het decreet voor de terugkeer en herbouw van Jeruzalem, ongeveer in 538 v.Chr..
- Het eerste deel van zeven weken (=49 jaar) wordt vaak verbonden met de heropbouw van Jeruzalem en de leiders die daarbij betrokken waren, zoals Zerubbabel en Joshua, hoewel het exacte figuur niet expliciet wordt genoemd.
Problemen en Aannames bij de Interpretatie
- Het identificeren van de eerste periode van zeven weken met een specifieke leider in 538 v.Chr. blijft problematisch, omdat er weinig historische figuren passen bij de omschrijving van de ‘gezalfde’ of ‘messias’ in die tijd.
- De interpretatie van ‘weken’ als zeven jaar wordt algemeen geaccepteerd, maar de precieze start- en einddata, en de identificatie van de leiders, blijven onzeker door ambiguïteit en interpretatische aannamen.
- Veel gangbare theorieën veronderstellen dat de drie delen van de 70 weken opeenvolgend zijn, maar er bestaat twijfel en voorstel dat deze perioden mogelijk niet continu zijn, waardoor alternatieve chronologieën denkbaar zijn.
Herziening van aannames en nieuwe interpretaties
- Er wordt betwijfeld of de eerste periode van 7 weken daadwerkelijk begint met de uitvaardiging van het decreet in 538 v.Chr., of dat deze periode mogelijk moet worden herplaatst, bijvoorbeeld rond 489 v.Chr., het jaar van het begin van de bouw van de herbouwde muren.
- De interpretatie dat de ‘gezalfde’ personage Onias III is, ontstaat door een recreatie van de geschiedenis; hij wordt gezien als een symbool voor de laatste stabiele hogepriester vóór veranderingen in de priesterschapstructuur.
- De nieuwe lezing scheidt de eerste periode van zeven weken (49 jaar) van de daaropvolgende 62 weken (+ 1 week), waardoor ze niet per se continu hoeven te zijn, maar elk een eigen betekenis krijgen binnen de herstructureerde chronologie.
De Identiteit van de Gezalfde
- Onias III wordt geïdentificeerd als de ‘gezalfde’ die in 170 v.Chr. wordt vermoord, en dit vormt het overgangspunt tussen de eerste 62 weken en de laatste week, wat hiermee een belangrijk symbolisch moment is voor de tekst.
- Deze gebeurtenis markeert het einde van een periode van stabiel priesterschap en symboliseert de breuk met de voorgaande orde, passend bij de thematiek van verval en verandering in Daniël.
- De interpretatie gaat ervan uit dat Onias III, door zijn dood door buitenlandse overheersers, volledig aansluit bij de beschrijving van een ‘gezalfde’ die wordt afgesneden in Daniël 9:26, en dat dit past bij de politieke en religieuze context van die tijd.
Vertaling en Nieuwe Chronologie van de ‘Weken’
- Door de periode van 70 weken niet als opeenvolgende jaren te zien, maar los van elkaar, ontstaat een nieuwe tijdlijn: 7 weken (49 jaar) en 62 weken (434 jaar), die samenvallen met verschillende belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van Judea.
- De eerste zeven weken wordt geplaatst rond de verwoesting van de Tempel in 587 v.Chr., terwijl de 62 weken zich uitstrekken tot de periode rond 171 v.Chr., waarbij Onias III wordt vermoord, een kernmoment in Daniels’ apocalyptische narratief.
- Deze nieuwe lezing brengt de begin- en einddata meer in overeenstemming met bekende historische gebeurtenissen, zoals de verwoesting (587 v.Chr.) en de Makkabese opstanden (170s v.Chr.), en verbindt deze op symbolische wijze door het getal 70 en de concepten van exodus en herstel.
Samenvatting en Conclusie
- Het voorstel herstructureert de interpretatie van de ‘zeventig weken’ door niet te denken in lineaire, opeenvolgende jaren, maar in relationele periodes die historische en literaire symboliek combineren.
- De aanpak ondersteunt de gedachte dat het boek Daniël niet alleen over toekomstvoorspellingen gaat, maar ook over de interpretatie van de huidige situatie en de hoop op goddelijk ingrijpen en herstel.
- Meer algemeen geeft deze theorie een nieuw licht op de transmissionele geschiedenis van Daniël, waarbij duidelijk wordt dat de kerntekst en de verhaalstructuur nauw met elkaar verweven zijn, en dat de interpretatie van de ‘weken’ volledig uitgaat van de narratieve en theologische doelen van het boek zelf.
Geef een reactie