Kernpunten
- Twee Klokken: luchtbelletjes zijn jonger dan het omringende ijs -> houd ijs- en gasdatering apart. [7]
- Jaarlagen Tellen: de Groenlandse GICC05-tijdschaal reikt met laagtelling tot 60.000 jaar terug -> seizoenssignalen vormen een kalender. [4]
- Vulkanische Ankers: uitbarstingen zoals Tambora in 1815 laten herkenbare lagen achter -> controleer daarmee de telling. [5]
- Radioactieve Bakens: kernproeven veroorzaken herkenbare neerslagpieken -> gebruik ze als recente tijdsmarkeringen. [10]
- Archieven Verbinden: gedeelde aslagen verbinden ijs en zeesediment -> plaats klimaatveranderingen op dezelfde tijdlijn. [6]
- Modellen Met Marges: diepe lagen worden dunner en moeilijker herkenbaar -> combineer stromingsmodellen met onafhankelijke dateringspunten. [1][8]
1. Seizoenslagen tellen als jaarringen
Sneeuw bevat seizoensgebonden signalen: bijvoorbeeld winterminima in de verhouding van zuurstofisotopen, winterpieken in zeezout en voorjaarspieken in stof. Onderzoekers meten deze eigenschappen langs de ijskern. Een volledige seizoenscyclus telt als een jaar; meerdere signalen samen helpen om twijfelgevallen te herkennen. [2]
Zo is de Groenlandse GICC05 opgebouwd door jaarlijkse lagen te tellen, tot 60.000 jaar terug. Dat lukt niet overal: bij geringe sneeuwval zijn laagjes moeilijk te onderscheiden en door ijsstroming worden ze op grotere diepte steeds dunner. Jaarlagen tellen is dus krachtig, maar geen universeel toepasbare methode. [4][1]
2. Vulkanen en radioactiviteit als tijdsmarkeringen
Een herkenbare gebeurtenis kan een laag een bekend jaartal geven. Vulkanische as is zo’n marker; ook vulkanische zuren en sulfaat leveren duidelijke signalen. Niet iedere vulkaanlaag bevat dus zichtbare as. [6][5]
| Tijdmarkering | Concreet voorbeeld | Betekenis voor de datering |
|---|---|---|
| Vulkanische zuren en sulfaat | Laki, 1783, en Tambora, 1815, zijn in Groenlandse ijskernen herkend. [5] | Ankerpunten om de laagtelling te controleren. |
| Radioactieve neerslag van kernproeven | Een sterke piek ligt in Groenland in de laag van 1963, in Antarctica in 1964-1965. [10] | De datum van neerslag kan per regio verschillen. |
| Dezelfde vulkanische as in verschillende archieven | Aslagen zijn herkend in zowel NGRIP-ijs als sediment bij de Faeröer. [6] | Ze koppelen de tijdlijnen van ijs en zeebodem. |
Zo’n radioactieve piek is een gebeurtenismarkering, niet automatisch een ouderdom berekend uit radioactief verval. Ook kunnen stoffen verplaatsen: bij Vostok blijkt chloor-36 in de poreuze sneeuw mobiel, waardoor een oorspronkelijke piek vervaagt. Niet elk isotoop is op elke locatie een even scherp tijdstempel. [11]
3. Andere klimaatarchieven helpen de kalender vastleggen
Onderzoekers vergelijken ijskernen met andere ijskernen, zeesedimenten en grotformaties. Een gedeelde aslaag markeert dezelfde uitbarsting; snelle veranderingen in atmosferisch methaan helpen juist om gasregistraties uit verschillende ijskernen te koppelen. [6][8]
Bij de Antarctische EPICA Dome C-kern gebruikt de AICC2023-tijdschaal onder meer koppelingen met Oost-Aziatische grotformaties. Zulke vergelijkingen leveren extra dateringspunten. Een vergelijkbare klimaatcurve is echter niet vanzelf een gelijktijdige gebeurtenis: bij de vergelijking van GICC05 met de Hulu-grot wordt gelijktijdigheid uitdrukkelijk als aanname genoemd. [8][4]
4. Voor diep en oud ijs zijn stromingsmodellen nodig
Waar jaarlagen niet meer telbaar zijn, berekenen onderzoekers hoe sneeuw zich ophoopt, wordt samengedrukt en door ijsstroming uitrekt en verdunt. Een ouderdom-dieptemodel schat zo hoeveel tijd een bepaalde ijsdikte vertegenwoordigt. Onafhankelijke tijdsmarkeringen begrenzen de mogelijke uitkomsten. [8]
De Dome C-kern bevat bijvoorbeeld een klimaatarchief van ongeveer 800.000 jaar. Voor zulke oude delen volstaat het niet om de huidige laagdikte door de huidige sneeuwval te delen: sneeuwval en laagverdunning veranderen door de tijd. De modeluitkomst hangt bovendien af van onder meer de ondergrond en het glijden van het ijs. [8]
5. Het ijs is ouder dan de luchtbelletjes
Sneeuw verandert geleidelijk in firn: samengeperste sneeuw met onderling verbonden porien. Terwijl de sneeuw ouder wordt, kan lucht nog met de atmosfeer uitwisselen. Pas wanneer de porien dichtgaan, raakt de lucht opgesloten. Daarom is het gas op dezelfde diepte jonger dan het omringende ijs. [7]
Het verschil, vaak delta age genoemd, varieert van tientallen tot duizenden jaren, afhankelijk van temperatuur en sneeuwophoping. Bij de huidige Zuidpool bedraagt het ongeveer 1000 jaar. Onderzoekers schatten dit verschil met firnverdichtingsmodellen en toetsen het met onafhankelijke ijs- en gasdateringen. Omdat bellen niet allemaal tegelijk sluiten, heeft een gasmonster bovendien een spreiding aan leeftijden, niet slechts een enkel exact jaartal. [7]
Synthese: een ouderdom hoort bij een onzekerheidsmarge
De methoden vullen elkaar aan: laagtelling levert opeenvolgende jaren maar stapelt twijfelgevallen op; tijdmarkeringen verankeren afzonderlijke gebeurtenissen maar vormen geen volledige kalender; stromingsmodellen vullen diepe delen in maar hangen af van aannames en invoergegevens. Daarom combineren onderzoekers deze informatie in plaats van op een enkele methode te vertrouwen. [4][1][8]
Er bestaat geen vaste foutmarge voor alle ijskernen. GICC05 plaatst bijvoorbeeld de Noord-Atlantische aslaag II op 55.400 jaar voor 2000, met een opgegeven telmarge van 1200 jaar; die marge is afgeleid uit onzekere jaarlagen. Voor gas komt daar onzekerheid in het ijs-gasverschil bij. De belangrijkste leesregel is daarom: kijk niet alleen naar de ouderdom, maar ook naar de marge en naar de vraag of het jaartal op ijs of gas slaat. [4][7]
Referenties
- Dating a core – Australian Antarctic Program antarctica.gov.au
- ESSD – Ice-core data used for the construction of the Greenland Ice-Core Chronology 2005 and 2021 (GICC05 and GICC21) essd.copernicus.org
- 81Kr dating of 1 kg Antarctic ice | Nature Communications nature.com
- A 60 000 year Greenland stratigraphic ice core chronology – NERC Open Research Archive nora.nerc.ac.uk
- The Laki and Tambora Eruptions as Revealed in Greenland Ice Cores from 11 Locations | Annals of Glaciology | Cambridge Core cambridge.org
- sciencedirect.com sciencedirect.com
- CP – The SP19 chronology for the South Pole Ice Core – Part 2: gas chronology, Δage, and smoothing of atmospheric records cp.copernicus.org
- CP – The Antarctic Ice Core Chronology 2023 (AICC2023) chronological framework and associated timescale for the European Project for Ice Coring in Antarctica (EPICA) Dome C ice core cp.copernicus.org
- cp.copernicus.org cp.copernicus.org
- Dating of Greenland Ice Cores by Flow Models, Isotopes, Volcanic Debris, and Continental Dust | Journal of Glaciology | Cambridge Core cambridge.org
- Bomb-test 36Cl measurements in Vostok snow (Antarctica) and the use of 36Cl as a dating tool for deep ice cores | Tellus B: Chemical and Physical Meteorology b.tellusjournals.se

Geef een reactie