4. Niet genoeg natrium in de zee
Elk jaar voeren rivieren en andere bronnen meer dan 450 miljoen ton natrium naar de oceanen, Slechts 27% van dit natrium verdwijnt weer uit de zee.Sayles, F.L. en P.C. Mangelsdorf, ‘Cation-exchange characteristics of Amazon River suspended sediment and its reaction with seawater’, Geochimica et Cosmochimica Acta 41 (1979) 767.
Voor zover bekend, blijft de rest in de oceanen waar het accumuleert. Als de oceanen oorspronkelijk geen natrium hebben bevat, zou de huidige hoeveelheid natrium in minder dan 42 miljoen jaar bereikt zijn, gemeten naar de aanvoer- en afvoersnelheid van vandaag de dag.
Dit is aanzienlijk minder dan de evolutionistische leeftijd van de oceanen van 3 miljard jaar. Het gebruikelijke antwoord op dit probleem is dat de natriumaanvoer aanvankelijk minder was en de afvoer groter. Maar zelfs berekeningen die de evolutionistische scenario’s zo goedgunstig mogelijk gezind zijn, komen nog steeds uit op een maximale leeftijd van 62 miljoen jaar. Vergelijkbare berekeningen voor andere elementen in het zeewater resulteren in nog veel jongere leeftijden voor de oceanen.
Weerlegging
Waarom natrium in zee geen ouderdomsklok is
Kernconclusie en hoofdbevindingen
Het argument “niet genoeg natrium in de zee” levert geen geldige bovengrens voor de ouderdom van de oceaan op. Het deelt een bestaande voorraad door een verondersteld langdurig aanhoudend aanvoeroverschot. Maar juist dat aanvoeroverschot, zijn geschiedenis en de beginvoorraad zijn niet vastgesteld. Een oceaan is een doorstroomreservoir met verwijdering, opslag en recycling, geen vat waarin uitsluitend natrium wordt bijgevuld.
- De Bronvermelding Is Vermengd: Het genoemde Amazoneartikel verscheen in 1979, volume 43, blz. 767-779, niet in volume 41. Een afzonderlijke kleistudie verscheen in 1977 -> houd beide publicaties uit elkaar. [7][11]
- De 27% Is Geen Gemeten Natuurconstante: Austin en Humphreys inventariseren 457 miljoen ton aanvoer en 122 miljoen ton afvoer per jaar -> behandel hun verschil als een uitkomst van die begroting, niet als een aangetoonde accumulatie over de aardgeschiedenis. [5]
- 42 Miljoen Jaar Is Een Voorwaardelijke Rekensom: Met een natriumvoorraad van ongeveer 1,4 x 1019 kg ontstaat inderdaad ongeveer 42 miljoen jaar -> de rekenkundige orde van grootte klopt, maar de dateringsinterpretatie niet. [13][5]
- Verblijftijd Is Geen Leeftijd: Ook een reservoir met gelijke aanvoer en afvoer heeft een eindige verversingstijd -> verwar doorstroming niet met het tijdstip waarop het reservoir ontstond.
- Verwijdering Is Werkelijke Geochemie: Ionenwisseling kan natrium aan zeewater onttrekken; bij Ganga-Brahmaputra-sedimenten bedraagt de geschatte vermindering van de opgeloste rivierflux ongeveer 15% -> verwerk zulke processen, maar extrapoleer een regionale studie niet ongecontroleerd naar de wereld. [11]
- Oud Betekent Niet Onveranderlijk: Onderzoek aan 3,5-3,0 miljard jaar oude vloeistofinsluitsels ondersteunt een vroeg zoute oceaan, maar niet een door de tijd exact constant zoutgehalte -> onderscheid ouderdom, totale saliniteit en ionenverhoudingen. [12]
1. Sayles en Mangelsdorf onderzochten Amazonesediment, geen oceaanklok
De juiste referentie voor de letterlijk aangehaalde titel is:
Sayles, F. L. & Mangelsdorf, P. C. Jr. (1979), “Cation-exchange characteristics of Amazon River suspended sediment and its reaction with seawater”, Geochimica et Cosmochimica Acta 43(5), 767-779. DOI: 10.1016/0016-7037(79)90260-6. [7]
De in de vraag geopperde correctie naar 1977 is dus niet juist voor deze titel. Er bestaat wel een afzonderlijke publicatie uit 1977, “Equilibration of clay minerals with seawater – Exchange reactions”. De aangehaalde verwijzing combineert kennelijk gegevens van verschillende publicaties: het jaar 1979 en beginbladzijde 767 horen bij het Amazoneartikel, maar volume 41 niet. [11][7]
De Amazone: meetbare opname van natrium door sediment
Sayles en Mangelsdorf onderzochten de uitwisselbare kationen van zwevend sediment uit het Amazonebekken en de reactie van dat sediment met zeewater. In rivierwater waren de uitwisselingsplaatsen, uitgedrukt in ladingsequivalenten, voor ongeveer 80% met calcium, 17% met magnesium en 3% met natrium plus kalium bezet. Dat gaat over de bezetting van sedimentoppervlakken, niet over de samenstelling van het zeewater. [7]
Bij contact met zeewater veranderde die bezetting. Het sediment nam natrium op. Voor de onderzochte verhouding tussen sediment en opgeloste stoffen bedroeg die opname bijna een derde van de opgeloste natriumvracht van de rivier. Bij een representatievere verhouding schatten de auteurs ongeveer 20%, en gemiddeld over de jaarlijkse Amazonecyclus een nog kleiner effect. [7]
Deze studie is dus relevant voor een verwijderingsproces, maar bepaalt niet alle mondiale bronnen en putten. Zij meet evenmin hoe snel de totale oceaanvoorraad natrium groeit. Uit haar resultaten volgt niet dat wereldwijd precies 27% verdwijnt en 73% achterblijft.
De Ganga-Brahmaputra bevestigt het proces, niet een universeel percentage
Lupker, France-Lanord en Lartiges onderzochten dit vraagstuk later voor sedimenten van de Ganga-Brahmaputra. Hun berekening geeft een vermindering van de opgeloste natriumaanvoer door estuariene ionenwisseling van ongeveer 15%, met ongeveer 16% als meest waarschijnlijke schatting binnen hun analyse. [11]
Het contrast is belangrijk: natriumopname door sediment is geen verzonnen ontsnappingsroute, maar de grootte varieert met sedimentbelasting, mineralogie en rivierchemie. Een regionale meting kan een proces aantonen zonder daarmee een volledige mondiale balans te leveren.
2. Wat de cijfers 450 miljoen ton, 27%, 42 en 62 miljoen jaar voorstellen
De aangehaalde formulering komt terug in de jonge-aardeliteratuur van Russell Humphreys. De cijfermatige achtergrond is de inventarisatie van Steven Austin en D. Russell Humphreys, The Sea’s Missing Salt: A Dilemma for Evolutionists. De populaire tekst herhaalt de combinatie van meer dan 450 miljoen ton, 27%, 42 miljoen jaar en 62 miljoen jaar. Het betreft dus niet een ouderdomsconclusie van Sayles en Mangelsdorf. [6][17]
De berekening van ongeveer 42 miljoen jaar is te volgen
De volgende cijfers moeten strikt in dezelfde eenheid worden gebruikt. Een miljoen metrische ton is een miljard kilogram.
| Grootheid | Waarde | Betekenis |
|---|---|---|
| Totale huidige aanvoer volgens Austin-Humphreys | 457 miljoen metrische ton Na per jaar | Som van de door hen opgenomen aanvoerposten |
| Totale huidige afvoer volgens Austin-Humphreys | 122 miljoen metrische ton Na per jaar | Som van de door hen opgenomen verwijderingsposten |
| Verschil | 335 miljoen metrische ton Na per jaar | Berekend aanvoeroverschot binnen hun inventarisatie |
| Afvoer gedeeld door aanvoer | 122 / 457 = ongeveer 26,7% | Afgerond de aangehaalde 27% |
| Oceaanvoorraad, als bruikbare orde van grootte | Ongeveer 1,4 x 1019 kg Na | Afgeleid uit circa 608 x 1015 mol in de geochemische onderwijssynthese |
Natrium is niet hetzelfde als zout
De oorspronkelijke begroting gebruikt kilogrammen Na, niet kilogrammen totaal zeezout. [5] Natriumchloride bevat naar massa ongeveer 39,3% natrium; natrium, NaCl en alle opgeloste zouten samen zijn dus niet onderling uitwisselbaar. Bovendien kan het Engelse “ton” verschillende massa-eenheden aanduiden; teruggaan naar de oorspronkelijke kilogrammen voorkomt die ambiguiteit. Er is hier geen noodzaak een eenhedenfout te veronderstellen: ook met correct omgerekende eenheden blijft de dateringsmethode ondeugdelijk.
3. De massabalans verklaart waarom verblijftijd geen leeftijd is
4. Welke natriumstromen moeten in de begroting staan?
Een betrouwbare balans begint bij een expliciete systeemgrens. Tellen we alleen vrij oceaanwater, of ook sedimentporiewater en reactieve oceaankorst? Een verplaatsing kan voor het eerste reservoir verwijdering zijn, maar voor het ruimere systeem interne opslag. De geochemische synthese bespreekt daarom zowel estuariene uitwisseling als sedimentreacties, hydrothermalisme en langdurige zoutopslag; zij presenteert geen universeel verwijderingspercentage dat alle tijdperken dekt. [13]
| Proces | Rol in de natriumbalans | Onderscheid dat de eenvoudige klok mist |
|---|---|---|
| Rivieren | Aanvoer van opgelost natrium door onder meer verwering en oplossing van zouten | Een deel kan eerder uit zee afkomstig zijn; sedimentreacties veranderen de effectief opgeloste vracht |
| Hydrothermale circulatie bij ruggen en door oceaankorst | Uitwisseling tussen zeewater en gesteente; kan natrium vastleggen of vrijmaken | Het uitgepompte water was meestal eerst zeewater: tel de verandering, niet alle natrium in de uitstroming als nieuw |
| Zeesproei en aerosolen | Verplaatsing van natrium uit zee naar de atmosfeer en soms land | Rechtstreekse terugval en latere rivierterugvoer zijn recycling, geen blijvende afvoer en nieuwe externe aanvoer |
| Poriewater en diagenese | Tijdelijke opslag, begraving, diffusie en chemische uitwisseling met sediment | Ingesloten zeewater is niet automatisch permanent verwijderd; natrium kan ook terugstromen |
| Ionenwisseling met klei | Opname of afgifte van natrium aan reactieve oppervlakken | Afhankelijk van mineralogie en waterchemie; deels omkeerbaar en niet overal even groot |
| Authigene mineraalvorming | Vastlegging tijdens de vorming van nieuwe mineralen in sediment | Mineralen verschillen in hun opname van Na, K en Mg; niet iedere kleireactie is een even grote natriumput |
| Evaporieten en zoutafzettingen | Vastlegging van natrium bij bijvoorbeeld halietvorming en begraving | Verdamping alleen verwijdert water; pas zoutprecipitatie verwijdert opgelost natrium. Latere oplossing keert de overdracht om |
| Subductie en korstrecycling | Verder transport van sediment, poriewater en veranderde korst naar de diepe aarde | Een deel kan later terugkeren. Tel eerdere opname en daaropvolgende subductie niet tweemaal als onafhankelijke put |
| Grondwater | Continentale toevoer en uitwisseling door kustsedimenten | Onderscheid nieuw aangevoerd grondwater van gerecirculeerd zeewater en bereken de netto chemische verandering |
| Biologische processen | Tijdelijke opname en indirecte verandering van sedimentreacties | Opname in organismen is niet hetzelfde als duurzame begraving; biologie is geen vanzelfsprekende grote ontbrekende Na-put |
Deze tabel is een procesboekhouding, geen bewering dat iedere post even groot is of vandaag exact bekend is. Voor een numerieke balans zijn consistente, tijdsafhankelijke ramingen nodig; losse potentiële putten opsommen sluit haar niet.
Humphreys beweert dat er meer natrium in de zee terechtkomt dan eruit wordt gehaald, en dat de berekeningen die het meest gunstig zijn voor de evolutietheorie nog steeds vereisen dat de aarde niet ouder is dan 62 miljoen jaar. Welnu, ik moet me hierbij neerleggen bij de chemici. Een goed startpunt voor het antwoord op deze schijnbare paradox is de website talkorigins. Als geoloog ben ik toevallig bekend met de enorme hoeveelheden zout (natriumchloride) die opgesloten zitten in sedimenten zoals die op de bodem van de Golf van Mexico en de Middellandse Zee, en in continentale bekkens zoals het Michiganbekken. Bovendien stellen chemici dat creationisten de hoeveelheid natrium die gebruikt wordt bij de omzetting van oceanische basalten sterk onderschatten. Dit verbaast me niet, aangezien ze weigeren het algemeen aanvaarde proces van zeebodemspreiding te erkennen, dat continu enorme hoeveelheden basalt produceert bij oceanische spreidingscentra. Hoe dan ook, dezelfde overwegingen gelden hier als in het geval van het argument “te weinig modder”. Een onevenwicht nu, zelfs als het bestaat, impliceert geen onevenwicht gedurende de gehele geologische tijd.
Zout en andere opgeloste stoffen in de oceaan vormen naar mijn mening echter eerder een probleem voor creationisten dan voor wetenschappers. Ongelooflijk genoeg geven ze toe dat het, met de huidige toevoersnelheid, 40 miljoen jaar zou duren om de oceaan zo zout te maken als hij nu is. Ik ben niet in de natuurkunde terechtgekomen omdat ik niet goed was in wiskunde: 40 miljoen jaar is veel langer dan 6000 jaar. Volgens de eerdergenoemde bron wijzen berekeningen op een evenwicht tussen de toevoer van natrium aan het oceaanwater en de verwijdering ervan, dus er lijkt sowieso geen echt probleem te zijn. [1].
Referenties
[1]https://prism-redfern.org/topics/youngearth.html

Geef een reactie