Logos instituut 3:

3. Niet genoeg modder op de zeebodem

Elk jaar belandt er door de erosie van water en wind 25 miljard ton modder en gesteente in de oceanen. Dit materiaal stapelt op als sediment (d.w.z. modder) op het harde (door lava ontstane) bodembasalt van de oceaan. De gemiddelde dikte van deze modderlaag in alle oceanen, met inbegrip van de continentale platen, is minder dan 400 meter.

aardplaten

Het belangrijkste bekende afvoermechanisme van deze modder is in, of beter gezegd, onder elkaar schuiven van de aardplaten (subductie door plate tectonics). Dat wil zeggen dat de bodem van de oceanen langzaam (een paar cm/jaar) onder de continenten schuift, waarbij een gedeelte van het sediment wordt meegesleept. Volgens de gangbare wetenschappelijke literatuur zorgt dit proces voor een jaarlijkse afvoer van slechts 1 miljard ton per jaar. Voor zover bekend stapelt de andere 24 miljard ton zich jaarlijks op. In dit tempo zou de huidige hoeveelheid sediment in minder dan 12 miljoen jaar zijn afgezet.

Volgens de evolutionistische theorie hebben deze processen echter al plaatsgevonden zolang er oceanen bestaan, naar verondersteld wordt 3 miljard jaar. Als dat zo zou zijn, impliceren de bovenstaande snelheden dat de oceanen totaal dichtgeslibd zouden moeten zijn met een laag modder van tientallen kilometers diep. Een alternatieve (creationistische) verklaring is dat het water van de zondvloed dat van de continenten afstroomde, de huidige hoeveelheid modder in korte tijd heeft neergelegd, zo’n 5.000 jaar geleden.

Weerwoord

Waarom zeebodemsediment geen jonge aarde aantoont

Kernconclusie

Het argument ‘niet genoeg modder op de zeebodem’ levert geen geldige ouderdom van de aarde of de oceanen op. Het behandelt een veranderend, ruimtelijk ongelijk verdeeld en gerecycled sedimentreservoir alsof het een stilstaande bak is. Bovendien is de opgegeven gemiddelde dikte niet houdbaar voor alle oceanen inclusief continentale marges: de globale sedimentkaart GlobSed geeft ongeveer 927 meter, niet minder dan 400 meter. [8]

  • Verkeerde Voorraad: GlobSed schat ongeveer 337 miljoen km3 zeesediment -> gebruik een inventaris waarvan gebied en definitie overeenkomen met de sedimentaanvoer. [8]
  • Ongelijke Verdeling: Ongeveer 66,5% ligt op of nabij continentale marges, binnen 23,1% van het oceaanoppervlak -> verwar kustaanvoer niet met gelijkmatige bedekking van de diepe oceaan. [8]
  • Veranderlijke Aanvoer: Een mondiale studie schat dat menselijke bodemerosie het riviertransport verhoogt, terwijl stuwmeren de aanvoer naar zee juist verlagen -> extrapoleer een huidige flux niet miljarden jaren terug. [2]
  • Vernieuwende Oceaanbodem: De huidige oceanische korst is gemiddeld ongeveer 64,2 miljoen jaar oud -> onderscheid de ouderdom van oceanen van die van hun huidige bodem. [4]
  • Voorwaardelijke Rekensom: 25 – 1 = 24 klopt, maar een afzettingsduur vereist ook volume, droge massa en dichtheid -> behandel de uitkomst als modelscenario, niet als datering.
  • Toetsbare Vloedverklaring: In sedimentkernen zijn afzonderlijke overstromingslagen te onderscheiden van jaarlijks gevormde lagen -> snelle afzetting verklaart niet automatisch het complete sedimentarchief. [7][3]

Wat klopt er van de zeven beweringen?

Een geraadpleegde versie van het argument, gepubliceerd door ICR in 2005, noemt overigens 20, niet 25 miljard ton jaarlijkse aanvoer. Zij noemt wel de 400 meter, 1 miljard ton afvoer, minder dan 12 miljoen jaar en een zondvloed ongeveer 5.000 jaar geleden. De passage specificeert geen gebruikte dichtheid of oceaanoppervlakte. Er bestaan dus verschillende varianten van dezelfde redenering. [13]

BeweringWetenschappelijke beoordeling
Jaarlijks komt 25 miljard ton modder en gesteente in zeeEen denkbare historische orde van grootte, maar geen universele, tijdsonafhankelijke meetwaarde. Een overzicht uit 2009 noemt ongeveer 20 miljard ton riviersediment per jaar naar de kustzone. Dat is niet hetzelfde als afzetting op de diepe oceaanbodem. [14]
Gemiddeld minder dan 400 meter, inclusief continentale plateausOnjuist voor het gebied dat hier wordt genoemd. GlobSed geeft ongeveer 927 m over circa 363 miljoen km2. Ongeveer 404 m geldt juist voor oceanische korst op meer dan 200 km van de continentale plateaus. [8]
Subductie verwijdert slechts 1 miljard ton per jaarDit is een oude, in het argument gebruikte schatting, geen aangetoonde constante over de aardgeschiedenis. Ook een juiste huidige subductieflux zou op zichzelf geen volledige sedimentbalans opleveren. [13]
De overige 24 miljard ton stapelt jaarlijks opDe aftrekking klopt; de interpretatie vereist dat aanvoer, afvoer en voorraad precies hetzelfde reservoir betreffen en dat andere overdrachten ontbreken. Dat wordt niet aangetoond.
Alles is in minder dan 12 miljoen jaar afgezetAlleen een voorwaardelijke voorraad/flux-uitkomst; zonder dichtheid is zelfs die berekening onvolledig. Met de grotere GlobSed-voorraad verandert de uitkomst aanzienlijk.
Na 3 miljard jaar moeten tientallen kilometers sediment bestaanDat volgt alleen als dezelfde bodem gedurende die hele tijd dezelfde nettoaanvoer ontvangt en behouden blijft. Zeebodem ontstaat en verdwijnt echter door plaattektoniek. [1]
Een zondvloed 5.000 jaar geleden verklaart de voorraadEen veronderstelde snelle aanvoer is geen datering en verklaart niet de waargenomen opeenvolgingen en chronologieen. Zie de concrete voorbeelden hieronder.

‘Continentale platen’ betekent hier vermoedelijk continentale plateaus, of shelves: de ondergelopen randen van continenten. Het betekent niet complete tektonische platen. Dat onderscheid is essentieel, want zeebodem op continentale korst en zeebodem op oceanische korst hebben verschillende geschiedenissen.

GlobSed verhoogt het geschatte totale sedimentvolume met ongeveer 29,7% tegenover zijn voorganger. Dat onderstreept dat zulke inventarissen worden verbeterd; 927 m is evenmin een exact, foutloos getal. De aangehaalde globale samenvatting geeft geen enkele mondiale plus/min-foutmarge. [5][8] De eerste correctie is daarom: vergelijk dezelfde gebieden en dezelfde grootheden.

Erosie is niet hetzelfde als blijvende diepzeeafzetting

Het passende raamwerk is een sedimentbudget, oftewel massabehoud voor een duidelijk afgebakend reservoir. Schematisch:

verandering sedimentvoorraad = aanvoer - afvoer + overdracht tussen reservoirs

Bodemmateriaal kan na erosie eerst worden opgeslagen op hellingen, in rivierbekkens, uiterwaarden en reservoirs, en daarna opnieuw worden verplaatst. Bij de kust volgen delta’s, estuaria en continentale plateaus. Een studie van grote rivierdelta’s beschrijft deze gebieden expliciet als belangrijke sedimentreservoirs; voor de Changjiang-delta en het onderzeese estuarium wordt ongeveer 1.200 miljard ton opgeslagen sediment genoemd. [14]

De Changjiang illustreert waarom ‘van een continent afgesleten’ niet hetzelfde is als ‘vandaag op de diepe zeebodem afgezet’. Sediment blijft onderweg liggen, wordt opnieuw opgenomen of bereikt slechts het binnenste deel van het continentale plat. Maar opslag op een onderzees plateau mag niet als verdwenen massa worden geboekt wanneer dat plateau al in de totale oceaaninventaris zit. Het probleem is de reservoirverwisseling, niet dat kustsediment onzichtbaar zou worden.

Ook de aanvoer zelf verandert. Syvitski en collega’s schatten in 2005 dat menselijke bodemerosie het riviertransport met 2,3 +/- 0,6 miljard ton per jaar verhoogt, terwijl reservoirvorming de hoeveelheid die de kusten bereikt met 1,4 +/- 0,3 miljard ton per jaar verlaagt. Dat zijn verschillende effecten op verschillende plaatsen in het transportsysteem. [2]

Een latere analyse volgt 414 grote rivieren tussen 1984 en 2020 en vindt sterk uiteenlopende ontwikkelingen: afname in het hydrologische noorden en toename in het zuiden. De Mekong is een concreet voorbeeld van verminderde sedimentaanvoer door dammen. Als fluxen al binnen deze waarnemingsperiode veranderen, is een onveranderlijke miljardenjarige flux geen gerechtvaardigde uitgangspositie. [9]

Verder is opgeloste stof geen modder. Chemische verwering kan gesteente als opgeloste ionen afvoeren; omzetting daarvan in vast zeesediment vereist aanvullende chemische of biologische processen. Omgekeerd kunnen minerale deeltjes en schelpmateriaal oplossen. Men mag daarom een totale verweringsflux niet zonder meer als blijvend vast sediment tellen – maar ook niet een al als deeltjes gemeten rivierflux nogmaals verminderen wegens ‘oplossing op het land’. De sedimentverdeling hangt mede af van biologische en chemische omstandigheden, niet alleen van landerosie. [8]

De bruikbare vraag is dus hoeveel materiaal een bepaald reservoir daadwerkelijk binnenkomt en verlaat, niet hoeveel gesteente ergens erodeert.

Oude oceanen hebben geen miljarden jaren oude bodem

De belangrijkste fout is het gelijkstellen van de ouderdom van oceanen aan de verblijftijd van hun huidige bodem. Bij mid-oceanische ruggen ontstaat oceanische korst; bij subductiezones verdwijnt oude bodem. NOAA beschrijft beide processen en merkt op dat maar weinig oceaanbodem ouder is dan 150 miljoen jaar. Een mondiale reconstructie van Seton en collega’s geeft een gemiddelde korstleeftijd van 64,2 miljoen jaar. Dat betekent niet dat oceanen toen pas ontstonden. [1][4]

Dit is geen noodgreep om ontbrekende modder te verklaren. Magnetische patronen en spreidingsisochronen brengen de ouderdom en bewegingsgeschiedenis van oceanische korst in kaart. De jongste bodem ligt bij spreidingsruggen. GlobSed laat bovendien zien dat de sedimentbedekking met de leeftijd van de oceanische lithosfeer toeneemt. Dat is precies de ruimtelijke samenhang die sedimentatie op een vernieuwende bodem doet verwachten. [4][1][8]

De continentale marges vormen een ander type archief. GlobSed vindt daar gemiddeld ongeveer 3.044 meter sediment: ruim 42% van het totale volume ligt op slechts 12,9% van het onderzochte zeeoppervlak. Op oceanische korst ver van de plateaus ligt gemiddeld ongeveer 404 meter. Een gemiddelde voor de diepe oceaan gebruiken alsof het ook de veel dikkere continentale bekkens beschrijft, wist dus juist het grootste opslaggebied grotendeels uit de redenering. [8]

Bij recycling moet men onderscheid maken tussen processen. Subductie kan sediment meevoeren naar grotere diepte; accretie kan het aan de bovenliggende plaat toevoegen. Erosie en herafzetting verplaatsen sediment tussen bekkens. Diagenese, gesteentevorming en metamorfose veranderen het materiaal en zijn herkenbaarheid als oorspronkelijk zeebodemsediment, maar vernietigen niet zomaar zijn massa.

Hetzelfde geldt voor compactie: samendrukken en uitpersen van poriewater verminderen de dikte, niet overeenkomstig de droge korrelmassa. Niet elk van deze processen is dus een onafhankelijke aftrekpost. Hun gezamenlijke betekenis is dat de huidige zeebodemvoorraad niet alle sediment vertegenwoordigt dat ooit in zee is afgezet. Een correcte tegenwerping hoeft niet te beweren dat subductie vandaag precies alle huidige rivieraanvoer compenseert.

Rekencheck: 12 miljoen jaar is geen gemeten leeftijd

De aftrekking 25 – 1 = 24 miljard ton per jaar is correct. Om daar een tijd van te maken, moet een sedimentvolume eerst worden omgezet in droge sedimentmassa:

t = V x rho_droog / F_netto

Hier is V het sedimentvolume, rho_droog de effectieve droge bulkdichtheid en F_netto de veronderstelde nettoaanvoer. Een kubieke kilometer bevat een miljard kubieke meter; bij 2 ton droge stof per m3 bevat die dus 2 miljard ton. Deze dichtheid is hieronder een expliciete rekenaanname, geen gemeten mondiaal gemiddelde.

Voor de oude 400-meterbenadering gebruiken we het GlobSed-oppervlak van ongeveer 363 miljoen km2. Dat levert 145,2 miljoen km3 sediment op. Het werkelijk door GlobSed geschatte volume is ongeveer 337 miljoen km3. [8]

Illustratief scenarioVolumeAangenomen droge bulkdichtheidNettoaanvoerVoorraad gedeeld door nettoaanvoer
Overal gemiddeld 400 m145,2 miljoen km32,0 ton/m324 miljard ton/jaarcirca 12,1 miljoen jaar
GlobSed-volume, lagere dichtheidsaanname337 miljoen km31,5 ton/m324 miljard ton/jaarcirca 21,1 miljoen jaar
GlobSed-volume, hogere dichtheidsaanname337 miljoen km32,0 ton/m324 miljard ton/jaarcirca 28,1 miljoen jaar

Dit is een gevoeligheidsberekening, geen nieuwe datering en geen statistisch onzekerheidsinterval. Zij houdt de betwiste nettoaanvoer bewust gelijk om te laten zien wat alleen het vervangen van de sedimentinventaris doet. De oorspronkelijke orde van grootte van 12 miljoen jaar is dus reproduceerbaar met bepaalde aannamen; de geologische conclusie volgt daar niet uit.

Ook ’tientallen kilometers na 3 miljard jaar’ is intern begrijpelijk. Met 24 miljard ton per jaar, 2 ton/m3 en hetzelfde oppervlak krijg je ongeveer 99 kilometer. Maar dat scenario veronderstelt dat de huidige oceaanbodem 3 miljard jaar lang onveranderd aanwezig blijft. De gemeten ouderdomsverdeling en de plaattektonische geschiedenis spreken juist tegen die veronderstelling. [4][1]

Bij een stationair doorstroomreservoir kan voorraad/doorvoer een karakteristieke verblijftijd geven; een reservoir kan veel ouder zijn dan het materiaal dat er op enig moment in zit. De berekening faalt dus vooral als klok, niet als eenvoudige deling.

Waarom een wereldvloed 5.000 jaar geleden niet past

Een overstroming of troebelingsstroom kan snel veel sediment afzetten. Geologen herkennen zulke gebeurtenissen ook daadwerkelijk in sedimentkernen. De relevante vraag is daarom niet of snelle afzetting bestaat, maar of het gehele waargenomen archief uit een recente wereldwijde gebeurtenis kan voortkomen.

IODP-boring U1385 geeft een directe toets op de zeebodem. De onderzochte opeenvolging bevat kalkhoudende klei en kalkslib, met terugkerende cyclische afwisselingen. Intervallen waarin bodemdieren het sediment hebben omgewerkt, ofwel bioturbatie, wisselen af met gelamineerde intervallen zonder zulke omwerking. Het ouderdomsmodel bestrijkt ongeveer 5,0-8,8 miljoen jaar en combineert microfossielen met magnetostratigrafie. [19]

Bioturbatie alleen bewijst geen miljoenen jaren: dieren kunnen sediment relatief snel omwerken. Het probleem voor de wereldvloedverklaring is de combinatie van opeenvolgende afzettingsomstandigheden, biologische activiteit en overeenstemmende chronologische indicatoren. Het boorrapport beschrijft bovendien een locatie buiten directe canyon- of hellingafzetting en interpreteert de cyclische reeks als pelagische sedimentatie, niet als een enkel ingestroomd modderpakket. [19]

Het Japanse Suigetsu-meer laat zien hoe normale lagen en rampafzettingen worden onderscheiden. De lichte en donkere laagjes hebben verschillende seizoensgebonden diatomeeen- en mineraalsamenstellingen. Hun jaarlijkse karakter is met microscopisch en seizoensonderzoek onderbouwd; het betreft dus niet simpelweg ‘ieder laagje is een jaar’. Afzonderlijke overstromings- en aardbevingslagen zijn daarnaast herkenbaar. [7]

Het latere SG06-onderzoek beschrijft een doorlopende, gevarvde kern en een radiokoolstofarchief van 11.200 tot 52.800 jaar geleden. Gebeurtenislagen worden op kleur, interne structuur en microfacies onderscheiden van de achtergrondsedimentatie. Zo’n archief bevat overstromingen, maar is niet zelf het product van een enkele recente overstroming. [3]

Aanvullend archiefConcrete waarnemingWaarom dit meer vraagt dan snelle modderafzetting
Oude bodemsDe Chinle Formation bevat begraven bodemhorizonten; verschillen in grondwaterstand verklaren mede hun kleuring. [16]Bodemontwikkeling vertegenwoordigt andere omstandigheden dan voortdurende onderwaterafzetting.
EvaporietenMediterrane reeksen bevatten tot 16 cycli van op de bodem gegroeid gips en organisch-rijke schalie of mergel. [17]Het patroon registreert afwisselende verdampingsrijke en vochtiger omstandigheden, niet slechts transport van modder. [17]
KoraalriffenIODP-expeditie 325 boort rifafzettingen van ongeveer 9.000 tot ouder dan 30.000 jaar; andere reconstructies laten herhaalde landwaartse en zeewaartse rifmigratie zien. [18][15]Groei en verplaatsing van riffen volgen opeenvolgende zeeniveaus en leefomstandigheden.
Radiometrisch gedateerde lagenHet NPS vermeldt voor de Black Forest Bed in de Chinle-reeks een isotopische ouderdom van 213 +/- 1,7 miljoen jaar. [16]Een recente afzettingshypothese moet ook verklaren waarom geschikte dateerbare lagen veel oudere isotopische leeftijden geven.

Geen afzonderlijk laagtype is op zichzelf een universele klok. De weerlegging zit in de samenhang van verschillende processen en onafhankelijke chronologische beperkingen, niet in de onjuiste stelling dat alle sediment altijd langzaam wordt afgezet.

Synthese: sedimentvoorraad is geen ouderdomsklok

De drie benaderingen verschillen vooral in wat ze veronderstellen en wat ze daadwerkelijk verklaren:

BenaderingMechanisme en tijdsaannameWat moet ermee verklaard worden?Belangrijkste beperking
De jonge-aarde-moddersomConstante nettoaanvoer naar een onveranderlijke bakAlleen de huidige totale voorraadVerwisselt voorraadvorming met ouderdom en negeert bodemvernieuwing.
Een geologisch sedimentbudgetVeranderlijke aanvoer, opslag, omzetting en recyclingVoorraad, ruimtelijke dikteverschillen en korstleeftijden samenVereist expliciete grenzen en kent onzekerheden in fluxen en dichtheden.
Een recente wereldvloedZeer snelle aanvoer tijdens een uitzonderlijke gebeurtenisOok de gelaagdheid, biologische sporen en verschillende dateringenVeel materiaal kunnen verplaatsen verklaart nog niet de opeenvolgende leefmilieus en chronologieen.

GlobSed laat juist de verwachte combinatie zien: dikke afzettingen bij continentale marges, dunnere bedekking ver daarvandaan en een verband met de leeftijd van oceanische korst. De oceaanbodem is dus geen stilstaande opvangbak die sinds het ontstaan van de oceanen alle aangevoerde modder heeft bewaard. [8]

De slotsom: sommige getallen zijn verouderd of verkeerd afgebakend; de aftrekking kan kloppen, maar de ouderdomsinterpretatie niet. Zelfs met perfecte huidige fluxmetingen kun je zonder sedimentgeschiedenis geen ouderdom uit de totale voorraad afleiden. De ouderdom van de aarde van ongeveer 4,54 miljard jaar berust op isotopensystemen en hun geologische context, niet op het delen van zeemodder door jaarlijkse erosie. [20]

Referenties

  1. sos.noaa.gov sos.noaa.gov
  2. science.org science.org
  3. pure.aber.ac.uk pure.aber.ac.uk
  4. agupubs.onlinelibrary.wiley.com agupubs.onlinelibrary.wiley.com
  5. ncei.noaa.gov ncei.noaa.gov
  6. The Oceans Point to a Young Earth | The Institute for Creation Research icr.org
  7. cambridge.org cambridge.org
  8. Making sure you’re not a bot! epic.awi.de
  9. Landsat-Based Study Shows ‘Unprecedented’ Changes to World’s Rivers – NASA Science science.nasa.gov
  10. agupubs.onlinelibrary.wiley.com agupubs.onlinelibrary.wiley.com
  11. flore.unifi.it flore.unifi.it
  12. par.nsf.gov par.nsf.gov
  13. Evidence for a Young World | The Institute for Creation Research icr.org
  14. pnas.org pnas.org
  15. The Great Barrier Reef Through Time – NASA Science science.nasa.gov
  16. Geologic Formations – Petrified Forest National Park (U.S. National Park Service) nps.gov
  17. Frontiers | Diazotrophy Drives Primary Production in the Organic-Rich Shales Deposited Under a Stratified Environment During the Messinian Salinity Crisis (Vena del Gesso, Italy) frontiersin.org
  18. SD – IODP Expedition 325: Great Barrier Reefs Reveals Past Sea-Level, Climate and Environmental Changes Since the Last Ice Age sd.copernicus.org
  19. publications.iodp.org publications.iodp.org
  20. Geologic Time: Age of the Earth pubs.usgs.gov


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *