Redenering Logos instituut
2. Kometen vallen te snel uiteen

Volgens de evolutionistische theorieën zouden kometen ongeveer net zo oud zijn als het zonnestelsel, ongeveer 5 miljard jaar. Maar elke keer als een komeet dicht rond de zon beweegt, verliest deze zoveel van zijn materie dat een komeet hooguit 100.000 jaar kan overleven. Veel kometen hebben een leeftijd van rond de 10.000 jaar.
In de evolutietheorie wordt dit grote verschil verklaard door te veronderstellen dat:
- Kometen afkomstig zijn van een niet waar te nemen, bolvormige Wolk van Oort die ver voorbij de omloopbaan van Pluto gelegen zou zijn.
- Onwaarschijnlijke interacties met de zwaartekracht van onregelmatig voorbij komende sterren ervoor zorgen dat kometen ons zonnestelsel worden ingeslingerd.
- Andere onwaarschijnlijke interacties met planeten de inkomende kometen afremmen; vaak genoeg om de honderden waargenomen kometen te verklaren.Tot nu toe is geen een van deze veronderstellingen onderbouwd door observaties of realistische berekeningen.
De laatste tijd wordt er veel gesproken over de Kuipergordel, een ring in het baanvlak van ons zonnestelsel, net buiten de baan van Pluto. Deze zou een bron van kometen zijn. Zelfs als er een aantal objecten van ijs zou bestaan op die plek, dan zou dat het probleem voor de evolutionisten nog niet oplossen. Want volgens evolutionistische theorieën zou de Kuipergordel snel uitgeput raken als er geen Wolk van Oort zou bestaan om deze aan te vullen.
Weerlegging
De redenering verwart de levensduur van een komeet als actief, gas en stof uitstotend object met de ouderdom van de komeetkern. Een kern kan lange tijd in een koud reservoir verblijven en pas actief worden wanneer een baanverandering hem naar het binnenste zonnestelsel brengt. Herhaalde passages dicht bij de zon verwarmen het ijs en veroorzaken sublimatie; na verloop van tijd kan de komeet vervagen, inactief worden of uiteenvallen. Het einde van de activiteit is dus niet noodzakelijk het einde van de kern, en zegt niet wanneer die kern gevormd is. Simulaties modelleren reservoirs die over 4,5 miljard jaar evolueren, met een afzonderlijke aanname over hoe lang kometen actief blijven. [11][2.0][2.2]
Reservoirs leveren voortdurend nieuwe kometen
Kortperiodieke kometen komen vooral uit de trans-Neptunische verstrooide schijf. Gravitatie-interacties met de reuzenplaneten kunnen objecten naar binnen brengen; in de Centaurfase doorkruisen ze het gebied van de reuzenplaneten en kunnen verdere planeetontmoetingen ze op komeetbanen brengen. Centauren zijn een overgangspopulatie, geen noodzakelijke eindbestemming. De Oortwolk is de voornaamste bron van langperiodieke kometen en levert volgens modellen ook Halley-type kometen. [19][12.2][25.0][6.0]
Dit zijn dynamische modellen die met de waargenomen aantallen en baanverdelingen worden vergeleken. Een studie vindt bijvoorbeeld dat een model met ongeveer 500 actieve periheliumpassages de baanverdeling van ecliptische kometen goed weergeeft. De precieze aannames verschillen per komeetklasse en zijn onzeker, maar dat is iets anders dan zeggen dat er geen realistische berekeningen zijn. [11][2.8-10]
TNO’s zijn direct gezien; de Oortwolk is indirect afgeleid
Trans-Neptunische objecten zijn rechtstreeks waargenomen: er zijn meer dan 2.000 gecatalogiseerd, en de OSSOS-survey heeft meer dan 800 TNO’s waargenomen en hun banen bepaald. De Kuipergordel en verstrooide schijf zijn dus geen verzonnen reservoirs. [3][57.1]
De Oortwolk zelf is niet rechtstreeks optisch waargenomen: er is geen directe afbeelding en er zijn geen objecten waargenomen terwijl ze nog in de wolk verblijven. Het bewijs is indirect. Kometen met zeer langgerekte banen worden wel gezien zodra zij het binnenste zonnestelsel bereiken; hun baanrichtingen zijn ongeveer isotroop, passend bij een verre, ongeveer bolvormige bronpopulatie. Dat patroon vormde de grondslag voor Oorts hypothese uit 1950. De wolk blijft een goed onderbouwde dynamische verklaring, maar haar precieze omvang en structuur zijn onzeker. [12][139.5][49.1]
Verstoringen zijn berekend en aan waarnemingen getoetst
Galactische getijden en passerende sterren zijn opgenomen in berekeningen van de Oortwolk. Onderzoekers berekenen hoe zulke verstoringen de banen van verre kometen kunnen veranderen en vergelijken de verwachte aanvoer met die door sterpassages. Gaia-gegevens bieden metingen waarmee nabije stellaire ontmoetingen en hun banen kunnen worden gereconstrueerd. De beweging van een individueel object in de niet-waargenomen Oortwolk is daarmee niet rechtstreeks gezien, maar de verstoringsmechanismen zijn kwantitatief gemodelleerd en toetsbaar aan de waargenomen komeetbanen. [6][112.1-5][2.3-5]
Ook planetaire verstrooiing is geen onbewezen aanname. ESA beschrijft hoe een ontmoeting met Jupiter in 1959 de periheliumafstand van komeet 67P verkleinde tot 1,29 astronomische eenheden. Dat is een concrete reconstructie van hoe een planeet een komeetbaan kan veranderen. [7]
10.000 of 100.000 jaar is geen ouderdomsbepaling
Levensduurschattingen hangen af van wat er wordt gemeten en van het type komeet. Voor Jupiter-familiekometen worden fysieke levensduren van ongeveer 1.000 tot 10.000 jaar in het binnenste zonnestelsel genoemd, terwijl hun typische dynamische levensduur ongeveer 150.000 jaar bedraagt. Een komeet kan dus dynamisch op een baan blijven nadat hij niet langer actief of gemakkelijk waarneembaar is. Waargenomen populaties zijn bovendien bevooroordeeld richting actieve, makkelijk detecteerbare kometen. [4][19.0][35.0-1]
Sommige kernen worden slapend of uitgedoofd; andere fragmenteren en verdwijnen. Daarom kunnen een actieve fase van circa 10.000 jaar of een dynamische levensduur van de orde van 100.000 jaar hoogstens iets zeggen over een fase in de geschiedenis van een komeet. Ze meten niet de vormingstijd van de kern en al helemaal niet de ouderdom van de aarde. Modellen hanteren bovendien uiteenlopende aantallen actieve passages: de passende waarden verschillen tussen ecliptische, Halley-type en langperiodieke kometen. [15][48.0-2][2.4][2.9-10]
De claims over uitputting en de leeftijd kloppen niet
De stelling dat de Kuipergordel zonder aanvulling vanuit de Oortwolk snel uitgeput zou raken, verwart de reservoirs en de richting van de aanvoer. De standaardbeschrijving is dat de vroege planeetontwikkeling materiaal uit een planetesimale schijf in onder meer de verstrooide schijf bracht en een deel ervan in de Oortwolk plaatste; objecten uit de Kuipergordel kunnen juist naar binnen worden verstrooid of verder naar buiten worden geslingerd. De Oortwolk kan volgens sommige berekeningen wel bijdragen aan Centauren en Jupiter-familiekometen, maar dat is niet hetzelfde als de Kuipergordel aanvullen. Er is discussie over de aantallen kometen die de verstrooide schijf kan leveren en over modelonzekerheden; dat bewijst geen snelle uitputting van de hele Kuipergordel. [1][164.8-9][161.2][128.1-3]
De wetenschappelijke ouderdom van het zonnestelsel is ongeveer 4,567 miljard jaar. Die waarde berust op radiometrische datering van de oudste vaste bestanddelen van meteorieten, waaronder calcium-aluminiumrijke insluitsels (CAI’s): gemeten is 4.567,30 ± 0,16 miljoen jaar. Een korte actieve komeetfase is daarmee geen tegenargument voor een oud zonnestelsel: nieuwe kometen komen uit oude reservoirs, en hun activiteit kan veel korter duren dan hun bestaan als kern. De bewering dat geen van de mechanismen observationeel of realistisch doorgerekend is, is onjuist; de Oortwolk is wel indirect afgeleid en onzeker in details, terwijl TNO’s, komeetbanen en planeetverstoringen rechtstreeks zijn waargenomen of met gegevens getoetst. [8][75.3][2.0-5][139.2]
References
- arxiv.org arxiv.org
- Oort Cloud: Facts – NASA Science science.nasa.gov
- Kuiper Belt: Facts – NASA Science science.nasa.gov
- arxiv.org arxiv.org
- aanda.org aanda.org
- sciencedirect.com sciencedirect.com
- ESA Science & Technology – Rosetta’s target: comet 67P/Churyumov-Gerasimenko sci.esa.int
- pubmed.ncbi.nlm.nih.gov pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
- iopscience.iop.org iopscience.iop.org
- The Scattered Disk as the Source of the Jupiter Family Comets – IOPscience iopscience.iop.org
- 1706.07447 Origin and Evolution of Short-Period Comets arxiv.org
- solarsystem.nasa.gov solarsystem.nasa.gov
- adsabs.harvard.edu adsabs.harvard.edu
- arxiv.org arxiv.org
- oca.eu oca.eu
- academic.oup.com academic.oup.com
- Oort Cloud science.nasa.gov
- solarsystem.nasa.gov solarsystem.nasa.gov
- Origin and Evolution of Short-period Comets – IOPscience iopscience.iop.org

Geef een reactie