Redenering van Logos instituut
7. Geïnjecteerd zandsteen kort geologische tijdperken in
Er bestaan sterke geologische aanwijzingen dat het Cambrische Sawatch zandsteen van de Ute Pass breuk (ten westen van Colorado Springs in de Verenigde Staten) nog niet versteend was toen het naar de oppervlakte werd geperst tijdens het ontstaan van de Rocky Mountains. Dit Cambrische Sawatch zandsteen zou 500 miljoen jaar geleden zijn ontstaan en de Rocky Mountains naar men zegt 70 miljoen jaar geleden. Het is erg onwaarschijnlijk dat het zandsteen niet hard werd tijdens de veronderstelde 430 miljoen jaar dat het ondergronds lag voordat de Rocky Mountains werden gevormd. Het is waarschijnlijker dat deze twee geologische gebeurtenissen elkaar opvolgden in minder dan een paar honderd jaar. Hierdoor wordt de geologische tijdschaal dus enorm ingekort.
Weerwoord
Kernbevindingen
- De gegevens ondersteunen dat bij Ute Pass zandsteenlichamen en dikes voorkomen, en dat de Ute Pass-breuk meerdere soorten gesteente en structurele relaties doorsnijdt. Dat is niet hetzelfde als bewijs dat de volledige Sawatch-formatie 430 miljoen jaar zacht bleef. [2][156.3]
- De Sawatch is een Cambrium-afzetting bovenop veel ouder Pikes Peak-graniet; een stratigrafische studie plaatst de zandafzetting in het vroege Laat-Cambrium. [8][197.53-54]
- De naam “Sawatch Quartzite” betekent niet dat ieder monster in de hele formatie dezelfde cementatiegeschiedenis heeft. Wel beschrijft de vakliteratuur Sawatch-zandsteen in delen van Colorado als met silica en carbonaat gecementeerd. [8][197.49-50]
- Zandinjecties tonen aan dat lokaal zand op het moment van injectie mobiel was. Ze bewijzen niet wanneer de bronlaag is afgezet, hoe lang zij eerder gecementeerd was, of dat de volledige formatie ongeconsolideerd bleef. [15]
- De dikes zijn niet rechtstreeks numeriek gedateerd in de hier aangehaalde Ute Pass-bronnen. Een GSA-abstract meldt bovendien dat dikes in de hangende wand later of tijdens een andere fase bros zijn afgeschoven.
- De Laramide is een interval van het Laat-Krijt tot het Eoceen, niet een gebeurtenis die overal precies 70 miljoen jaar geleden plaatsvond. [11][55.3]
Wat is bij Ute Pass daadwerkelijk waargenomen?
De Ute Pass-breuk is een grote, steil hellende structuur aan de oostzijde van het Pikes Peak-massief. De Colorado Geological Survey beschrijft langs de breuk een smalle strook Paleozoïsche gesteenten; op de onderzochte plekken zijn vooral kalksteen en kwartsiet aanwezig. De kaart vermeldt dat gesteente bij een locatie waarschijnlijk Sawatch-kwartsiet is, maar dat er geen beddingkenmerken zijn waargenomen. Een eerder geïnterpreteerd lichaam werd als zandsteendike beschreven; een Cambrium-ouderdom en verband met Laramide-opheffing zijn interpretaties van eerdere onderzoekers, geen rechtstreekse datering van de injectie. [2][196.90-91]
Dat onderscheid doet ertoe: een gesteente dat op een kaart als Sawatch is ingedeeld, een zandsteendike die in een breukzone voorkomt, en een dike die aantoonbaar uit precies die Sawatch-laag afkomstig is, zijn drie verschillende beweringen. Een studie over Colorado’s basement-hosted injectites beschrijft tabulaire, door breuken begrensde zandsteenlichamen in Mesoproterozoïsche kristallijne gesteenten, waaronder een monster uit een dike in granodioriet bij de Ute Pass-breuk. [10][82.0]
Dezelfde literatuur gebruikt voor zulke basement-lichamen ook de informele naam Tava-zandsteen. De gerapporteerde detritale-zirkoon-signatuur verschilt van Paleozoïsche zandstenen en lijkt op bronnen verbonden met de Grenville-gebergtevorming. Dat maakt een simpele gelijkstelling van alle dikes met Sawatch-zandsteen onzeker. Zirkoonherkomst vertelt iets over de bron van de zandkorrels, maar dateert op zichzelf niet het moment waarop die korrels in een breuk werden geïnjecteerd.
Sawatch: afzettingsouderdom is geen injectieouderdom
De Sawatch-zandsteen werd afgezet toen Cambrium-sedimenten over een erosievlak op het oudere Proterozoïsche basement heen uitbreidden. Een stratigrafische studie plaatst dit in het vroege Laat-Cambrium. De formatie ligt discordant op het Pikes Peak-graniet en bestaat onder meer uit quartzareniet, subarkosisch zandsteen en conglomeratisch zandsteen. [8][197.49-54]
De afzetting is dus oud; de vraag of al het zand direct volledig gecementeerd was, is een afzonderlijke diagenetische vraag. De USGS-literatuur beschrijft delen van de Sawatch elders in het gebied als silica- en carbonaat-gecementeerd kwartszandsteen. Dat is positief bewijs voor lithificatie van Sawatch-zandsteen op regionale schaal, maar geeft geen exacte cementatieleeftijd voor ieder deel bij Ute Pass. De formele naam Sawatch Quartzite is evenmin een zelfstandig bewijs voor een bepaalde cementsoort of een precieze datum van lithificatie. [8][197.41-50]
| Geologische gebeurtenis | Wat de bronnen ondersteunen | Wat daaruit niet volgt |
|---|---|---|
| Cambrium | Sawatch-zandsteen werd afgezet in het Laat-Cambrium, boven ouder graniet. [8][197.53-54] | Dat de zandsteen toen al volledig verhard was, of dat een latere dike dezelfde ouderdom heeft. |
| Injectie van zand | Zand werd lokaal verplaatst naar breuken of openingen in basementgesteente; sommige lichamen zijn als injectites beschreven. [10][171.0-4] | Dat de volledige Sawatch-formatie al die tijd ongeconsolideerd bleef. |
| Laramide vervorming | De Rocky Mountains kregen tijdens een Laat-Krijt-Eoceen orogene fase basement-betrokken vervorming. [11][55.3] | Dat alle breukbeweging en zandinjectie in een enkel moment rond 70 Ma plaatsvond. |
| Latere breukbeweging | De USGS-database classificeert beweging op de Ute Pass-breuk ook als midden- tot laat-Kwartair. [9] | Dat de dikes daarom Kwartair zijn; het laat juist zien dat een breukzone meerdere bewegingsfasen kan hebben. |
Wat zandsteeninjecties wel en niet aantonen
Een clastic dike is een plaat- of spleetvormig lichaam van sedimentair materiaal dat in een breuk of andere opening terechtkwam. De vakliteratuur beschrijft zandremobilisatie, fluidisatie en liquefactie, vaak bij verhoogde poriedruk; die druk kan door onder meer belasting of laterale drukoverdracht ontstaan. Een injectie vereist dus een plaatselijke bron van mobiel zand en een opening of hydraulisch verbreekbare zone. Dat zegt niets over de toestand van alle zandsteenlagen in een hele regio. [15]
Als een dike werkelijk uit de Sawatch is gevoed, moet een deel van het bronmateriaal op het moment van verplaatsing mobiel zijn geworden. Maar dat is niet hetzelfde als de Sawatch 430 miljoen jaar onafgebroken zacht laten blijven. Een reeds gecementeerd gesteente kan later worden gebroken en lokaal verbrijzeld; een gedeeltelijk gecementeerde of poreuze zone kan lokaal worden geremobiliseerd door hoge poriedruk; cement kan lokaal worden opgelost en later opnieuw afgezet; of los sediment uit een andere, jongere of niet-herkende bron kan zijn geïnjecteerd. Dit zijn mogelijke mechanismen, geen vastgestelde diagnose van ieder Ute Pass-lichaam. De relevante studies leveren geen bewijs dat elk van deze processen hier plaatsvond. [15][156.3-6]
Ook de structuur zelf weerlegt de eenvoudige redenering dat injectie gelijkstaat aan gelijktijdige afzetting en bergvorming. Het geologische verslag over de Ute Pass-breuk karakteriseert de breuk als Laramide, maar meldt tevens dat zandsteendikes in de hangende wand penetratief bros zijn afgeschoven. Dat is bewijs voor een latere vervormingsgeschiedenis van de dikes, niet voor een directe klok die hun oorspronkelijke injectie aan de afzetting van de Sawatch koppelt. De abstract geeft geen numerieke injectieouderdom.[31.9]
Laramide ouderdom en ontstaan van de Rocky Mountains
De veelgebruikte aanduiding “70 miljoen jaar geleden” is een vereenvoudiging. USGS-literatuur beschrijft de Laramide-orogenese als Laat-Krijt tot Eoceen; de beweging en opheffing verliepen in verschillende structuren en fasen. De Rocky Mountains zijn bovendien een regionaal gebergtesysteem, geen enkelvoudig blok dat op een precieze datum omhoog werd gedrukt. [11][55.2-5]
Voor Ute Pass wijzen studies op een westwaarts opgeheven, omgekeerde breukbeweging tijdens de Laramide, maar de kinematische geschiedenis is complex. De GSA-abstract meldt zowel een relatie met Laramide-structuurvorming als bros afgescheurde dikes; de USGS Quaternary Fault and Fold Database registreert ook midden- tot laat-Kwartaire beweging. Een breuk kan dus worden hergebruikt. Nabijheid van een dike en een Laramide-breuk bewijst een structureel verband of gedeelde locatie, maar niet dat zandafzetting, injectie en tektonische beweging gelijktijdig waren.[125.1]
Herkomst van het jonge-aarde-argument en beoordeling
Een duidelijke bron voor deze formulering is een artikel van John D. Morris bij het Institute for Creation Research uit 2013. Het steunt op het werk van Steve Austin en John D. Morris en verwijst onder meer naar Harms’ onderzoek uit 1965 en de geologische kaart van Scott en Wobus. Harms’ interpretatie, zoals Morris die weergeeft, is dat zand uit een sedimentaire laag boven het basement langs extensiespleten in de opwaarts verplaatste zijde van de breuk werd geïnjecteerd. Dat is een echte geologische hypothese over de bron en de breukrelatie, maar geen bewijs dat de hele Sawatch-laag sinds het Cambrium onafgebroken zacht bleef. [7][198.30][198.52-58]
Morris maakt vervolgens de stap van dike-vorming naar de stelling dat afzetting en vervorming “gelijktijdig” waren en dat een zeer dikke stratigrafische opeenvolging in een eenjarige zondvloed werd afgezet. Dat is de creationistische interpretatie, niet een directe observatie uit de veldkaart. Het argument noemt het ontbreken van duidelijke korrelbreuk en fijne matrix als steun voor injectie van ongeconsolideerd zand. Zelfs als die petrographische interpretatie klopt, laat zij hoogstens zien dat materiaal lokaal als korrelrijk zand werd verplaatst; zij dateert de bronlaag of bewijst niet dat de complete formatie nooit lithificeerde. [7][198.47-51]
Conclusie: de dikes zijn geen weerlegging van de geologische tijdschaal. Ze tonen plaatselijke zandmobilisatie in een breukzone, maar noch de bron, noch de injectiedatum is voor alle dikes eenduidig vastgesteld. Cambrium-afzetting, lokale injectie en Laramide vervorming zijn afzonderlijke gebeurtenissen. De sprong van “zand werd later geïnjecteerd” naar “de volledige Sawatch bleef honderden miljoenen jaren onverhard” is daarom niet door de aangehaalde geologie gerechtvaardigd.
Referenties
- Laramide to Holocene structural development of the northern Colorado Front Range pubs.usgs.gov
- coloradogeologicalsurvey.org coloradogeologicalsurvey.org
- Abstract: INSIGHTS ON THE KINEMATIC EVOLUTION OF THE UTE PASS FAULT ZONE FROM INVESTIGATION OF MESOSCOPIC BRITTLE FAULTS (2004 Denver Annual Meeting (November 7–10, 2004)) gsa.confex.com
- icr.org icr.org
- coloscisoc.org coloscisoc.org
- depositsmag.com depositsmag.com
- Ute Pass Fault: Sand Injectites and Rapid Deformation Fit the Flood | The Institute for Creation Research icr.org
- sites.coloradocollege.edu sites.coloradocollege.edu
- landslides.usgs.gov landslides.usgs.gov
- Basement-hosted sandstone injectites of Colorado: A vestige of the Neoproterozoic revealed through detrital zircon provenance analysis – University of Arizona experts.arizona.edu
- The Colorado front range: anatomy of a Laramide uplift pubs.usgs.gov
- icr.org icr.org
- pubs.usgs.gov pubs.usgs.gov
- pubs.geoscienceworld.org pubs.geoscienceworld.org
- lyellcollection.org lyellcollection.org
- pubmed.ncbi.nlm.nih.gov pubmed.ncbi.nlm.nih.gov

Geef een reactie