Samenvatting

  • Kernprincipe: In een ongestoorde opeenvolging is een onderste laag ouder en een bovenste laag jonger; een fossiel ertussen krijgt daardoor een ouderdomsinterval, geen automatisch exact jaartal. [4][67.27-28]
  • Radiometrische datering: Meestal wordt niet het fossiel zelf gedateerd, maar een laag vulkanische as of stollingsgesteente die ermee samenhangt. [1][66.29-31]
  • Ondergrens en bovengrens: De gedateerde laag onder het fossiel geeft de oudere grens; de gedateerde laag erboven geeft de jongere grens. Het fossiel moet dus jonger zijn dan de onderliggende laag en ouder dan de bovenliggende laag. [2]
  • Waarom het werkt: Radioactieve isotopen vervallen met een bekende snelheid. De verhouding tussen ouder- en dochtermateriaal wordt gebruikt om te berekenen wanneer het gesteente gevormd of uitgebarsten is. [5]
  • Belangrijkste beperking: De uitkomst hangt af van een correcte stratigrafische volgorde, geschikte dateringsmaterialen en het ontbreken van sterke verstoring of verplaatsing van lagen. In geplooide of verschoven lagen moet de oorspronkelijke volgorde eerst worden vastgesteld. [4]
  • Beste praktijk: Combineer radiometrische dateringen met stratigrafie, chemische herkenning van aslagen, biostratigrafie of paleomagnetisme en herhaal metingen waar mogelijk. [3][66.92-110]

1. Wat betekent dateren met de laag erboven en eronder?

De methode heet ouderdomsbegrenzing of bracketing. Eerst bepaal je de relatieve volgorde van de lagen. Volgens het superpositieprincipe is in een normale sedimentaire reeks elke laag ouder dan de laag erboven en jonger dan de laag eronder. Dat principe beschrijft aanvankelijk vooral “ouder dan” en “jonger dan”; het levert op zichzelf nog geen ouderdom in jaren. [4][67.24-28]

Stel dat een fossiel in een sedimentlaag ligt. De vulkanische aslaag onder het fossiel wordt gedateerd op 4,2 miljoen jaar en de aslaag erboven op 4,0 miljoen jaar. Dan geldt, als de lagen niet zijn omgekeerd of verplaatst:

  • de laag van 4,2 miljoen jaar is ouder dan het fossiel;
  • het fossiel is ouder dan de laag van 4,0 miljoen jaar;
  • de meest verdedigbare conclusie is dus: het fossiel is ongeveer tussen 4,2 en 4,0 miljoen jaar oud.

Dit is een hypothetisch rekenvoorbeeld. De twee dateringen leveren grenzen op, geen bewijs dat het fossiel precies in het midden van het interval leefde of begraven werd. In werkelijkheid kunnen de grenzen dichter bij elkaar liggen, maar ook veel verder uiteenstaan. Smithsonian legt dit voor vindplaatsen met hominine fossielen of artefacten uit als een begrenzing door absolute dateringen van vulkanische aslagen boven en onder de resten. [2]

De reden dat deze aanpak nodig is, is dat fossielen meestal in sedimentair gesteente voorkomen, terwijl sedimentair gesteente en de fossielen daarin moeilijk rechtstreeks te dateren zijn. Daarom dateren onderzoekers vaak een geschikte laag in de directe omgeving en leiden zij daaruit de ouderdom van het fossiel af. [1][66.29-31]

2. Hoe krijgt een aslaag een ouderdom in jaren?

Radiometrische datering meet de verhouding tussen radioactief moedermateriaal en het dochtermateriaal dat door verval is gevormd. Omdat dat verval volgens een bekende snelheid verloopt, kan die verhouding worden gebruikt om te bepalen wanneer een mineraal of gesteente is gevormd. [5]

Vulkanische as is hiervoor nuttig omdat de as tijdens een uitbarsting wordt afgezet. De dateringswaarde komt dus niet doordat de as organisch is, maar doordat de aanwezige mineralen radioactieve isotopen kunnen bevatten. Voor vulkanisch gesteente noemt de U.S. Geological Survey bijvoorbeeld argon-argon-datering, gebaseerd op het verval van kalium-40 naar argon-40. De methode kan volgens die bron gesteenten dateren van ongeveer 10.000 jaar tot enkele miljarden jaren. [5]

Bij oudere fossielen zoeken onderzoekers daarom naar stollingsgesteente of vulkanische as boven en onder het fossiel. Elementen zoals uranium en kalium kunnen in zulke lagen worden gebruikt; de resulterende ouderdommen geven de jongste en oudste mogelijke ouderdom van de sedimentlaag waarin het fossiel ligt. [1]

Vergelijking van veelgebruikte benaderingen

BenaderingWat wordt bepaald?Rol bij fossielenBelangrijk aandachtspunt
SuperpositieRelatieve volgorde van lagenZegt welke laag ouder of jonger isWerkt het eenvoudigst bij ongestoorde lagen. [4]
Radiometrische dateringNumerieke ouderdom van geschikt gesteente of mineralenGeeft grenzen via as- of stollingslagen rond het fossielDe methode moet passen bij het materiaal en de ouderdom. [5][69.59-60]
TefrochronologieKoppeling van aslagen aan een specifieke uitbarstingVerbindt fossielhoudende lagen op verschillende plaatsenDe chemische vingerafdruk van vulkanisch glas moet overeenkomen. [2]
Biostratigrafie en paleomag-netische stratigrafieRelatieve of geordende ouderdom op basis van fossielen of magnetische kenmerkenControleert de stratigrafische interpretatieGeeft niet altijd zelfstandig een exact jaartal. [3][66.92-110]

De tabel laat zien dat “de leeftijd van het fossiel” meestal een samengestelde conclusie is. Superpositie bepaalt de richting van de tijd, radiometrie levert een getal en correlatiemethoden testen of lagen op verschillende plaatsen werkelijk bij dezelfde tijdsperiode horen.

3. Case study: vulkanische as rond menselijke voorouders

Bij een opgraving met hominine fossielen of artefacten kunnen onderzoekers soms vulkanische aslagen boven en onder de vondsten dateren met absolute methoden. De jongere bovenlaag en oudere onderlaag begrenzen vervolgens de ouderdom van de vindplaats. Dit is precies het soort toepassing waarbij een fossiel niet direct wordt gemeten, maar via de geologische context wordt gedateerd. [2]

Een aanvullende stap is tefrochronologie. Tephra omvat onder meer as, puimsteen en vulkanisch gesteente. De chemische samenstelling van vulkanisch glas kan kenmerkend zijn voor een bepaalde uitbarsting. Als dezelfde chemische vingerafdruk op meerdere plaatsen wordt gevonden, kunnen onderzoekers die lagen aan dezelfde uitbarsting en hetzelfde tijdstip koppelen. [2]

Wat onthult deze case study? De sterkste conclusie ontstaat niet uit één los getal, maar uit drie gekoppelde beslissingen: is de laagvolgorde betrouwbaar, is de aslaag werkelijk dezelfde eruptielaag, en is de radiometrische methode geschikt voor het materiaal? De aanbeveling is daarom om een fossiel ouderdomsinterval te rapporteren met de twee grenslagen, de gebruikte dateringsmethode en eventuele onzekerheden, in plaats van alleen een schijnbaar exact jaartal.

4. Aannames en beperkingen

De eerste aanname is dat de lagen hun oorspronkelijke volgorde behouden. Sedimentaire lagen worden aanvankelijk ongeveer horizontaal afgezet. Een sterk gekantelde of geplooide laag kan later door gebergtevorming, breuken of platentektoniek zijn verplaatst. [4] Daarom moet de geoloog controleren of “onder” in het huidige landschap ook werkelijk “ouder” betekent.

De tweede beperking is dat niet elke laag radiometrisch dateerbaar is. Sedimentair gesteente bestaat vaak uit materiaal dat al eerder was gevormd en daarna werd afgezet. Een directe meting kan dan de ouderdom van de korrels aangeven in plaats van het moment waarop de sedimentlaag werd afgezet. Daarom zijn vulkanische aslagen en andere geschikte stollingsmaterialen vaak waardevoller als tijdsmarkering dan de sedimentlaag zelf. De bronnen benadrukken dat fossielen en hun sedimentaire gesteente moeilijk rechtstreeks te dateren zijn. [3]

De derde beperking betreft het bereik van de methode. Koolstofdatering is bruikbaar voor koolstofrijk organisch materiaal en voor relatief jonge vondsten, maar Berkeley vermeldt dat deze aanpak voor gesteenten slechts werkt tot ongeveer 50.000 jaar. Voor veel oudere fossielen zijn andere radio-isotopen en andere geologische materialen nodig. [1][69.32-35]

Ten slotte is één meting kwetsbaar voor een verkeerde monsterkeuze of een lokale verstoring. Het Australian Museum vermeldt daarom dat meerdere methoden waar mogelijk worden gebruikt en dat metingen worden herhaald om resultaten te controleren en de nauwkeurigheid te verbeteren. [3] De praktische regel is: hoe smaller en beter onafhankelijk ondersteund het interval, hoe sterker de ouderdomsclaim; een breed interval blijft een brede claim.

5. Hoe formuleer je de conclusie correct?

Een correcte conclusie heeft minstens vier onderdelen. Noem eerst de onderliggende gedateerde laag en haar ouderdom. Noem vervolgens de bovenliggende gedateerde laag en haar ouderdom. Formuleer daarna de ongelijkheid voor het fossiel: ouder dan de bovenlaag en jonger dan de onderlaag. Vermeld ten slotte de voorwaarde dat de stratigrafische volgorde intact is en dat de lagen werkelijk met het fossiel samenhangen.

Een modelzin is: “Het fossiel is gevonden tussen een onderliggende aslaag van 4,2 miljoen jaar en een bovenliggende aslaag van 4,0 miljoen jaar. Als de lagen ongestoord zijn en beide dateringen de afzettingscontext correct vertegenwoordigen, is het fossiel ouder dan 4,0 miljoen jaar en jonger dan 4,2 miljoen jaar.” Dat is nauwkeuriger dan: “Het fossiel is 4,1 miljoen jaar oud.”

Synthese

Dateren via de laag eronder en erboven is dus geen simpele meting aan het fossiel zelf. Het is een keten van redeneringen: superpositie geeft de relatieve volgorde, radiometrie geeft numerieke leeftijden voor geschikte vulkanische of stollingslagen, en tefrochronologie of andere stratigrafische methoden toetsen de correlatie. [4][65.13-15][68.85-102]

De methode heeft drie duidelijke voordelen: zij kan oudere fossielen dateren waarvoor koolstofdatering niet geschikt is, zij geeft een begrijpelijk ouderdomsinterval en zij kan verschillende vindplaatsen aan dezelfde vulkanische gebeurtenis koppelen. De trade-off is dat de uitkomst afhankelijk blijft van geologische context, materiaalkeuze en de vraag of lagen later zijn verschoven of verstoord. [1][67.33-36][69.59-60]

De meest wetenschappelijk verantwoorde formulering is daarom niet “de laag bepaalt exact de leeftijd”, maar: “de gedateerde lagen begrenzen de ouderdom van het fossiel.” Hoe meer onafhankelijke methoden dezelfde volgorde en hetzelfde interval ondersteunen, hoe sterker de conclusie. [3]

Referenties

  1. evolution.berkeley.edu evolution.berkeley.edu
  2. Dating | The Smithsonian Institution’s Human Origins Program humanorigins.si.edu
  3. Dating dinosaurs and other fossils – The Australian Museum australian.museum
  4. Geologic Principles—Superposition and Original Horizontality (U.S. National Park Service) nps.gov
  5. A beginner’s guide to dating (rocks) | U.S. Geological Survey usgs.gov

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *