Logos instituut 7:

7. Geïnjecteerd zandsteen kort geologische tijdperken in

Er bestaan sterke geologische aanwijzingen dat het Cambrische Sawatch zandsteen van de Ute Pass breuk (ten westen van Colorado Springs in de Verenigde Staten) nog niet versteend was toen het naar de oppervlakte werd geperst tijdens het ontstaan van de Rocky Mountains. Dit Cambrische Sawatch zandsteen zou 500 miljoen jaar geleden zijn ontstaan en de Rocky Mountains naar men zegt 70 miljoen jaar geleden. Het is erg onwaarschijnlijk dat het zandsteen niet hard werd tijdens de veronderstelde 430 miljoen jaar dat het ondergronds lag voordat de Rocky Mountains werden gevormd. Het is waarschijnlijker dat deze twee geologische gebeurtenissen elkaar opvolgden in minder dan een paar honderd jaar. Hierdoor wordt de geologische tijdschaal dus enorm ingekort.

Weerlegging

Ute Pass: waarom zandsteendijken geen jonge aarde aantonen

Kernpunten

  • Verkeerde Identificatie: onderzoek uit 2014 onderscheidt de onderzochte Tava-injectieten van het Cambrische Sawatch-zandsteen op basis van hun zirkoonpopulaties -> de gelijkstelling van beide gesteenten is niet houdbaar voor deze monsters.[1]
  • Veel Oudere Injectie: onderzoek uit 2024 plaatst herhaalde Tava-injectie ongeveer 690-660 miljoen jaar geleden, niet tijdens de Laramide-gebergtevorming -> daarmee vervalt de centrale chronologische premisse van het argument.[10]
  • Verschillende Verschijnselen: bij Ute Pass komen zowel zandsteendijken als Paleozoische kalksteen en kwartsiet langs de breuk voor -> niet iedere sedimentaire strook tussen graniet is hetzelfde soort object.[9]
  • Mobiliteit Is Geen Afzettingsdatum: zandinjectie ontstaat door een combinatie van overdruk, breukvorming en sedimenttransport -> zij dateert niet automatisch de oorspronkelijke afzetting van het zand.[6]
  • Geen Universele Versteningsklok: cementatie hangt onder meer af van temperatuurgeschiedenis, korreloppervlak en korrelcoatings; cement kan later gedeeltelijk oplossen -> uit vervormbaarheid volgt geen maximale ouderdom van enkele eeuwen.[5][8]
  • Onafhankelijke Tijdsinformatie: veldrelaties, verschillende isotopensystemen en apatiet-splijtingsspoordatering registreren verschillende gebeurtenissen -> de geologische geschiedenis kan niet tot een enkele snelle gebeurtenis worden samengevoegd.[11][10][14]

1. Wat is bij Ute Pass daadwerkelijk aangetroffen?

De waarneming van zandsteendijken is echt; de identificatie als tijdens de Laramide geinjecteerd Sawatch-zandsteen is een interpretatie. Siddoway en Gehrels beschrijven in hun primaire studie uit 2014 zandsteenlichamen die als dijken in kristallijn gesteente voorkomen. Het materiaal bevat verspreide grindkorrels en kiezels in een grotendeels structuurloze zandmatrix. Die combinatie interpreteren zij als aanwijzing voor liquefactie en krachtige sedimentremobilisatie.[1]

De onderzoekers noemen dit materiaal Tava sandstone, in later onderzoek ook Tavakaiv sandstone. Zij toetsen expliciet of het overeenkomt met Paleozoische zandstenen, waaronder Sawatch. Daarvoor vergelijken zij de U-Pb-ouderdommen van detritische zirkonen: resistente mineraalkorrels die het zand uit zijn brongebieden heeft geerfd.[1][11]

De onderzochte Tava-monsters bevatten een opvallende zirkoonpopulatie van ongeveer 1,33-0,97 miljard jaar. De onderzochte Sawatch-monsters vertonen een andere verdeling, met pieken rond 1,70 en 1,44 miljard jaar en zonder die prominente jongere groep. Dit verschil in herkomstsignatuur is een concrete reden om Tava niet simpelweg als geinjecteerd Sawatch te beschouwen; de conclusie berust dus niet alleen op een andere naamgeving.[1]

Tegelijk is niet alles langs de Ute Pass-breuk een Tava-injectiet. De geologische kaart van Colorado Springs vermeldt dat een strook die eerder als zandsteendijk was beschreven grotendeels uit Paleozoische kalksteen en kwartsiet bestaat. Daarnaast zijn breukkrassen en breukgruis waargenomen. De kaart onderscheidt deze ontsluitingen van meerdere zandsteendijken ten noorden van het kaartgebied.[9]

Daarom moeten drie begrippen uit elkaar blijven: een sedimentaire dijk is sediment in een spleetvormig lichaam; breccie beschrijft fragmentrijk gesteente; kataklasiet is gesteente dat door breukwerking mechanisch is verbrijzeld. Die termen zijn geen onderlinge synoniemen. De onderzochte Tava-lichamen worden als injectieten geinterpreteerd, maar dat maakt iedere sedimentaire strook langs de breuk nog geen geinjecteerd zandlichaam.[1][9]

Voor de weerlegging is het belangrijkste onderscheid: werkelijk geinjecteerd zand bewijst nog niet dat de bron Sawatch was, en aanwezigheid langs een later actieve breuk dateert de injectie niet automatisch.

2. Sawatch, zandinjectie en gebergtevorming hebben verschillende ouderdommen

Het jonge-aarde-argument schuift de afzetting van zand, injectie in spleten, cementatie en latere breukbeweging in elkaar. De beschikbare dateringen wijzen juist op een geschiedenis met verschillende gebeurtenissen.

Gesteente of gebeurtenisOnderbouwde ouderdom of plaats in de tijdWat wordt daarmee vastgesteld?
Sawatch Sandstone/QuartziteCambrisch; de lokale kaart noemt Boven-CambriumDe stratigrafische positie van de oorspronkelijke afzetting, niet de ouderdom van alle zandsteendijken.[9][13]
Tava-injectie, Williams Fork RangeBegrensd door hematietaders van 691 +/- 15 Ma en 669 +/- 15 MaKruisende relaties begrenzen plaatselijk de injectie tussen oudere en jongere adervorming.[10]
Hematiet bij een Tava-dijk, Sutherland Creek bij Manitou Springs678 +/- 41 MaEen lokale, minder nauwkeurige ouderdom van hematietvorming die de interpretatie van oude Tava-emplacement ondersteunt.[10]
Laramide-opheffing van de Front RangeLaat-Krijt tot vroeg-EoceenEen langdurige gebergtevormingsfase, geen enkel ogenblik op precies 70 Ma.[2]
Afkoeling aan de zuidzijde van Pikes PeakApatiet-splijtingsspoorouderdommen van 57-67 MaEen thermische registratie die met Laramide-opheffing en erosie wordt verbonden; geen rechtstreekse injectiedatering.[14]

Ma betekent miljoen jaar geleden. Het beslissende resultaat is dat de onderzochte Tava-injectie ruim voor zowel het Cambrium als de Laramide-gebergtevorming wordt geplaatst.[10][2]

De getallen “500 miljoen” voor Sawatch en “70 miljoen” voor de Rocky Mountains uit het aangehaalde argument zijn dus geen twee exacte lokale metingen die samen het verblijf van ongecementeerd zand beschrijven. De USGS behandelt Sawatch als een Cambrische stratigrafische eenheid; het lokale profielonderzoek rapporteert geen rechtstreekse radiometrische afzettingsouderdom voor deze zandsteen.[13] Ook de precieze regionale correlatie van Sawatch is niet overal eenvoudig.[15]

Verder heeft de Ute Pass Fault niet slechts een enkele relevante ouderdom. De Tava-vindplaatsen zijn geassocieerd met breuken die meerdere bewegingsfasen hebben doorgemaakt. Een oude structuur kan later opnieuw worden gebruikt: latere verplaatsing langs een breuk maakt een al aanwezig zandsteenlichaam niet eveneens jong.[10]

De juiste vergelijking is daarom niet: “Cambrisch zand bleef zacht tot de Rocky Mountains ontstonden”, maar: oude zandinjectie werd onderdeel van een gesteentepakket dat later opnieuw tektonisch werd vervormd.

3. Moet geinjecteerd zand sinds zijn afzetting onverhard zijn gebleven?

Nee, dat volgt niet zonder aanvullende gegevens. Daarbij moeten twee verschillende vragen worden onderscheiden: wat kan fysisch gebeuren, en wat is bij deze specifieke injectieten aangetoond?

De vakliteratuur beschrijft zandinjectie als een proces waarbij verhoogde poriedruk, het openbreken van afsluitend gesteente, fluidisatie en transport samen optreden. Water en zand bewegen dan door nieuw gevormde of geopende spleten. Dat is geen smelten van zandsteen, en evenmin automatisch een uitstroom naar het aardoppervlak.[6] De Tava-studie beschrijft juist zandsteenlichamen in kristallijn gastgesteente.[1]

Bij oorspronkelijk los of zwak gecementeerd zand kan zo’n proces rechtstreeks optreden. Bij stevig verhard zandsteen moeten eerst korrelbindingen worden verbroken of cement worden verwijderd voordat afzonderlijke zandkorrels mobiel kunnen worden. Mechanische verbrijzeling, of comminutie, en chemische cementoplossing zijn daarbij verschillende processen. De USGS documenteert daadwerkelijk gedeeltelijke oplossing van eerder gevormd cement; de injectieliteratuur documenteert vervolgens hoe mobiel zand onder overdruk in hydrofracturen wordt getransporteerd. Daarmee is een procesketen van ontbinding of verbrokkeling gevolgd door transport fysisch mogelijk, maar nog niet voor iedere Ute Pass-dijk bewezen.[8][6]

Hier verdient het jonge-aarde-argument een eerlijke concessie. Weinig gebroken korrels en weinig fijn vergruizingsmateriaal zouden beter passen bij injectie van los of zwak gebonden zand dan bij grootschalige verpulvering van hard kwartsiet. Men moet daarom niet zonder lokale petrografische aanwijzingen beweren dat de Tava-dijken simpelweg uit fijngemalen, volledig gecementeerd Sawatch bestaan. De primaire Tava-studie interpreteert de zandmatrix en verspreide klasten als aanwijzingen voor sedimentremobilisatie; zij bewijst niet die alternatieve Sawatch-geschiedenis.[1]

Maar zelfs bewijs voor ongecementeerd zand op het injectiemoment vertelt op zichzelf niet wanneer het zand oorspronkelijk werd afgezet. Daarvoor zijn afzonderlijke herkomst- en ouderdomsgegevens nodig. Juist die wijzen hier weg van de combinatie “Cambrisch Sawatch plus Laramide-injectie”.[1][10]

4. Waarom lithificatie geen stopwatch is

Het argument veronderstelt dat sediment na een vrij vaste, korte tijd onvermijdelijk volledig versteent. Zo werkt diagenese niet. Alleen de aanwezigheid van water en mogelijke cementbestanddelen specificeert nog niet de snelheid waarmee korrels aan elkaar groeien.

Walderhaugs model voor kwartscementatie beschrijft porositeitsverlies als functie van de temperatuurgeschiedenis. Ook korrelgrootte, het aandeel kwarts, korrelcoatings en de beschikbare porositeit spelen een rol. Opgelost silica kan bij korrelcontacten worden geproduceerd en elders op schone kwartsoppervlakken neerslaan. Cementatie is daarmee een reactie- en transportproces, niet uitsluitend een functie van verstreken tijd.[5]

Een concreet voorbeeld van een niet-eenvoudige geschiedenis komt uit het door de USGS onderzochte Sussex B-zandsteenreservoir. In de Empire Federal C-put volgen verschillende generaties mineraalgroei elkaar op. Eerder gevormd calcietcement wordt later gedeeltelijk opgelost, waarna secundaire porien gedeeltelijk met andere mineralen worden gevuld. De USGS verbindt die oplossing met veranderingen in de poriewaterchemie tijdens koolwaterstofvorming en -migratie.[8]

Dat voorbeeld bewijst niet dat iedere zandsteen vanzelf weer los zand wordt. Het bewijst wel iets wat voor dit argument essentieel is: cementatie is niet overal een eenrichtingsproces van “zacht” naar “voor altijd hard”. Eerder cement kan plaatselijk verdwijnen en porositeit kan opnieuw ontstaan.[8]

Daarom zijn twee stellige uitspraken allebei onjuist: “zand blijft zonder problemen honderden miljoenen jaren overal los” en “zand met water moet binnen enkele eeuwen volledig versteend zijn”. Voor een specifieke locatie is een geschiedenis van begraving, temperatuur, poriewater en cement nodig. Zonder zo’n model levert vervormbaarheid geen kwantitatieve bovengrens van “een paar honderd jaar” op.[5]

De sterkste weerlegging hoeft overigens geen 430 miljoen jaar ongecementeerd Sawatch te verdedigen. De moderne identificatie en datering van Tava maken dat veronderstelde probleem voor de onderzochte injectieten overbodig.[1][10]

5. Welke onafhankelijke dateringslijnen ondersteunen een lange geschiedenis?

De conclusie rust niet uitsluitend op “geologen zeggen dat het oud is”. Verschillende waarneembare relaties en meetmethoden toetsen verschillende onderdelen van de geschiedenis.

Ten eerste: stratigrafie en fossielcorrelatie. Bij Manitou Springs ligt Sawatch onder de Peerless Formation en de vroeg-Ordovicische Manitou Formation. Het USGS-profielonderzoek beschrijft die opeenvolging en onderbrekingen daarin. De plaatselijke paleontologische informatie is echter beperkt; het rapporteert geen directe radiometrische ouderdom van 500 Ma voor een Sawatch-laag.[13] Stratigrafie levert hier dus vooral een relatieve positie en regionale correlatie, niet zelfstandig een stopwatch.

Ten tweede: detritische zirkoon-U-Pb. Deze methode meet ouderdommen van geerfde mineraalkorrels en onderscheidt daarmee sedimentbronnen. De verschillende verdelingen van Tava en Sawatch ondergraven hun gelijkstelling. Een oude zirkoon dateert echter niet automatisch de afzetting of injectie van het omringende zand: de korrel kan veel ouder zijn.[1][11]

Ten derde: hematietdatering gecombineerd met kruisende relaties. In de Williams Fork Range doorsnijdt Tava een oudere hematiet-kwartsader, terwijl jongere hematietadertjes Tava doorsnijden. De U-Pb-ouderdommen van die aders begrenzen de tussenliggende injectie. Dat is sterker dan alleen een mineraalouderdom zonder geologische context.[10] Het monster uit Sutherland Creek bij Manitou Springs levert daarnaast de minder nauwkeurige, maar overeenkomstige ouderdom 678 +/- 41 Ma.[10]

Onderzoek uit 2020 gebruikte bovendien hematiet-(U-Th)/He. Het rapporteert 676 +/- 26 Ma voor de grootste kristallen, met de expliciete kanttekening dat heliumverlies ouderdommen kan verjongen. Dat is een ander isotopensysteem, hoewel het deels dezelfde geologische samenhang onderzoekt.[11] De daaropvolgende U-Pb-studie ondersteunt een Cryogenische injectiegeschiedenis rond 690-660 Ma.[10]

Ten vierde: thermochronologie van de latere gebergtevorming. Apatiet-splijtingssporen aan de zuidzijde van Pikes Peak leveren ouderdommen van 57-67 Ma en leggen een veel latere afkoelings- en erosiegeschiedenis vast.[14]

Deze gegevens ondersteunen een honderden miljoenen jaren lange geschiedenis tussen oude Tava-injectie en latere Laramide-vervorming. Zij meten niet allemaal hetzelfde, en geen ervan meet afzonderlijk precies de in het artikel berekende 430 miljoen jaar tussen Sawatch-afzetting en gebergtevorming. Juist dat onderscheid voorkomt een nieuwe dateringsverwarring.

6. Synthese: snelle injectie betekent geen jonge aarde

De verschillende interpretaties kunnen nu scherp worden vergeleken:

InterpretatieWat zij verklaartWat zij niet aantoont
Injectie van mobiel sedimentZand in spleetvormige lichamen en structuren van sedimentremobilisatie.[1]Dat het zand Sawatch is, of kort voor de injectie werd afgezet.
Latere breukvervormingBreukkrassen, breukgruis en de meervoudige bewegingsgeschiedenis.[9][10]Dat alle aanwezige dijken tijdens die latere beweging ontstonden.
Oude Tava-injectie, later tektonisch hergebruiktVerschillende sedimentherkomsten, oude hematietouderdommen en veel latere Laramide-afkoeling.[1][10][14]Een identieke detailgeschiedenis voor iedere ontsluiting langs Ute Pass.

De kernfout is een verwisseling van procesduur en ouderdomsverschil. Zelfs een zeer snelle injectie zegt niet hoeveel tijd verstreek voor of na die gebeurtenis. Evenmin volgt uit “het materiaal was toen mobiel” dat het sinds zijn oorspronkelijke afzetting onafgebroken ongecementeerd bleef.

Een bondige weerlegging van de geciteerde passage luidt daarom:

De zandsteendijken bij Ute Pass zijn geen bewijs dat Cambrisch Sawatch-zand honderden miljoenen jaren zacht bleef tot de vorming van de Rocky Mountains. Moderne herkomstanalyses onderscheiden de onderzochte Tava-injectieten van Sawatch, en dateringen in combinatie met kruisende aders plaatsen de Tava-injectie veel eerder: ongeveer 690-660 miljoen jaar geleden. De Laramide-gebergtevorming is een afzonderlijke, veel latere gebeurtenis. Bovendien is cementatie afhankelijk van lokale fysische en chemische omstandigheden en kan eerder cement gedeeltelijk oplossen. Uit zandinjectie volgt daarom geen interval van slechts enkele eeuwen, laat staan een inkorting van de gehele geologische tijdschaal.[1][10][2][8]

De waarnemingen vragen dus om onderscheid tussen gesteenten en gebeurtenissen, niet om het schrappen van geologische tijd. De onzekerheid betreft onder meer de exacte geschiedenis van afzonderlijke ontsluitingen; zij vormt geen positief bewijs voor de voorgestelde jonge-aardechronologie.

Referenties

  1. coloscisoc.org coloscisoc.org
  2. The Colorado front range: anatomy of a Laramide uplift pubs.usgs.gov
  3. sites.coloradocollege.edu sites.coloradocollege.edu
  4. ngmdb.usgs.gov ngmdb.usgs.gov
  5. pubs.geoscienceworld.org pubs.geoscienceworld.org
  6. sciencedirect.com sciencedirect.com
  7. lyellcollection.org lyellcollection.org
  8. Diagenetic history – 3-D Reservoir Characterization pubs.usgs.gov
  9. coloradogeologicalsurvey.org coloradogeologicalsurvey.org
  10. par.nsf.gov par.nsf.gov
  11. pnas.org pnas.org
  12. geoinfo.nmt.edu geoinfo.nmt.edu
  13. pubs.usgs.gov pubs.usgs.gov
  14. nmgs.nmt.edu nmgs.nmt.edu
  15. pubs.usgs.gov pubs.usgs.gov


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *